Wanneer maakt Barack Obama zijn Nobelprijs voor de Vrede eens waar?

Al na 263 dagen in het Witte Huis mocht Barack Obama in 2009 de Nobelprijs voor de Vrede in ontvangst nemen. Drieënhalf jaar later wordt het wel eens tijd dat hij laat zien dat hij deze prestigieuze prijs niet ten onrechte heeft gekregen.

Dinsdag schreef de Volkskrant over een hernieuwde dreiging van Noord-Korea aan het adres van de Verenigde Staten. In een reactie op een oefening van Zuid-Korea en de VS heeft het Noord-Koreaanse leger zich paraat gemaakt voor een aanval. Ook vorige week dreigde het leger van leider Kim Jong-un al met een aanval, toen zouden Amerikaanse bases in Japan het doelwit moeten worden.

Peacemaker
Het is een nieuwe kans voor Obama om zich te bewijzen als peacemaker, iets wat hem tot nu toe in zijn presidentsschap niet is gelukt. Natuurlijk, de wereldwijde economische crisis vergt een aanzienlijk deel van zijn aandacht, maar belofte maakt schuld. U weet het vast nog: ‘hope’ en ‘change’ zou Obama de wereld schenken.

Vooruit, de allesveranderende gezondheidswet van Obama loodste hij uiteindelijk langs het Hooggerechtshof, een prestatie van formaat, maar het is Obama nog niet gelukt vrede te brengen in Israël, waar hij afgelopen week op bezoek was. Wel beloofde hij de terugtrekking uit Afghanistan en beëindigde hij de jarenlang voortslepende oorlog in Irak.

(En dan zwijgen we hier voor het gemak nog even over Obama’s belofte om Guantanamo Bay te sluiten zodra hij tot president was gekozen.)

Meer dan mooie woorden
Nu de economie wat lijkt aan te trekken is het voor Obama tijd de rest van de wereld te overtuigen van het feit dat hij wel degelijk in staat is vrede te brengen. Dat hij het niet laat bij mooie woorden en krachtige speeches, maar spijkers met koppen slaat.

Toen Obama zijn Nobelprijs won sprak hij: “Ik heb niet het gevoel dat ik thuishoor in het gezelschap van de mensen die de prijs eerder al wonnen.” Wanneer komt het moment dat hij wél in dat rijtje hoort?


Download de gratis app van Tablisto om ons maandblad op uw tablet te lezen

Volg HP/ De Tijd en Pieter Yspeert op Twitter

Volg HP/ De Tijd op Facebook