Belastingprofessoren hebben zelf belang bij ons paradijs

Is Nederland een belastingparadijs voor multinationals? Deze vraag krijgt de laatste weken steeds meer aandacht. De onenigheid over het antwoord op deze vraag is geworteld in het antwoord op een andere vraag. Moet Nederland een voortrekkersrol spelen in het ontwikkelen van een nieuwe Europese – of misschien wel mondiale – belastingethiek?

Kavelaars
Exemplarisch was de discussie tussen Kamerlid voor GroenLinks Jesse Klaver en hoogleraar fiscale economie Peter Kavelaars bij Pauw en Witteman. Wie tijdens de uitzending Twitter als tweede scherm gebruikte kon lezen dat veel kijkers verontwaardigd waren dat Kavelaars aanvankelijk alleen als hoogleraar werd geïntroduceerd. Hij werkt immers ook bij Deloitte, een bedrijf dat multinationals adviseert over belastingconstructies. Kavelaars is dan wel een expert, zijn tweede broodheer heeft wel belang bij een aantrekkelijk Nederlands belastingklimaat.

Dat Kavelaars stelt dat Nederland geen belastingparadijs is – in tegenstelling tot de Bahama’s heffen wij wel winstbelasting – is dan ook niet verwonderlijk. Net zo min is het verwonderlijk dat Kavelaars van mening is dat Nederland niet roomser dan de paus moet willen zijn zolang andere landen op belastingbeleid concurreren. Als grote bedrijven hier geen lage belastingtarieven betalen, dan gaan ze dat wel elders doen. Bovendien levert het ons banen en belastinggeld op.

Tegenover deze pragmatische benadering staat Klavers oproep dat Nederland geen belastingontwijking moet faciliteren. Multinationals zouden dankzij belastingconstructies minder (winst)belasting betalen in ontwikkelingslanden. Wel de lusten (grondstoffen, goedkope productie, groeiende afzetmarkt), maar niet de lasten (belasting). Dat andere landen gewillig in het Nederlandse belastingparadijsgat zouden springen, maakt Klaver niets uit. “Als een ander in de sloot springt, spring jij er ook niet achteraan”.

Belangen?
Terug naar de (on)afhankelijkheid van Kavelaars. Toen het programma vorderde werd duidelijk dat de professor ook een deeltijdbetrekking had bij Deloitte.  De zweem van onafhankelijke expertise die rond zijn academische titel hangt werd hiermee doorbroken. Natuurlijk had dit eerder in het programma gemeld kunnen worden, zodat twitterend Nederland Kavelaars niet hoefde te ontmaskeren als stroman van belastingadviseurs.

Voor de redactie van de talkshow zou het sowieso een lastige klus zijn geweest om een ‘onafhankelijke’ professor te vinden, wanneer onafhankelijkheid wordt gedefinieerd als het hebben van een tweede broodheer. Een korte rondgang langs de websites van zeven vakgroepen fiscale economie of fiscaal recht op even zoveel universiteiten (Rijksuniversiteit Groningen, Erasmus Universiteit, Nyenrode, Vrije Universiteit, Universiteit van Tilburg, Universiteit van Maastricht en Universiteit van Leiden) leert dat een positie als professor vaak samengaat met een positie als belastingadviseur bij een groot kantoor.

Van de 33 hoogleraren hebben er minstens 26 een betaalde nevenfunctie. Veertien professoren hebben een betrekking bij één van de vier grote accountantskantoren. Acht hoogleraren hebben een nevenfunctie bij een kleiner kantoor of zijn in dienst als belastingadviseur van een groot bedrijf. Verder is er een Eerste Kamerlid, een plaatsvervangend advocaat en adviseren twee hoogleraren de overheid/belastingdienst. De kennis van  belastingprofessoren is dus populair onder de grote belastingadviseurs. Voor professoren is het op hun beurt weer een mooie manier om hun kennis in de praktijk te brengen (en een vergoeding te ontvangen).

Voor redacties van actualiteitenshows is het dus lastig om ‘onafhankelijke’ belastingprofessoren te vinden. Want binnen de kleine groep onafhankelijken heeft logischerwijs iedereen zijn specialisme en zal niet iedere hoogleraar aan tafel willen schuiven om over Belastingparadijs Nederland te praten. Kijkers van meet af aan volledig informeren over de beroepsachtergrond van de experts is dan ook cruciaal voor de beeldvorming van het publiek. 

Meer leuke content? Like ons op Facebook