Ode aan de Polderbaan

Nergens voel je een breedgedragen heimwee naar Holland zo goed als wanneer de gezagvoerder een landing op de Polderbaan aankondigt.Een zweem van ergernis golft door de drukcabine. “Potverdomme, moeten we ook nog een klere-eind taxiën”. Doorgewinterde reizigers laten hun wereldwijsheid varen en vermoeden een complot. Ze foeteren: ‘Dat ellenlange taxiën, dat moesten we ook al toen we uit Kenia en Paramaribo terugkwamen.’

In iets meer dan tien jaar tijd heeft de 3800 meter lange asfaltstrook zich gevreesd gemaakt als de uitgestelde belofte van thuiskomen. Landen op de Polderbaan is je ouders bezoeken terwijl ze niet meer in het ouderlijk huis van vroeger wonen. Je bent thuis, maar niet echt.

De Polderbaan ís Nederland
Hollandser dan de Polderbaan wordt het niet. Natuurlijk de naam, die uiteraard via een prijsvraag is gekozen. De heftige discussies die zijn gevoerd omtrent de aanleg, de schier oneindige wirwar van milieu-, geluids- en veiligsheidsregels en het onvermijdelijke polderakkoord over de toegestane aanvlieg- en vertrekroutes. Maar bovenal houd ik van de Polderbaan, omdat hij de dubbelzijdige Nederlandse volksaard weerspiegelt.

Wij Nederlanders als paspoortstempelverzamelaars. Globetrotters met een handelsgeest, immer welwillend om de Hollandse klei te verruilen voor wuivende palmbomen, besneeuwde bergtoppen en hectische metropolen. Nooit heb ik iemand horen klagen over een vliegtuig dat vertrekt vanaf de Polderbaan. We zijn hongerig, maar geduldig als het aankomt op het ontdekken van vreemde culturen. We willen de andere cultuur niet alleen leren kennen, maar het liefst erin opgaan. Quasi-geïrriteerd zijn we als we wederom andere Nederlanders bespeuren in een of andere uithoek. Achter de geveinsde irritatie zit echter bewondering voor onze gedeelde reislust, meertaligheid en zelfverklaarde tolerantie.

Oost west, thuis best
Toch is het nergens gezelliger dan achter de dijken. Eenmaal aan de grond verlangen we naar de rust en regelmaat van het huiselijk leven. Knusjes bij de open haard in het land waar alles tot in de puntjes geregeld en gekeurslijfd is. Ongedwongenheid, zonovergoten weer, luxe hotelbedden en vriendelijke fooiverlangers. Het is mooi, maar alstublieft niet te lang. Zodra we de vaderlandse polder weer aantikken willen we zo snel mogelijk naar ons eigen paradijs van de kneuterigheid. Tien minuten rijden in een vliegtuig, dat ding heet toch niet voor niets zo, is dan een tergende ervaring. Rationeel is het geklaag geenszins.

Na een uren durende vliegreis is tien minuten hobbelen niets. Zeker niet wanneer de tongval verraadt dat de reis tussen Schiphol en thuis een veelvoud van de taxitijd zal duren. Maar ach, ontevredenheid is de motor van vooruitgang. Denkend aan de Polderbaan, kan ik alleen maar vreselijk veel van Holland houden.