Kijken, wachten en liefhebben in tijden van internet

Zie ons met z’n allen tikken en tokkelen in trein en tram, terwijl landschappen aan ons voorbijglijden waarin, als we tenminste zouden kijken, evenveel te bespeuren is als op het schermpje waarnaar we staren.

Hoor ons met z’n allen elkaar op straat negeren en boodschappen naar onbekenden de wereld insturen, terwijl, wanneer in diezelfde tram of trein een vreemde ons zou aanspreken, we wantrouwig of zelfs vijandig zouden reageren. Voel ons met z’n allen steeds vaker vertoeven in een wereld waaraan we collectief verslaafd zijn geworden: het internet.

Allemaal verslaafd
Afgelopen week las ik dat twee studenten van het Massachusetts Institute of Technology tegen internetverslaving de Pavlov Poke hebben bedacht. Dat is een apparaatje dat je aan je computer hangt en vervolgens onder je pols legt. Wanneer je te lang op bepaalde sites verblijft, krijg je een lichte elektrische shock. Ook al vorige week meldden de Broeders Alexianen uit het Belgische Tienen dat in hun kliniek mensen kunnen worden behandeld voor internetverslaving, maar het voorbije half jaar kwamen slechts drie jongeren bij hen aankloppen. “Het grote probleem,” aldus de kliniek, “is dat ze eigenlijk van zichzelf niet vinden dat ze verslaafd zijn.”

Geen van ons gelooft dat hij internetverslaafd is, maar zijn we dat niet allen in meer of mindere mate? Ook ik pleit schuldig: nog voor ik ’s morgens onder de douche sta, lees ik op mijn smartphone mijn mail. Wanneer ik aan mijn nieuwe roman werk, probeer ik niet meer dan één keer om de twee uur op Facebook rond te hangen, maar vaak overtreed ik mijn eigen regel.

Verveling bestaat niet meer
Het internet heeft revoluties mogelijk gemaakt, kinderen hun ouders doen terugvinden en miljarden mensen met elkaar in contact gebracht, maar er ook toe geleid dat de mens nog maar moeilijk alleen met zichzelf kan zijn. Ik mis de dagen van mijn jeugd waarop het regende, alle vriendjes met vakantie waren, er op televisie niets te zien was, en er dus niets anders op zat dan te zwelgen in mijn eigen verveling – sinds het internet een uitstervend gevoel geworden.

Het internet biedt een constante stroom van afleiding, informatie en ontspanning. Verveling is taboe geworden, zo betoogt ook de Nederlandse filosoof Awee Prins in zijn magistrale boek Uit verveling. Verveling moet je, zo zei hij in een interview, nochtans gewoon beleven. “We moeten geduld opbrengen voor de dingen. Wanneer we vertraagd van de ene naar de ander plek gaan, kunnen we nog verrast worden door de dingen die we zien. Ik geloof in een verwijlen bij de dingen.” Laat traagheid nu net datgene zijn waar het internet mijlenver van af staat.

De kunst van het wachten
Ook bedreigd, nu we met z’n allen constant online zijn, is de kunst van het wachten. Wie niet meteen antwoordt op een e-mail, loopt het risico onbeleefd, lui of zelfs dood te worden bevonden. Groot is mijn heimwee naar de tijd waarin mensen elkaar nog brieven schreven en reikhalzend uitkeken naar de komst van de postbode. Ik herinner me mijn tintelende handen toen ik de liefdesbrieven van mijn eerste vriend opende: alleen al het papier aanraken waarover iemands vingers gleden maakt van een handgeschreven brief iets intiems, en tussen geliefden zelfs iets erotisch. Soms vrees ik dat het internet ons zelfs afleert te kijken en vooral te zien. Hoe goed nemen we onze omgeving nog in ons op als we steeds gehaast zijn om al onze indrukken meteen te Facebooken en instagrammen?

Minder machine, meer mens
Laat mij de treurnis over wat we dreigen te verliezen omzetten in een oproep waaraan ik ook zelf gehoor zal geven. Zet uw computer uit. Neem een pen ter hand (ja, dat ding waar inkt uit vloeit) en stuur uw geliefde, moeder of beste vriend een brief. Sluit die niet af met een nietszeggend ‘xxx’ maar met een gemeend ‘ik kus je’. Vermijd afkortingen en smileys en schrijf de woorden ‘ik zie je graag’ of ‘ik ben blij’ of ‘ik ben verdrietig’ neer. Plak een postzegel op de enveloppe. Vergeet tot slot niet, zoals in dit treurige filmpje, om, wanneer u naar de dichtstbijzijnde postbus wandelt, zélf om u heen te kijken, in plaats van de camera van uw smartphone die taak te laten overnemen.

Wacht op een antwoord, en denk intussen aan deze woorden van de dichter Rainer Maria Rilke aan zijn Merline: “Lieve, het wachten op uw telegram werd gisteren tegen de avond een min of meer angstig wachten – maar ten slotte hebt u het ruim beloond door uw lieve brief die me tegen half tien werd gebracht. Die heb ik gelezen en herlezen tot ik in slaap viel.”

Laten we ons opnieuw vervelen.
Laten we weer leren te wachten.
Laten we vooral kijken met onze eigen ogen.

En we zullen, na alle getik en getokkel, vaststellen dat we minder machine en meer mens zijn geworden.