Het sukkeltje dat drie goals van Ajax miste

Een belangrijk verschil tussen Tom de Biertank en ondergetekende is dat Tom een slechte timing heeft als het aankomt op bier halen in het voetbalstadion. Vrijwel altijd als Tom naar de bar gaat, scoort Ajax. Mij gebeurt dat niet. In ruim zes seizoen miste ik alleen een doelpunt van de Spartaan Marvin Emnes.

De bierhaalmomenten kien ik dan ook zorgvuldig uit: tijdens een blessurebehandeling of kort na een doelpunt. Of de statistieken mij gelijk geven weet ik niet, maar ik heb het gevoel dat Ajax zelden twee keer kort na elkaar scoort. Tom laat zich niets gelegen liggen aan deze wijsheden en laat zich gewoon leiden door zijn permanent droge mond. En toegegeven, hij is een dorstiger type dan ik, met het gevolg dat hij meer goals misloopt.

Zoals iedere voetbalsupporter heb ik een onnozel maar rotsvast bijgeloof. Sommigen dragen een gelukssjaal of weigeren penaltyseries te kijken uit angst dat zij onheil brengen. Mijn moeder moest dit bijgeloof onder familiedwang loslaten nadat Van Basten in 1992 tegen Peter Schmeichel had geschoten. Mijn heilige overtuiging is dat Ajax in de Arena alleen scoort wanneer ik toekijk, en dat de Biertank de helft mist.

Deze natuurwet bewees zich afgelopen zaterdag toen ik na de 1-0 de trap afdaalde en de Biertank met een blad bier naar boven zag komen. Echter, toen ging er iets goed mis, met de nadruk op goed. Terwijl ik mijn Arenakaart uit de automaat trok was het 2-0, nadat mijn bier was besteld 3-0, en toen het vijfde biertje onder de tap hing 4-0. Drie keer keek ik dankzij de aanzwellende stadiongeluiden op tijd naar de schermen op de omloop van het stadion. Maar ik miste de opspringende menigte, het rondvliegende bier, de ferme handdrukken van vrienden die een doelpunt begroeten en de omhelzingen die ik na elk doelpunt van twee Brabantse schonen mag ontvangen. Supporterschap is het delen van emoties. De enige met wie ik nu emoties kon delen was een sukkelaar die ook op het verkeerde moment bier haalde. Het vooruitzicht uitgelachen te worden bond ons.

Als een boer met kiespijn liep ik het vak op. Met uitgestreken glimlach stonden ze daar: de Biertank, de Brabantse schonen, andere Tim en makker Jan. Priemende vingers wezen naar het sukkeltje dat drie goals tegen Go Ahead miste. Nu hoor ik u denken: daar zal je van geleerd hebben, en voortaan haal je bier in de rust. Fout! In de eerste plaats omdat de drukte in de rust en het horecapersoneel in de Arena een ongelukkige combinatie zijn. Het personeel lacht lief, maar kenmerkt zich verder door het samenspel van een doofstom veteranenelftal en de snelheid van Iván Gabrich met 24 kilo aardappelen op z’n rug.

In de tweede plaats omdat ik ervan overtuigd ben dat Ajax niet nog zo’n gebbetje met mij uithaalt. Zoals iedere voetballer het liefst zelf scoort, willen supporters de goals van dichtbij beleven. Mijn egoïstische bijgeloof hou ik lekker aan. Laat de Biertank maar voor de doelpunten zorgen. En mocht het onverhoopt weer misgaan, dan zal ik het hoongelach met clubliefde incasseren.