Bellen met Sinterklaas (over dat Paarse Pieten niet geil zijn)

JG: Sint! Johanna hier. Hoe is het?
Sint: Ach kind, ben jij het. Wat fijn dat je belt, je was vroeger al zo zoet, weet je nog?
JG: En of ik dat nog weet, Sint. Tot mijn grote spijt kan ik wel zeggen. Ik wilde namelijk niets liever dan meegenomen worden in de zak maar hoe ik mijn best ook deed, nooit kwam Zwarte Piet me halen.

Sint: Nou, best, best. Je chocomelk niet opdrinken, daar red je het niet mee hoor. Waarom wou je eigenlijk zo graag mee in de zak?
JG: Ach, in de jaren ’70 ging iedereen in een oranje Simca met nepleren banken die loeiheet werden onder je billen naar hoogstens fokkin’ Zuid-Frankrijk. Ik had Spanje nog nooit gezien! En, nou ja, eigenlijk, ehhh…
Sint: Ja, Johanna, zeg het maar.
JG: Ik durf niet.
Sint: Zeg op.
JG: Nou ja, eh, ik vond het zo opwindend, weet u. Die roe, die zak, uw donkere strenge stem, als u ‘zo, zo’ zei.
Sint: Hm. Opwindend dus. Bedoel je niet ‘ho, ho?’ Want dat is de kerstman, weet je.
JG: De kerstman is stom.
Sint. Hm. Zo, zo…
JG: Owww ja, zegt u het nog es, alstublieft?

VN
Sint: Zeg, moet jij niet aan het werk of zo, columns schrijven?
Vinden ze het goed bij HP/DeTijd dat je geile telefoontjes naar de Sint pleegt?
JG: Ik mag dat zelf weten, Sint. Flexwerken heet dat.
Sint: Zo, zo…
JG: Owww…
Sint: Zeg JG, gedraag jij je een beetje, of moet ik alsnog een Piet sturen?
JG: Ja? Echt? Zou u dat wil.., eh, ik bedoel, nee, Sint, niet doen, sorry, ik zal mijn leven beteren, ik zal…
Sint: Daar ben je nu te laat mee, kind. Pak je zonnebrand maar vast. Je zit hier wel een tijdje. Tot volgend jaar november minstens. En als het aan de VN ligt de rest van je leven.

Enkele dagen later:
Sint: JG! Waar was je nou! Er stonden vier pieten voor je deur!
JG: Sorry Sint, het ging niet. Ik was er helemaal klaar voor, weet u. En toen ze op de ramen bonkten kreeg ik zo’n heerlijke weke spanning in mijn knieën, net als vroeger. Maar toen ik opendeed schrok ik me rot. De ene Piet was paars, de andere geel, eentje groen en de vierde rood! Het leken godbetert de Teletubbies wel!
Sint: Oh, oh.
JG: Ja, dat zeg ik. De paarse had een tasje bij zich in plaats van een zak. De rode een zuurstok. Geen roe te bekennen. Dat is niet geil Sinterklaas! Dat is stom!
Sint: Ja, sorry, ik kan er ook niks aan doen, het ligt niet meer in mijn handen.
JG: Het geeft niet, ik neem het u niet kwalijk. Zullen we afspreken vanavond? Dan maken we het goed. Trekt u een pietenpak aan, maken we er een feestje van. Stiekem. Doen we de gordijnen dicht. Hardcore underground. De VN hoeft het niet te zien. O ja, en vergeet de roe niet. De zak. Een potje zwarte schmink.

Dichter Johanna Geels beschrijft de absurdistische en poëtische kant van de dagelijkse dingen.