Een app voor gecontroleerd brullen (life is a karaoke)

Het is zaterdagavond en ik ben alleen thuis. Ik vind dit niet erg. Ook niet als ik op Facebook foto’s voorbij zie komen van ‘vrienden’ die zich verschrikkelijk vermaken.

De een woont een spetterend concert bij en stuurt foto’s van dampende moshpits, de ander plaatst selfies vanaf een dak met brandende vuurkorven waar men voor de camera zijn best doet om op een eend te lijken. Ik vertrek geen spier. Zelfs niet als mijn langeafstandsgeliefde mailt dat hij op weg is naar een arty-farty feest waar een wildharige vrouw op een podium kunstzinnig zal worden ontdaan van al haar kleren. Ik zit onder een deken met een boek, de kat ligt in zijn mand te knorren, ik heb drie kaarsen branden, vind eenmaal iets leuk op Facebook en de Twitterdijken blijven onbewaakt.

Love me like a man
Ik besluit te gaan karaoke’en. Geen idee waar dit ineens vandaan komt, maar het voelt dringend. Ik zoek op YouTube het eerste lied dat in me opkomt: Love Me Like a Man, van Bonnie Raitt. De karaokeversie is om te huilen. Ergens in Tokio zit een Japanner achter een Casio. Hij jengelt een staccato kinderdreun. De tekst die synchroon hoort mee te lopen hapert, en voor ik het weet kom ik ‘sad and lonely home’ terwijl ik in dit gedeelte strijdlustig zou moeten roepen dat alle mannen mij willen rocken ‘like my back ain’t got no bone’. In tranen uiteraard, want Bonnie bezingt het Leven. Tragische liefdes, verraad en verdronken levens, Bonnie was erbij. Ik schenk mezelf een borrel in.

All by mysehéhééélf
Dan is All Of Me van John Legend aan de beurt, gevolgd door het dramatische All By Mysehéhééélf. Ik haal niet eens het refrein. Al bij de eerste zin staan mijn wimpers in hoog water. De kat is naar buiten gevlucht en kijkt verstoord door het raam naar binnen, zijn oren strak naar achteren alsof hij door een windtunnel is gevlogen. Ik overweeg me bij de feestende rest te scharen, tussen de moshpits en brandende daken, tot mijn dochter ineens onverwacht vroeg in de kamer staat. Moet die niet in kroegen hangen met leeftijdsgenoten, zich stuk dansen in zwetende zaaltjes? Nee, ze heeft er niet zo’n zin in vanavond. “Dat heb je soms, hè.” Ik knik.

Zeik-elf
“Hé mam, karaoke, leuk!” Ze ploft naast me neer en zoekt Moondance op van Van Morrison. Die moet ze leren voor zangles, dus dat komt goed uit. Mijn geheister is vergeten. Ze zingt alsof ze alles zelf heeft meegemaakt, Back To Black, Love Is A Losing Game van Amy Winehouse, Someone Like You van Adele, en weer hou ik het niet droog. Dochter stoot me lachend aan. “Je wordt toch niet zo’n zeik-elf hè, mam?”

Life is a karaoke
We zingen samen All Of Me. Dochter laat zien hoe ik mijn kaken moet bewegen, terwijl ik mijn kopstem gebruik zodat ik een natuurlijke keeltriller produceer zonder dramatisch te klinken. Ze leert me doseren. Inhouden waar het moet, gaan waar het kan. Life is a karaoke.

De volgende dag download ik een karaoke-app. Dus hoort u binnenkort een zeik-elf in de trein, supermarkt of waar dan ook enigszins gecontroleerd brullen, geen zorgen, dat ben ik.

Dichter Johanna Geels beschrijft de absurdistische en poëtische kant van de dagelijkse dingen.