Waarom bijensterfte niét de ondergang van de mensheid betekent

Bijensterfte is een serieuze wetenschappelijke kwestie, en lijkt dat nog wel even te blijven. Dinsdag verscheen nieuw onderzoek naar bepaalde gewasbeschermende middelen, en de destructieve invloed die dat heeft op ons ecosysteem. Waaronder op de honingbij. Waarom kunnen we dit beestje niet missen?

In een aantal goedjes die boeren gebruiken om aardbeien en komkommers te beschermen zitten zogenaamde neonicotinoïden. Als planten deze stoffen opnemen, kunnen de pollen en nectar ermee ‘vervuild’ raken. Planten die de honingbij aantrekken. Deze neonicotinoïden zijn zenuwgassen die smaak en geheugen aantasten; bijzonder essentieel voor de navigatie van bijen en andere dierlijke bestuivers. En waarom dat dan zo erg is? Omdat er zonder bestuivers minder bestuiving plaatsvindt, en dus minder gewassen groeien.

Bijensterfte is een probleem waarover u vaker heeft kunnen horen, lezen en zien. Mocht u het zijn bijgebleven, in 2011 kwam Zembla met de documentaire Moord op de honingbij, vorig jaar met het vervolg daarop. Doel: de politieke aandacht vestigen op ongediertebestrijders die schadelijk zijn voor de honingbij.

Ook Willem-Alexander deed een duit in het zakje. Dat was nadat Vroege Vogels (VARA) en imker Pim Lemmers hem en zijn gezin drie (niet-agressieve) bijenvolken schonken. De nieuwe regent over deze kolonies benadrukte de schijnbaar onmisbare functie van de bij in ons ecosysteem: “De mens is binnen een paar jaar uitgestorven als er geen bijen meer zijn”, aldus de vorst.

Het is een vaak gehoorde uitspraak. Als de bij dood is, volgt de mensheid binnen twee jaar. In 2012 toetste nrc.next die uitspraak, en besloot dat massale sterfte een overhaaste conclusie was. In de groente- en fruitteelt is bestuiving door honingbijen dan van groot belang; andere insecten zouden deze taak kunnen overnemen. Worst case scenario: dan moeten we het zelf doen. Volgens de Wageningen Universiteit zou bij volledig wegvallen van insectenbestuivers om en nabij 10 procent van de wereldvoedselproductie verloren gaan. Het zou leiden tot schaarste, maar geen Apocalyps.

De 29 onafhankelijke wetenschappers die dindsag hun onderzoeksresultaten openbaarden analyseerden in een periode van vier jaar 800 rapporten over de pesticide-stoffen neonicotinoïden en fipronil. Bij de slachtoffers daarvan hoorden ook aardwormen, zoetwaterslakken en watervlooien.

Een van de auteurs sprak: “Het gebruik van neonicotinoïden is verre van beschermend naar onze voedselproductie. Het bedreigt de infrastructuur die deze voedselproductie mogelijk maakt, en brengt bestuivers en natuurlijke ongediertebestrijders in gevaar.”

Of dit zoveelste onderzoek naar pesticiden (en bijbehorende risico’s voor het ecosysteem) politieke actie teweeg gaat brengen zal de tijd moeten leren. Voorlopig lijken neonicotinoïden legaal te blijven. Geluk dus voor de Nederlander met angst om gestoken te worden.