MH17: Nederlanders rouwen, maar Nederland niet

Nederland is collectief in rouw om de vliegtuigcrash in Oekraïne – iedereen kent, op wat voor manier dan ook, wel iemand die bij de ramp betrokken is. Maar dat gevoel van nationale smart, zoals we dat ook hadden na de Bijlmerramp en de aanslag op Koninginnedag, lijkt nog niet te zijn doorgedrongen tot Den Haag. Rouwen op nationaal niveau lukt niet echt.

Journalist Thomas Erdbrink houdt ons land vandaag in The New York Times een spiegel voor. Hij verbaast zich over het feit dat onze regering zo weinig doet met de collectieve verslagenheid die er heerst. Want waarom heeft de koning bijvoorbeeld nog geen troostende woorden gesproken op televisie? Waarom zijn de minister-president, de ministers en het koningspaar dezer dagen niet in het zwart gekleed? En waarom heeft premier Rutte nog niet met de nabestaanden van de slachtoffers gesproken? Allemaal vragen die gerust gesteld mogen worden.

Nationale rouw
De eerste vraag die Erdbrink in zijn artikel aanroert is waarom er geen nationale rouw is afgekondigd. Ook diverse politieke partijen, waaronder de VVD en de SGP, stellen dat er behoefte is aan een officieel moment waarop we allemaal stilstaan bij de crash. Er wordt zelfs al gesproken over een ‘dag van nationale rouw’.
De kans dat die dag er komt, is echter gering. De laatste keer dat we als land collectief geacht werden rouw te betonen, is al meer dan vijftig jaar geleden, na de dood van prinses Wilhelmina in 1962. Sindsdien zijn er geen officiële dagen van nationale rouw meer geweest.
Wat daarvan precies de reden is, is niet bekend. Mogelijk werd zo’n dag in de jaren zeventig als ‘te verplichtend’ gezien – bioscopen en schouwburgen moeten op een dag van nationale rouw bijvoorbeeld worden gesloten – en wilde men de burgers zelf laten beslissen of ze rouwen of niet. Maar een iets vrijzinniger benadering van zo’n dag zou in het geval van de vliegramp zeker niet misstaan.

Een andere veelgehoorde kritiek is dat onze koning te weinig van zich heeft laten horen. Dat is niet geheel terecht. Het koningspaar heeft kort na het verschrikkelijke nieuws een officiële reactie gegeven waarin ze hun blijk van medeleven uiten, ze hebben het officiële condoleanceregister getekend en met nabestaanden van de slachtoffers gesproken. Ook hebben ze hun vakantie tot nader order uitgesteld om de ontwikkelingen op de voet te kunnen volgen. Wat kan een regerend vorst nog meer doen? Een troostende toespraak op radio en televisie houden, zo wordt geopperd. Naast het feit dat het, ook voor andere staatshoofden in Europa, hoogst ongebruikelijk is om direct na een dergelijke gebeurtenis een toespraak te houden, kun je je afvragen wat het toevoegt aan hetgeen al is gezegd.

Politiek
Wel een terecht punt van kritiek van Erdbrink is dat er op nationaal niveau te nonchalant met de ramp is omgesprongen. Voor een crash met bijna tweehonderd Nederlandse doden mag gerust een nationaal moment van rouw worden afgekondigd. De minister-president en de aanwezige ministers mogen best in stemmig zwart gekleed gaan in plaats van in donkerblauw kostuum – al is het alleen al voor het beeld. Ook dat is niet gebeurd. En de premier had, hoe druk ook, tijd vrij moeten maken voor de nabestaanden. Aan hen woorden van troost moeten geven, een mentale of fysieke arm om de schouder. De nationale rouw wordt nu alleen lokaal gevoeld – in gesprekken, in de (sociale) media. We voelen ons onderling verbonden, maar missen de aansluiting met onze leiders. Het volk rouwt, maar het land (nog) niet.