De grote move van Stefano de Vrij – twee meningen

Column 1: Stefan uit Ouderkerk, het vierkante blokje en het ronde gaatje

Ik ben net wakker en het is nog steeds waar: Stefan de Vrij speelt vanaf komend seizoen voor Lazio Roma. Ik dacht dat ik al lang geleden was opgehouden me te verbazen over de getiktheid van het internationale voetbal, maar er zijn natuurlijk grenzen en die komen met de overgang van Stefan naar Lazio opeens akelig dichtbij.
Stefan de Vrij – onder sommigen van u misschien nog bekend als de volstrekt fenomenale centrale verdediger van de nummer drie van het laatste WK – is geen speler die je zomaar ergens kunt neerzetten. Stefan is een orchidee: schitterend, maar kwetsbaar. Niet verpotten, want dan verliest-ie z’n blad en verpietert-ie. Een nieuwe club kiezen voor iemand als Stefan de Vrij is zoiets als het uitzoeken van peetouders voor je pasgeboren kind. Daar gaat zorgvuldig wikken en wegen aan vooraf, soms wel zo lang dat de papierwinkel van de notaris soms pas wordt ondertekend als de zuigeling in kwestie al stemgerechtigd is, maar dan weet je in elk geval dat je het betrouwbaarste koppel uit de wijde omtrek hebt aangezocht en niet zomaar Jan en Cocky van de Koekelberg van hiernaast.
Maar niet bij Stefan de Vrij: die tekent bij de eerste de beste boevenclub die zich aan de poorten van De Kuip meldt en banjert zo de komende vijf jaar met z’n ziel onder z’n arm door de Eeuwige Stad.

Stefan in Rome, je weet dat het zo is, want het staat in de krant, maar geloven doe je het nauwelijks. Je ziet hem al voetballen, Stefan, in dat halflege stadion met die stukken droef beton, waar de lokale fascisten overheen hangen om hem succes te wensen, want als je niet wint trekken ze op maandagmorgen de kop van de romp van de miljoenenaankoop, midden op het Piazza Navona, jazeker wel, en daarna gaan ze spaghetti alle vongole eten en van die piemelige bodempjes koffie drinken, waar je een beetje Vespa drie weken op kan laten draaien. Ja, die Lazio-supporters, dat is andere koek dan de hooligans van Rotterdam-Zuid, vergeleken bij die curva’s daar in Rome zijn de jongens van Vak S een stelletje registeraccounts op teambuildingsweekend. En dan dat voetbal: een soort supercatenaccio met acht Zuid-Amerikaanse slagers achterin die de bal zo snel mogelijk bij de twee Zuid-Amerikaanse slagers voorin moeten zien te krijgen. In Italië wordt de lelijkheid van het voetbal tot grote hoogten opgedreven. De aantrekkingskracht van de Serie A is te vergelijken met een docusoap in het ziekenhuis: er loopt bij toeval weleens een mooie verpleegster door het beeld, maar het is de kijker toch om de bloederige wonden te doen.

En dan Rome zelf: niet de meest ideale stad voor iemand die Ouderkerk aan den IJssel al aan de drukke kant vindt. Terwijl ze in Ouderkerk nog druk zijn met de paddentrek, scheuren ze in Rome met miljoenen tegelijk kriskras over reusachtige verkeerspleinen. Verkeersregels zijn voor de gemiddelde Romein als het kijk- en luistergeld voor de Nederlandse televisiekijker: hij weet wel dat er zoiets bestaat, maar waar het precies voor dient, blijft onduidelijk. Ik zie Stefan al staan, bij een voetgangerslicht ter hoogte van het Colosseum, met een flesje aceto balsamico voor over de avondsla: drie uur wachten, minstens. Het wordt wel groen, maar rustig wordt het nooit.
Nee, Stefan bij Manchester United: akkoord. Bij Borussia Dortmund: ausgezeichnet. Real Madrid: tricky, maar ook dat was ’m wel gelukt. De man die dacht dat hij Stefan de Vrij in Rome kon laten slagen, was waarschijnlijk vroeger dat ene jongetje dat bij Hamertje-tik het vierkante blokje door het ronde gaatje probeerde te rammen.

Column 2: Stefano de Libero, Romeinste Romein

Zelf was ik er niet opgekomen, dat zeg ik er meteen bij. Maar wat een vondst: Stefan de Vrij naar Lazio Roma. Het aardige van Stefan de Vrij, een van de uitblinkers van het laatste WK, is namelijk dat je hem overal kunt neerzetten. Dat komt omdat hij zo vreselijk onverstoorbaar is. Geef Stefan een dak boven z’n hoofd en drie maaltijden per dag en de man redt zich overal. Heb je geen omkijken naar, als club. Het lijkt op het eerste gezicht een vreemde move, Stefan de Vrij naar Lazio, maar ik geloof dat er een zekere logica achter schuilgaat. Bovendien is Stefan een tamelijk briljante verdediger – tenminste, dat was hij op het WK en dat hebben we toch niet gedroomd, met z’n allen – en dat is iets waar ze in Italië over het algemeen nogal wat waardering voor kunnen opbrengen, voor verdedigen. Zien ze daar als een kunst. Soms komen ze weken niet in de buurt van het vijandelijke doel omdat ze zo genieten van hun eigen defensieve spel. Een paar van die Zuid-Amerikaanse meesters in de hardheid achterin en smullen maar.

Gisteren zag ik beelden van Stefano de Vrij op een Romeins vliegveld: honderden mensen die hem toezongen, omhelsden, met hem op de foto wilden. Als Feyenoord een Italiaanse verdediger aantrekt, staan er twee bejaarden met een John de Wolf-tattoo op Rotterdam Airport, maar in Rome wordt de eerste de beste voorstopper binnengehaald of het Sinterklaas is. Dat prachtige fanatisme van die Lazio-supporters, die diepe waardering voor goed voetbal die uit hun soms wat politiek gekleurde armbewegingen spreekt… Wat een verrukking moet dat zijn voor iemand als Stefano de Vrij, in wie natuurlijk diep van binnen ook een Romein huist. Een gladiator is hij, in het lichaam van een VWO-scholier. Het kan onmogelijk lang duren alvorens Stefan zijn innerlijke Italiaan de vrije loop laat: tot diep in de nacht dineren, de ene gang na de andere, zijn vier vingers tegen zijn duim drukken en dan z’n hand op en neer laten gaan als hij zijn woorden kracht bij wil zetten, van die dingen.

Ik geef het twee maanden: dan scheurt Stefano de Libero, de capitano van Lazio Roma zonder helm op zijn scootertje over het verkeersplein voor het paleis van Vittorio Emanuele. Het overhemd iets te ver open, de dure voeten in al even dure instappertjes. Achter hem, met haar handen om zijn middel geklemd en in het kortste jurkje van heel Rome, zit een Italiaans model dat niet veel later haar eerste singeltje zal uitbrengen. Het verkeerslicht staat op rood, maar Stefano de Libero kan onmogelijk stoppen: hij is op weg naar een filmpremière of een boekpresentatie, hij is zelf even vergeten wat het ook alweer is.
Onder zijn oksel klemt hij de Gazzetta van vandaag, die moet hij nog even doornemen.
Wie hem herkent, wuift hem opgetogen na.
Daar gaat Stefano de Libero, Romeinser dan de Romeinste Romein.
De paddentrek in Ouderkerk is heel ver weg.