Interview met de nieuwe topaankoop

Gefeliciteerd, eindelijk speel je dan bij die grote club waar je altijd al wilde spelen. Is dit een droom?

‘Nee, absoluut niet. Het is natuurlijk een grotere club dan mijn vorige club, qua stadion en zo, maar verder doet het me niet zoveel.’

Een club die ontzag afdwingt, tegenstanders komen er niet graag.

‘Dat klopt. Ik was altijd blij als we er weer geweest waren voor dat seizoen. Maar dat kwam meer door die bankjes in de kleedkamer, die net te smal waren om gewoon normaal je spullen op uit te stallen. En dan zei je er wat van tegen zo’n ouwe gek, die hier al vijftig jaar de shirtjes staat te wassen en dan zegt ie: da’s authentiek, da’s clubcultuur. Nou, als dat authenticiteit is, doe mij dan maar moderne kitsch.

Mooi stadion…

‘Ja, och, vooral groot he, maar dat zie je toch niet als je aan het voetballen bent. Het is mij vooral om de douches te doen, en die waren bij mijn vorige club ook al prima.’

Club speelt ieder jaar om de prijzen, dat is ook wel lekker voor een voetballer, lijkt me.

‘Ach… Kijk, ik wil gewoon lekker voetballen en verder niet te veel gezanik. Wat zijn prijzen? Stukkies kunststof met een eigen Wikipedia-pagina. En lelijk! Man, over de meeste bekers moet je een doek hangen als er bezoek komt, want dat denkt anders dat je niet goed wijs bent om zoiets monsterlijks op de schoorsteenmantel te zetten. Medailles vind ik helemaal niks, zo’n stukje metaal aan een touwtje. Daar ben je toch geen 25 voor geworden, om dat te willen winnen.’

Iedere topsporter wil toch de beste zijn?

‘Ach, dat geouwehoer. Iedere topsporter wil een mooie vrouw die ie anders nooit had gehad omdat ie te lelijk is. En een zwembad in de tuin, en een vrouw voor erbij, en een vrouw voor in het weekend, en eentje voor donderdagavonden. En als je dat allemaal hebt, hoef je echt niet zo nodig meer de beste zijn hoor. Ik vind goed al mooi.’

En dan zijn er natuurlijk die fanatieke supporters, door wie je zo enthousiast onthaald werd.

‘Ja, dat was wel even vervelend. Ik ben gesteld op m’n privacy en ik had een lange dag gehad, dan zit je er niet op te wachten dat een paar honderd hele en halve criminelen om je nek gaan hangen en in je oor gaan toeteren. Bovendien: als ik volgende week de bal in m’n eigen doel schiet, gooien ze een steen door m’n ruit. Zo zijn ze, die types. Nee, wat betreft supporters had ik echt beter voor een andere club kunnen kiezen.’

Er waren meerdere clubs geïnteresseerd: wat gaf voor jou dan uiteindelijk de doorslag?

‘Het geld.’

Je zoekt ook een stukje zekerheid.

‘Nee, niks zekerheid. Gewoon: paar ton handje contantje, voor mij en mijn zaakwaarnemer.’

Je zaakwaarnemer zegt dat je altijd al naar deze club wilde.

‘Mijn zaakwaarnemer moet je nooit geloven. Die zegt zelfs dat hij dit werk als hobby doet, hahaha.’

En dan mag je dat shirt voor het eerst aantrekken: kippenvel?

‘Jazeker, dat wel ja. Het is van een raar soort goedkope stof gemaakt, he. De rillingen lopen je over de rug man.’

Heb je de stad al verkend?

‘Ik zal wel gek wezen. Ik blijf lekker op en neer reizen.’

Maar is het dan niet waar dat jij hier met je vader al op de tribune stond?

‘Is misschien twee keer gebeurd. Die man was helemaal gek van voetbal. Een beetje een simpelaar, die vader van mij. Toen ik acht was, moest en zou ik mee. Ik heb zo gehuild dat hij na de tweede keer zei dat het niet meer hoefde. Dus ja: ik heb hier vroeger met mijn vader op de tribune gestaan, ja.’

Wie was je idool in die tijd?

‘Lara Croft.’

En als voetballer?

‘Ik vond die ene goed, die eerst bij PSV speelde en daarna naar het buitenland ging. Die Braziliaan.’

Ronaldo?

‘Kan best. Maar verder weet ik het ook niet, hoor.’

Heb je al met de trainer gesproken?

‘Ja.’

En?

‘Moeizaam, maar dat is meestal met trainers.’

Waar hebben jullie het over gehad?

‘Of ik een basisplaats krijg.’

En?

‘Die krijg ik.’

Gegarandeerd?

‘Al schiet ik vijf open kansen de tribune in: ik speel de week erop weer, hoor.’

Maar het blijft natuurlijk gewoon knokken?

‘Daar ga ik niet vanuit eigenlijk. Die jongens die nu op mijn positie spelen, daar koop je nou niet bepaald een kaartje voor of wel?’

Zondag spelen jullie tegen je oude club. Dat wordt een emotionele middag.

‘Is dat zo? Kan best. Nou, wat mij betreft is het: uit het hoofd, uit het hart en ik weet zeker dat ze er daar ook zo over denken.’

Heb je zin in de komende drie jaar?

‘Mwoah.’