Frans Timmermans: buitenlandbeest

Hij werkt hard, weet veel en is extreem bevlogen. Op zijn departement dragen ze hem op handen, in de Kamer is hij minder geliefd. Wat drijft hem toch? Portret van een man met misschien wel meer in zijn mars dan goed voor hem is. (Dit artikel werd geschreven voor het neerstorten van de MH-17 en de benoeming van Timmermans in Europa en werd gepubliceerd in ons zomernummer, red.)

Voor een minister van Buitenlandse Zaken is de wereld zijn werkkamer. Dat betekent dus veel reizen, idioot veel. Gemiddeld staat er elke week minstens één buitenlandse reis in de agenda. In het eerste jaar van zijn ministerschap legde Frans Timmermans meer dan 300.000 kilometer af, verdeeld over vijftig landen. Die reizen worden zowel lang van tevoren worden voorbereid als ad hoc ingelast. Langdurig zijn de verblijven buitengaats zelden. Dus kan het gebeuren dat de bewindsman en zijn gevolg zomaar een dagje Belgrado doen. De werkdag begint dan om half zes in de ochtend, op Schiphol. Op het programma staan de opening van een landbouwbeurs, diverse werkbezoeken en gesprekken met tal van Servische autoriteiten. Om vier uur ’s middags gaat het gezelschap alweer terug naar Nederland.

Het maakt Frans Timmermans niets uit, hij is een werkpaard. Een veelvraat. Tachtig uur werken in de week is voor hem heel normaal. Doordeweeks is hij vaak in zijn pied-à-terre in Den Haag. In het weekend probeert hij thuis in Heerlen te zijn, bij zijn gezin. Timmermans is gehuwd met een rechter en heeft twee kinderen van zeven en negen jaar, en twee kinderen van in de twintig uit een eerder huwelijk. Toch gaat ook zijn spaarzame tijd thuis grotendeels op aan werk.

Wat bezielt deze man, deze allround buitenlandman die thans als minister een jongensdroom in vervulling ziet gaan? Kijk hoe hij straalde in de nabijheid van de Amerikaanse president Obama, zie het gemak waarmee hij zich begeeft onder lieden als Van Rompuy, Juncker en al die andere Europese kanonnen. Zijn kennis van zaken, zijn ervaring en niet te vergeten zijn oratorische vermogen blijven niet onopgemerkt in het buitenland. Zijn naam zingt er al rond. Timmermans is voetbalgek, dus we mogen de vergelijking wel maken: hij speelt eindelijk eredivisie, maar de lokroep van Real Madrid klinkt allengs luider.

Op het departement lopen ze weg met hem. Dankzij hem is daar het vertrouwen terug. Dat is een hele tijd zoek geweest. In de publieke opinie was Buitenlandse Zaken jarenlang een dissonant: wat deden die ambtenaren en diplomaten daar allemaal, en waren al die dienstreisjes op kosten van de belastingbetaler nou wel zo hard nodig? BZ moest bezuinigen, een aparte staatssecretaris voor Europese zaken werd afgeschaft en diens taken werden overgenomen door de minister. Maar onder Timmermans zijn nieuwe tijden aangebroken. Aan alles is te merken dat hij gek is van politiek, het omvangrijke buitenlanddossier, en het ministerschap, dat toch van een hele andere orde is dan het Kamerwerk dat Timmermans ook lang heeft gedaan. Zijn liefde voor het werk vertaalt zich in een aanstekelijke gedrevenheid. Timmermans wil het buitenlands beleid ‘zichtbaarder’ maken. De minister facebookt erop los, en van de ambassadeurs waar ook ter wereld wordt verwacht dat ze het beleid en hun werk eveneens via Twitter en Facebook uitleggen en verkopen. Die ‘zichtbaarheid’ houdt ook in dat Timmermans letterlijk zijn gezicht laat zien. Zoals op zo’n dagje Belgrado, maar ook, zoals laatst, bij zijn bezoek aan Washington, waar hij veel indruk maakte op de Amerikanen. Niet alleen door zijn onberispelijke beheersing van de Engelse taal, maar ook door zijn verhaal, dat was gelardeerd met historische terugblikken en actuele dwarsverbanden. Als hij speecht, doet hij dat niet van papier, maar uit het hoofd. Van dat ene tripje naar de Amerikaanse hoofdstad heeft de Nederlandse diplomatie in de VS enorm veel profijt gehad. Deuren gingen open die onder Uri Rosenthal of Maxime Verhagen gesloten werden of bleven.

Tot slot is er de zichtbaarheid in conflicten. Waar de brandhaard ook is, waar Timmermans denkt een bemiddelende rol te kunnen spelen, hij gaat eropaf. Dat Timmermans Nederland weer op de kaart heeft gezet, wordt op BZ zeer gewaardeerd. Waardering is er evenzeer voor de openhartige manier waarop Timmermans in 2002 tegenover Joep Dohmen van NRC Handelsblad sprak over het seksuele misbruik door een priester dat hem als dertienjarige jongen overkwam. Zijn vader was destijds bode op de Nederlandse ambassade in Rome, en de jonge Frans ging daar bij de door priesters geleide Amerikaanse boy scouts. Het gebeurde toen hij tijdens de voorbereiding van een zomerkamp een hotelkamer met pater Charlie Rouse moest delen. “We hadden die avond lange gesprekken,” vertelde Timmermans tegen de NRC. “Toen vroeg Charlie opeens of ik zijn schouders wilde masseren.” Van het een kwam het ander en op enig moment zat Charlie ‘met zijn handen in mijn kruis’. “Een vreemd gevoel maakte zich van mij meester. Ik wilde niet dat het gebeurde, en tegelijk vocht ik tegen de gevoelens die de massage opriep.” Tot verder seksueel contact kwam het niet. Pas maanden later volgde de reactie. Timmermans werd gesloten, praatte er met niemand over. Uit schaamte. Waarom hij er als Kamerlid mee naar buiten kwam? “Ik zag op televisie een man openlijk getuigen over het misbruik door een priester. Ik dacht: ik wil met mijn verhaal ook bijdragen aan het bespreekbaar maken van het onderwerp dat zolang is weggestopt en ontkend,” aldus Timmermans in de NRC.

In de ministerraad behoort hij met zijn ruime werkervaring tot de vertrouwelingen van premier Rutte. Timmermans, samen met Asscher en Dijsselbloem van respectievelijk Sociale Zaken en Financiën. De onderlinge verhoudingen zijn goed, met uitzondering van die met Ronald Plasterk, in dit kabinet minister van Binnenlandse Zaken. Timmermans zou Plasterk een betweter vinden die ideologisch weinig te melden heeft. Met Lilian Ploumen, minister van Ontwikkelingssamenwerking, houdt het naar verluidt ook niet echt over. Ploumen is een weifelaar, in alles. Dat ligt Timmermans niet. Met zijn VVD-collega Jeanine Hennis van Defensie daarentegen kan hij lezen en schrijven.

Zo geliefd als hij is op het eigen departement en in het kabinet, zo moeizaam is de relatie met de Tweede Kamer. Meer dan eens verzucht Timmermans na afloop van een Algemeen Overleg dat hij weer een paar uur heeft weggegooid. Wil de Kamer te veel, of het onmogelijke, is ze soms slecht geïnformeerd? Waar Timmermans zich vooral
aan stoort, is de neiging van veel Kamerleden om mee te besturen in plaats van te controleren, de taak waartoe het instituut immers op aarde is. En waarom betracht Timmermans zo weinig coulance met een trio waar hij echt ‘de pik’ op lijkt te hebben, zijnde Sjoerd Sjoerdsma (D66), Joël Voordewind (ChristenUnie) en Pieter Omtzigt (CDA)? Toen Sjoerdsma het in een vergadering waagde om de minister te vragen naar de zijns inziens teruglopende belangstelling van de Nederlandse regering voor de situatie in Zuid-Soedan, liep de irritatie hoog op. Want Sjoerdsma nam geen genoegen met de ministeriële reactie en vroeg door. Ten slotte riep Timmermans naar de volksvertegenwoordiger dat deze ‘bullshit’ verkocht. En toen Voordewind voor de zoveelste keer vroeg om meer duidelijkheid inzake het ontmoedigingsbeleid jegens het Nederlands bedrijfsleven in Israël, reageerde Timmermans met de sneer dat hij ‘twijfelde aan de integriteit’ van de geachte afgevaardigde van de ChristenUnie.

Dat was onder de gordel, en zo bedient Timmermans zich wel vaker van debattrucjes die wrevel wekken. In een debat over de betaling van Palestijnse terroristen in Israëlische gevangenissen door de Palestijnse Autoriteit probeerde Timmermans, kritischer tegenover Israël dan al zijn voorgangers bij elkaar, de vragen van Voordewind te ridiculiseren.

“Hij maakte er een karikatuur van,” legt Joël Voordewind desgevraagd uit. “Vervolgens begon hij te verkondigen dat wij altijd pro-Israël zijn, nam daar afstand van en zette ons daarmee weg. Ik vond dat uiterst onprofessioneel en een minister onwaardig.” Welke verklaring schuilt achter dit onparlementaire gedrag? Past dit bij het type van het slimste jongetje van de klas, wat Timmermans in zekere zin is, of bij de drammer die nu eenmaal in elke socialist huist en zeker in die van zijn generatie? Voordewind: “Timmermans is een heel gedreven man, zeker als het gaat om de mensenrechten waar ook ter wereld. Hij is ook een belezen man. Vanuit die achtergrond kan hij denk ik weleens ontregeld raken als hij wordt tegengesproken door de Kamer. Ja, wij verschillen van mening over geloofsvervolging en Israël, maar laten we met respect voor elkaars verschillen het debat blijven voeren in plaats van te vervallen in verdachtmakingen en verwensingen.” Voor Pieter Omtzigt, buitenlandwoordvoerder van het CDA, is vooral Timmermans’ overvolle agenda een punt van zorg. “Dit kabinet is ooit op het onzalige idee gekomen om de taken van de staatssecretaris voor Europese Zaken samen te voegen met die van de minister van Buitenlandse Zaken.

In de meeste landen om ons heen zijn dat twee aparte functies gebleven, maar niet bij ons. Dus Frans zit driekwart van zijn tijd opgevouwen in het vliegtuig, heeft te weinig tijd voor de Kamer en lijdt aan chronisch slaaptekort. Alexander Pechtold, buitenlandwoordvoerder van D66, heeft ooit eens bijgehouden hoe vaak hij in een bepaalde periode niet in de Kamer kon zijn. Ik heb geen cijfers meer paraat, maar het was een aanzienlijk aantal keren, en Pechtold liet dat weten aan de Kamervoorzitter – tot grote woede van Frans natuurlijk.” Timmermans beantwoordt veel Kamervragen onmiddellijk, zegt Omtzigt, behalve als ze hem niet uitkomen. Dan duurt het heel lang, of volgen er ontkenningen en mist. Omtzigt: “Maandenlang vroegen CDA, SGP, CU en PVV of de hulp aan de toenmalige Egyptische president Morsi niet kon worden stopgezet. Maar hij bewoog geen millimeter onze kant op. En als je daar dan wat van zei, voelde hij zich aangevallen. Uiteindelijk is er aan hulp en leningen vanuit Europa een miljard euro naar Morsi overgemaakt. Maar de Europese Rekenkamer heeft geen idee waar dat is gebleven. Dat zag je gewoon aankomen. Zelf heb ik constant aanvaringen met hem over Syrië. Ik zet vraagtekens bij de rol van Turkije. Wie levert er wapens aan de Syrische oppositie, vraag ik Timmermans meer dan eens. Maar er komt gewoon geen antwoord, hoe duidelijk de aanwijzingen ook zijn. Ligt te gevoelig.”

Met zo’n superieure, misschien zelfs hooghartige houding maak je in het parlement geen vrienden. Een collega van Omtzigt die anoniem wenst te blijven, wil dit kwijt: “Frans zit zichzelf te veel in de weg. Is vol van zichzelf. Kent daardoor geen grenzen of limieten. Dan kan het gebeuren dat hij kort voor de aankomst van Obama diens al eerder gearriveerde limousine aan het fotograferen is. Dat kan toch niet?”

Gevraagd naar de dieper liggende reden voor dit gedrag, antwoordt het Kamerlid: “Ik vrees dat zijn simpele afkomst hem nog steeds parten speelt. Hij is het kind van een eenvoudige bode op een ambassade. Dat ligt temeer gevoelig daar juist op ambassades enorme hiërarchische structuren bestaan. Dat moet hem hebben getekend. Frans heeft nooit iets cadeau gekregen. Elke millimeter die hij in zijn loopbaan vooruit is gekomen, heeft hij moeten bevechten.”

Timmermans’ jeugdvriend Maarten Grond, met wie hij eind jaren zeventig op het Bernardinuscollege in Heerlen zat, geeft deze verklaring: “Frans was natuurlijk hoogbegaafd. Dat woord kenden we toen nog niet. Iemand was slim, superslim. Maar hij was het zonder twijfel. De hoogbegaafde ziet het eindproduct, het eindstation, ver voordat iemand anders dat ziet. Frans denkt snel en handelt snel, en daarbij onthoudt hij ook nog eens alles. Ja, als je dan te maken hebt met mensen die dat enorm hoge tempo niet kunnen bijbenen, die stapjes moeten zetten om op adem te komen, dan word je weleens ongeduldig, kriegelig en soms, zoals Frans, onuitstaanbaar.”
SP-Kamerlid en buitenlandspecialist Harry van Bommel kent de aversie die bij sommige van zijn collega’s bestaat tegen de minister, en geeft er deze verklaring voor: “Je moet als Kamerlid van goeden huize komen om hem aan te pakken, zeker. En niet iedereen heeft dezelfde parate kennis als hij, dezelfde ruime ervaring en welbespraaktheid. Maar als je toch op hetzelfde niveau met hem zit, dan kan het in een debat echt de diepte in gaan. Frans Timmermans draait nooit ergens omheen. Hij dringt altijd door tot de kern.”
Maar het Kamerlid Timmermans toonde zich meer dan eens uitgesprokener dan de minister Timmermans. Neem de discussie over de erkenning van de Palestijnse staat: die was voor de volksvertegenwoordiger een zaak die geen enkel uitstel duldde, maar de bewindsman moet zich beduidend diplomatieker opstellen. Van Bommel: “Het zou een beetje flauw zijn om alles uit het verleden naar het heden te trekken. Wij als SP weten ook heus wel dat je water bij de wijn moet doen als je regeert.

En zeker met een partij als de VVD. Het komt wel voor dat we Timmermans aan iets herinneren, en dan schaaft hij bij, zoals met zijn onversneden pro- Europaverhaal, of hij weet zich er anderszins uit te redden.”

Timmermans, de held van BZ, vertrouweling van Rutte, gehaat door sommige volksvertegenwoordigers, maar hoe ligt hij in de eigen gelederen? Berucht zijn de vroegere aanvaringen in de PvdA- fractie tussen de twee buitenlandwoordvoerders Bert Koenders en Frans Timmermans, die soms dreigden uit te lopen op een handgemeen. Bekend ook is de interne e-mail die hij in februari 2012 aan alle 29 PvdA-fractiegenoten verstuurde, waarin hij de toenmalige leider Job Cohen ervan betichtte van de partij een SP light te willen maken. Het mailtje lekte uit naar het NOS Journaal, waarmee Cohens politieke doodvonnis was getekend. Van opzet was geen sprake, beweerde Timmermans, maar geen mens die dat geloofde natuurlijk. Ook Timmermans’ openlijke flirts ten tijde van zijn Kamerlidmaatschap met functies elders vielen intern niet goed. Toch verkreeg hij bij de verkiezingen een mooie plek op de kandidatenlijst en uiteindelijk dus zelfs het ministerschap van Buitenlandse Zaken. Ondanks alle gedoe ligt Timmermans in de PvdA goed, weet René Cuperus, internationaal medewerker van de Wiardi Beckman Stichting en columnist van de Volkskrant. Men is trots op hem, want het ontgaat niemand dat Timmermans internationaal alom lof wordt toegezwaaid. Toch plaatst Cuperus een kanttekening. Anderhalf jaar is Timmermans nu minister, maar van een Timmermans-doctrine lijkt geen sprake. “Wat is zijn grote ding? Dat weet ik niet,” zegt Cuperus. “Hij is zo allround, zo van alle markten thuis. Maar wat wordt zijn thema?” zegt Cuperus. “Ongetwijfeld zal hij heel actief zijn en achter de schermen tussen landen bemiddelen, bijvoorbeeld het Oekraïne-conflict, maar zijn grote ding, wat is dat? Maxime Verhagen had – al was het vooral façade – de mensenrechten, maar wat wordt de nalatenschap van Frans? Hij zou het tweede jaar van zijn termijn kunnen gebruiken om iets van een agenda te gaan ontwikkelen.”

De noodzaak daarvan is relevant voor iedere minister die niet geheel anoniem wil worden bijgeschreven in de annalen van de parlementaire geschiedenis, maar het is helemaal van betekenis voor iemand die zo nadrukkelijk gezien wil worden in het internationale verkeer. De vraag is op welk terrein Timmermans zijn stempel zou kunnen drukken. Europa? Cuperus twijfelt: “In Nederland bestaan toch een grote angst en terughoudendheid voor de voortdenderende integratie van Europa. Daarbij is Frans juist een paar keer nat gegaan op dat onderwerp. Hij mag gezien worden als de man van de Grondwet die in 2005 zo smadelijk door de Nederlandse bevolking in een referendum is afgeserveerd. Daarna is er nog een alternatief gekomen, het Verdrag van Lissabon, dat voor 99 procent een kopie was van die Grondwet, maar daar is dus geen referendum over gehouden. Dat Verdrag is er gewoon doorheen gejast. Mede door toedoen van Frans, die overigens toegaf dat dat Verdrag van Lissabon voor 99 procent bestond uit inhoud van de Grondwet, maar hij vergeleek het met een mens en een chimpansee; die zijn ook voor 99 procent hetzelfde, maar het gaat nu juist om die ene procent die significant anders is. Nee, Europa lijkt me minder geschikt.”

De vraag is of Timmermans nog veel werk zal kunnen maken van zo’n doctrine. Zijn naam wordt immers in verband gebracht met spoedig vrijkomende banen in Brussel en ver daarbuiten. “Heeft Frans Timmermans zijn ontslag al aangeboden? Mooier kan het toch niet meer worden,” twitterde onlangs Arie Slob, fractievoorzitter van de ChristenUnie. “Ik hoor dat Timmermans al aan het voorsorteren is op een functie in Europa,” verklaarde diezelfde Slob in Nieuwsuur. “Kom op, denk ik dan, je bent net een jaar minister van Buitenlandse Zaken. Dan hoor je gewoon hier je werk te doen.”
Ook Cuperus vreest ‘dat het wel waar zal zijn van al die geruchten dat Frans flink aan het lobbyen is voor een mooie Europese topfunctie’. Hij betreurt dat. “Ik heb liever dat hij het buitenlands beleid van Nederland zelf meer kleur en signatuur geeft.” Toch, voor Timmermans zelf zou een stapje hoger op de internationale ladder een ongekende triomf zijn. Maar daarin schuilt tegelijkertijd de tragiek van het grote politieke talent dat jaren zat weggestopt in een zweterig kamertje aan het Binnenhof, op z’n 51ste eindelijk zijn jongensdroom in vervulling ziet gaan en dan merkt dat er nog een andere droom bestaat, nog mooier en grootser. Jarenlang fungeerde Timmermans toch ietwat beneden zijn niveau, dan komt hij eindelijk eens tot zijn recht en laat hij zich prompt bedwelmen door het aroma van de macht.

Niettemin, speciaal gezant van de Verenigde Naties, rechterhand van de secretaris-generaal, die functie zou hem op het lijf geschreven zijn. Een groot dossier op het gebied van ontwapening, terreurbestrijding. Geen Wereldbank of IMF; Timmermans houdt niet zo van de cijfers. In november gaat eurocommissaris Catherine Ashton weg, belast met Buitenlandse Zaken en Veiligheid. Ook voor die positie zou hij zeer geschikt zijn, vertellen ingewijden. Maar Timmermans weet hoe grillig het werkt in de politiek. Voor hem zo tien anderen. Hoe lang zal hij dan weer moeten wachten? En stel dat het kabinet Rutte voortijdig sneuvelt, wat dan? Terug naar de Kamer is uitgesloten. Komt-ie Voordewind, Omtzigt en Sjoerdsma weer tegen. Het zijn aardige jongens, maar krullenjongens in zijn ogen. Andere golflengte, ander niveau ook.

Aan Frans Timmermans kleeft een beetje de tragiek van de laatbloeier die een intrinsieke angst heeft om een te-laatbloeier te worden. De man van de gemiste kansen. Die angst zou inderdaad weleens, zoals het anonieme Kamerlid stelt, het gevolg kunnen zijn van een afkomst zonder diplomatieke kruiwagens, het gevolg wellicht van een diep geworteld gevoel van minderwaardigheid. Zou hij, kleinzoon van een Limburgse mijnwerker, zoon van een bode op een ambassade, Franske Timmermans uit Heerlen, zo ver kunnen reiken als de jongetjes met wie hij vroeger speelde, de zoontjes van het hogere ambassadepersoneel die wel naar de dure, elitaire internationale school konden?

Zijn oude schoolvriend Maarten Grond, thans docent Grieks op het Sint Maartenscollege in Maastricht, gelooft er stellig in: “Het klinkt misschien wat hoogdravend, maar Frans wil iets betekenen voor de samenleving, voor de wereld. Die drive heeft hij van huis uit meegekregen, van zijn ome Frans die missionaris was en met wie Frans het altijd heel goed kon vinden. Hij vertelde hem de verhalen over de tropen, de honger en de armoe, het grote onrecht. In elk geval kan Frans zich in zijn huidige rol uitstekend laten gelden. Maar als er iets voorbij zou komen op een nog hoger, internationaal niveau, dan sluit ik niet uit dat hij daaraan gehoor geeft. Niet uit ijdelheid of blinde ambitie, maar omdat hij oprecht denkt dat hij bij de VN of ergens in Europa meer kan doen, meer kan betekenen.”

Misschien verklaart dat zijn ongeduld en zijn opvliegendheid nog het beste: Timmermans wil meer, kan meer, maar mag niet. Ondertussen tikt het klokje verder. Mocht een stap naar het buitenland er dit jaar niet van komen, dan zit hij waarschijnlijk de rit in Den Haag gewoon uit. Over drie jaar dient zich de volgende kans aan. Dan is hij 56, nog niet oud maar ook niet meer zo piep. En met dit werk- en levenstempo tellen de jaren natuurlijk dubbel.

Had Frans Timmermans’ wiegje in de VS gestaan, dan was-ie gegarandeerd voor het hoogste gegaan. Hij moet daar weleens van dromen, President Timmermens of the United States, tijdens zo’n diep slaapje in het vliegtuig, ergens onderweg naar de zoveelste brandhaard.

 

Dit artikel verscheen eerder in ons zomernummer, HP/De Tijd 06/07, welke hier nog digitaal te lezen is.