Berekend: zoveel fossiele brandstoffen moeten in de grond blijven

Om de opwarming van het klimaat tot 2 graden Celcius te beperken moeten we tachtig procent van de steenkoolreserves, de helft van de gasreserves en een derde van de oliereserves in de grond laten zitten. Dat hebben Britse wetenschappers berekend in het vakblad Nature.

Als we willen dat de gemiddelde temperatuur op aarde met niet meer dan 2 graden Celcius stijgt ten opzichte van het pre-industriële tijdperk, mogen we tussen 2011 en 2050 1.100 gigaton CO2 uitstoten (1.100 miljard ton).

De wetenschappers brachten de wereldwijde voorraden fossiele brandstof in kaart en berekenden dat die goed zijn voor 11.000 gigaton CO2. De wereldwijde reserves – de hoeveelheid olie, gas en steenkool die onder de huidige omstandigheden rendabel kan worden ontgonnen – vertegenwoordigen een CO2-uitstoot van 2.900 gigaton.

Met behulp van een model dat de kosten simuleert om fossiele brandstoffen op verschillende locaties te ontginnen berekenden de onderzoekers hoeveel er in diverse landen nog zal kunnen worden ontgonnen. Zo zou het grootste deel van de steenkoolreserves in China, Rusland en de Verenigde Staten onbenut moeten blijven, net als 260.000 miljoen vaten olie in het Midden-Oosten. Daar zou ook 60 procent van de gasreserves in de grond moeten blijven zitten. Ook de fossiele-brandstofvoorraad in het noordpoolgebied zouden we volgens de onderzoekers ongemoeid moeten laten.

De wetenschappers wijzen erop dat de neiging van beleidsmakers om alle fossiele brandstofreserves in hun grondgebied te ontginnen onverzoenbaar is met de internationale afspraak om de opwarming tot twee graden Celcius te beperken. Hoe kunnen we ze overtuigen om dat niet te doen? Sommige wetenschappers pleiten voor een internationale overeenkomst waarbij landen die afzien van ontginning een financiële compensatie krijgen.