Netanyahu speelt in op angst voor IS met controversiële campagnevideo

Benjamin Netanyahu is on a roll. De Israëlische premier voert campagne voor de verkiezingen in maart en doet alles om de aandacht op zich te vestigen. Daar slaagt hij bijzonder goed in.

Op 17 maart zijn er vervroegde parlementsverkiezingen in Israël, omdat het kabinet Netanyahu-III na het ontslag van drie ministers niet meer over een meerderheid beschikt. De 65-jarige premier voert op moderne en controversiële manier campagne om op het pluche te kunnen blijven zitten. Met een op zijn Facebook-pagina gereleaste campagnevideo weet hij de de nodige ophef te veroorzaken.

In de video wordt ingespeeld op de toenemende vrees in Israël voor de oprukkende terreurorganisatie Islamitische Staat (IS). Acteurs, verkleed als IS-militanten, rijden in een truck op de tonen van Arabische rapmuziek in de woestijn. Op hun SUV is een sticker geplakt met daarop de woorden ‘Iedereen behalve Bibi’, een slogan die door tegenstanders van Benjamin ‘Bibi’ Netanyahu wordt gebruikt. De terroristen vragen vervolgens met een duidelijk Arabisch accent aan een andere chauffeur de weg naar Jeruzalem. De man antwoordt: “Neem links”.

‘Links geeft toe aan terrorisme’, staat er vervolgens op het scherm te lezen. Netanyahu en zijn rechtse Likoedpartij halen daarmee uit naar opponent Tzipi Livni van de partij Hatnuah die ‘IS naar Israël zal leiden‘.

Saillant detail: de muziek in het filmpje is van een Palestijnse rapgroep die allesbehalve blij is met IS-militanten die naar hun rapmuziek luisteren. De rappers driegen met een proces.

De controversiële video volgt op een ander opmerkelijk filmpje dat Bibi eerder deze maand verspreidde. Daarin presenteert Netanyahu zich als ‘Bibi-sitter’, en vraagt hij de kiezers wie zij het liefst op de kinderen van Israël willen laten passen. ‘Mezelf, Tsipi of Bugi?’, vraagt hij, verwijzend naar zijn politieke opponenten. De nogal amateuristische video werkt vooral op de lachspieren.

Tevens maakte Netanyahu de toekenning van de prestigieuze Israël Prijs tot inzet van de campagne. Als waarnemend minister van Onderwijs weerde de premier twee juryleden omdat zij ‘niet representatief’ zouden zijn voor de samenleving en gaf hij aan dat de toekenning van de prijs de laatste jaren te vaak toevertrouwd is aan mensen met ‘extreme, zelfs anti-zionistische opvattingen’.

Schrijver David Grossman zou een belangrijke kandidaat zijn om één van de Israël Prijzen te winnen, maar zijn pro-Palestijnse opvattingen zouden Netanyahu niet bevallen. Nadat bekend werd dat de premier zich met de jurysamenstelling had bemoeid liet Grossman weten niet langer kandidaat te willen zijn en gaf hij aan dat hij onderdeel was van een campagne van intimidatie van de premier die bedoeld was de vrijheid van meningsuiting de kop in te drukken. De Israëlische openbaar aanklager tikte Netanyahu op de vingers vanwege zijn bemoeienis en legde nadrukkelijk een verband tussen het ingrijpen van de premier en de aankomende verkiezingen.

Of dat nog niet genoeg is haalde Netanyahu zich ook de woede van de Denen op de hals door na de aanslag in Kopenhagen een oproep aan Europese Joden te doen om massaal naar Israël te emigreren. Dat hij blijkbaar een recente aanslag van moslims in Jeruzalem waarbij vijf mensen om het leven kwamen over het hoofd zag weerhield de premier er niet van 40 miljoen euro beschikbaar te stellen om de migratie mogelijk te maken. Alles is blijkbaar geoorloofd om in the picture te komen en te blijven.

Zijn acties leggen Netanyahu vooralsnog geen windeieren. In de laatste peiling staat zijn Likoed-partij op 27 zetels. Dat zijn er weliswaar 4 minder dan bij de verkiezingen in 2013, maar het is voldoende om de grootste partij van het land te blijven.