Wetenschappers waarschuwen: aids-strijd is nog niet gestreden

In de westerse wereld lijkt het hiv-virus – dat aids veroorzaakt – onder controle. Medicatie, waaronder aids-remmers, weten de ziekte in toom te houden, en ook wordt er veelal preventief tegen aids gevochten. In Amsterdam startte onlangs nog een proef waarbij preventieve medicatie werd verstrekt aan risicogroepen (homomannen, transgenders). Maar niet overal op de wereld gaat het zo goed.

Op sommige plekken lijkt de tijd stilgestaan te hebben, sinds de eerste aids-uitbraak van de jaren tachtig. Het virus is door gebrek aan voorlichting en medicijnen nog even dodelijk als dertig jaar geleden in bijvoorbeeld Oeganda, waar het aantal nieuwe hv-infecties flink toenam: van 90.000 in 1999 tot 170.000 in 2011.

Maar ook op het Aziatische continent, in Indonesië, grijpt het hiv-virus om zich heen. Hier steeg het aantal (nieuwe) geïnfecteerden tussen 2005 en 2013 met vijftig procent. De verontrustende cijfers zijn reden tot alarm. Doktoren en wetenschappers van de samenwerkende hulporganisaties UNAIDS en de Lancet Commission zijn het er over eens dat mits er niet grondig geïnvesteerd wordt in de bestrijding van aids en hiv, de derde wereld in groot gevaar kan zijn.

Het doel van UNAIDS was altijd al om aids voor het jaar 2030 uit de wereld te hebben. Maar ondanks alle goede wetenschappelijke vorderingen lijkt het gebrek aan succes te wijten aan de slechte financiële situaties waarin de met name veel Afrikaanse landen verkeren. Om de hiv-crises in de zwaarst getroffen landen onder de duim te krijgen, moeten de regeringen naar schatting zo’n 2 procent van hun (toch al schamele) bbp besteden aan de bestrijding van hiv en aids, en voorlichting.

Combineer dat financiële probleem met een explosieve bevolkingsgroei en een bevolking die (om verschillende redenen) nog steeds niet aan het makkelijkste preventiemiddel van besmetting – het condoom – wil toegeven, en het wordt duidelijk dat hiv helaas nog even onder ons zal zijn.