De kromme verhoudingen in het Afrikaanse rugby

Het WK Rugby in Engeland is in volle gang. Het Afrikaanse continent levert twee deelnemende landen. Favoriet Zuid-Afrika hoopt zich zaterdag te herstellen van de onverwachte nederlaag tegen Japan. Buurland Namibië verloor haar eerste twee groepswedstrijden en lijkt al uitgespeeld. Toch is er een opvallende overeenkomst tussen beide selecties.

Zowel de Zuid-Afrikaanse spelersgroep als die van Namibië bestaat overwegend uit blanke spelers. Hetgeen niet representatief is voor de bevolkingsopbouw in het land. Slechts acht van de 31 spelers in de selectie van Zuid-Afrika hebben een donkere huidskleur, terwijl de bevolking voor meer dan negentig procent uit donkere Afrikanen bestaat. Bij Namibië loopt de verdeling helemaal mank: hoewel slechts zes procent van de ruim 2 miljoen inwoners blank is, zijn 28 van de 31 rugbyers blank.

Racisme? Of liggen er andere redenen aan ten grondslag?

De bonden van de twee landen verklaren dat de huidige situatie hen ook een doorn in het oog is. De Zuid-Afrikaanse bond (SARU) heeft zichzelf als doel gesteld om het team in 2019 voor de helft uit niet-blanke spelers te laten bestaan. Er is bij het land sowieso een positieve ontwikkeling te ontwaren. Ten tijde van de eerste gewonnen wereldtitel in 1995 – kort na het einde van de Apartheid – behoorde er slechts één donkere speler tot de selectie. Toen de Springbokken zich in 2007 opnieuw tot kampioen kroonden, waren dat er nog maar twee.

In Namibië zijn de cijfers schrijnender. Sinds het land in 1990 onafhankelijk werd van Zuid-Afrika speelde het meer dan honderd rugbyinterlands. In die wedstrijden kwamen in totaal slechts tien verschillende donkere spelers in het veld namens de Welwitschias. In het buurland van Zuid-Afrika is ook meerdere malen gesproken over het instellen van een quotum – waarbij veertig procent van de selectie uit donkere spelers zou moeten bestaan. Tot op heden is deze regel nog niet officieel van kracht, maar ook voor de Namibische bond (NRU) is het rechttrekken van de verhoudingen naar eigen zeggen een heet hangijzer.

diversiteitnamibie_HP
Het gebrek aan diversiteit in het Namibische rugbyteam is goed zichtbaar op de officiële website van het WK

Als de bonden het zo belangrijk vinden, waarom kost de ontwikkeling dan zo veel tijd? Oregan Haskins, hoofd van de SARU, legt de schuld bij de opleiding: “Slechts tien procent van de jeugd komt op de basisschool in contact met de sport. Op de middelbare school is daar nog maar een klein deel van over. Het is uit die groep dat wij onze selectie moeten maken.” Donkere spelers hebben vaak niet de mogelijkheden zich aan te melden voor goede scholen. De belangrijkste scholen waar rugby wordt gespeeld, zijn over het algemeen gesitueerd in de blanke gedeelten van het land.

Ook in Namibië worstelen ze met dat probleem. “Er zijn plannen onderweg om deze situatie om te draaien,” stelde bondsvoorzitter Sybrand de Beer in februari van dit jaar. “De bond zal concrete programma’s introduceren op verschillende scholen. Clubs in het hele land worden verplicht om een goede jeugdopleiding aan te bieden. Door het aanbieden van betere faciliteiten hopen wij de toegankelijk te vergroten en de sport populairder te maken onder donkere sporters.”

Hoewel de intenties van de bonden goed lijken, ligt de basis van de kromme verhoudingen in de sociaal-economische situatie van de landen. Of zoals de Zuid-Afrikaanse politieke analist Aubrey Matshiqi het zegt: “Sport kan ons land samenbrengen, maar ook verdelen. Het is een reflectie van onze economische realiteit. Voetbal is met afstand de grootste sport in Zuid-Afrika, maar het heeft maar een fractie van de sponsorinkomsten van het rugby.”