Recensie: The Martian, leuk college astrofysica maar erg ondermaats (**)

De honger naar populaire wetenschap is nog nooit zo groot geweest. Naar de DWDD-colleges van professor Robbert Dijkgraaf kijken ruim een miljoen mensen en op het internet wemelt het van de populair-wetenschappelijke blogs. Het nieuws van stromend water op Mars sprak deze week dan ook zeer tot de verbeelding. Mars is hot. En dat komt de makers van The Martian goed uit.

Wat doe je als je tijdens een ruimtemissie op Mars na een enorme storm voor dood wordt achtergelaten door je collega-astronauten? Voor astronaut Mark Watney (gespeeld door Matt Damon) is het duidelijk: volgens de beste Amerikaanse traditie jezelf beetpakken en optimistisch werken aan een uitweg. Of in Marks woorden: “I have to science the shit out of this.

Dus gaat Watney aan de slag om te overleven; via een scheikundig proces maakt hij water en opgeslagen poep van de bemanning gebruikt hij als kunstmest voor het kweken van aardappels. Ondertussen probeert hij contact te leggen met de aarde, waar, in het NASA-hoofdkwartier, iedereen al uitgaat van zijn dood. Als het Watney toch lukt om de communicatie op te starten, komt een grote reddingsoperatie op gang met de hulp van de CNSA, de Chinese ruimtevaartorganisatie. Een slimme zet om de kaartjesverkoop in China te stimuleren. Vanuit Europa en Rusland blijft het in The Martian namelijk angstvallig stil.

Matt Damon in The Martian

Matt Damon in The Martian

Vooral het realistische karakter van The Martian wordt geroemd. De experimenten die Watney uitvoert om zichzelf in leven te houden en van Mars af te komen, zouden grotendeels wetenschappelijk juist zijn, zoals ook Christopher Nolans Interstellar van wetenschappelijk gegrond was door de hulp van de natuurkundige Kip Thorne. Op zich een interessant gegeven voor een Hollywoodblockbuster, maar het maakt The Martian nog niet tot een goede film. Wat daarvoor nodig is is drama of overtuigende actie, waaraan het de film van regisseur Ridley Scott (Alien, Blade Runner) ontbreekt.

Geen moment heb je een idee wat er in het hoofd Watney omgaat, hoe hij zichzelf staande houdt en wat eenzaamheid en isolatie met de mens doen. Een film als Moon van Duncan Jones doet dat wel, waardoor de ruimtevaart slechts een decor werd waarop het personage zich kon ontwikkelen. In The Martian is het net andersom: hier is de hoofdpersoon niet meer dan een inwisselbaar figuur om de wetenschappelijke vooruitgang over het voetlicht te brengen. Niet voor niets is de ‘all-American boy‘ Matt Damon hiervoor gecast. Geen superheld – met enige spot noemt hij zichzelf één keer Iron Man – maar iemand waarmee iedereen zich kan identificeren. Met de eigen groentekweek kan zelf de randstedelijk hipster zich in Watney herkennen.

The Martian is een eendimensionale film, zoals meer recent werk van Ridley Scott (Prometheus, Exodus: Gods and Kings). Dat de film niet helemaal verzandt, is te danken aan het uitstekende camerawerk en een degelijke performance van Matt Damon. Maar de film is niet echt overtuigend. Storend is ook het videoblog dat Watley bijhoudt, waardoor de kijker alles krijgt voorgekauwd.

The Martian is zo niet meer dan een leuk wetenschapscollege met de dramatische diepgang van een plasje water. Storm in een plas water, zullen we maar zeggen.

film2