De gedoemde liefde tussen Loesje Hamel en Jan Cremer

In de winter van 1959 ontmoet Jan Cremer Loesje Hamel, later beroemd en tragisch jong overleden model en zangeres. Een voorpublicatie uit Sirenen, zijn relaas van hun dramatisch verlopen liefdesaffaire, die met tussenpozen tien jaar in beslag nam.

Mijn lief,

Laten we er in godsnaam mee ophouden. Ik houd van je. Maar zo kan het niet meer. Jij wordt gek, ik word het en niet te vergeten die anderen. Gister heb ik gezien, dat je niet langer dan twee dagen zonder Hester kunt. Goed, dan trek ik me terug. Ik houd verschrikkelijk veel van je, maar er ontstaat door al die toestanden een soort van wantrouwen. Hester zal waarschijnlijk niet eens weten dat ik weer bij je ben. Je zult ongetwijfeld zeggen dat je zo hard werkt en dat je daarom alleen wilt zijn, maar dat je haar ’s avonds komt zien. Nou ja, van al deze gedachten word ik gek. Het liggen wachten, uren, als je minnares maakt me krankzinnig. Laat me alsjeblieft maar met rust voortaan.

Jan Cremer