Voorpublicatie: Machteld, de muze van Karel Appel

Iedere grote kunstenaar heeft een inspiratiebron. Voor Karel Appel was dat zijn grote liefde Machteld, frêle, belezen en altijd tiptop gekleed, een rustpunt in zijn bezeten leven. Tot haar dood op 35-jarige leeftijd. Zijn schilderkunst zou nooit meer hetzelfde zijn. Een voorpublicatie uit Machteld – De muze van Karel Appel van Babette Cremer-Sijmons.

Als ik voor het schilderij sta, zie ik de hoed, de zonnebril, haar armen en de brede dijen, de dynamiek van de trefzekere hand van Appel, die met één rake tubelijn de contouren in een verfsliert schrijft. Het doek heeft vaart, de figuur is trefzeker. Mijn gedachten keren terug van de mystieke en vertrouwde geur van olieverf naar het onderwerp, de persoon, de muze van Karel Appel, onze geliefde Machteld.


De band tussen mijn familie en Appel dateert van begin jaren vijftig, en is ontstaan toen mijn vader mijn moeder introduceerde bij Appel in het atelier aan de Rue Santeuil in Parijs. Omringd door de geuren van olieverf en armoede was zij plotseling als verlamd. De verpletterende indruk en golf van geluk die ze kreeg bij het zien van zijn werk deed haar naar mijn vader uitroepen: “Ik ga niet weg zonder een doek!” Ze wees op een vierkant schilderij. Dat was volgens Appel toevallig net het duurste. Het betekende dat ze rechtsomkeert moesten maken naar Amsterdam, want de driehonderd gulden die ze voor hun reis gespaard hadden, was in één klap op. Die nacht brachten ze bezield rechtop zittend door in hun eenvoudige hotelkamertje. Met aan het voeteneind van het twijfelaartje hun nieuwe aanwinst: het nog natte olieverfschilderij Hond en Vis. Er zouden er nog vele volgen. En daarbij ook de schulden. Tot ver in de jaren zeventig zouden we nog bij Appel in de schuld staan, maar wat hadden we een vrolijke jeugd, vol kleur en gedrenkt in de hemelse warme geur van olieverf en terpentijn. Halverwege de jaren vijftig bracht Karel zijn nieuwe liefde Machteld mee naar het huis van mijn ouders aan de Johannes Vermeerstraat. Mijn vader, Karel Lodewijk Sijmons, architect van onder meer de Atelierwoningen Zomerdijkstraat, had ondertussen grote opdrachten gekregen voor banken, kerken en ziekenhuizen en liet de met hem bevriende en door hem bewonderde beeldend kunstenaars deel uitmaken van de ruimten. Zo had Appel de achttien meter lange ramen bij de Spaarbank aan het Singel in Amsterdam ontworpen, en de ramen met de wandschildering in de Paaskerk in Zaandam, waar al meteen een enorme rel over ontstond. Tijdens de opening moest er een kamerscherm aan te pas komen; Appels werk was immers het werk van de duivel!
Daarom waren ze vaak bij ons thuis te vinden, de vrienden en kunstenaars. Zoals de Spaanse schilder Antonio Saura die een groot raam in de Thomaskerk toebedeeld kreeg, Pinot Gallizio, Shinkichi Tajiri, Jean Tinguely en Niki de Saint Phalle, de beeldhouwers Jacques Lipchitz en Étienne Martin, maar ook schrijvers en museumdirecteuren als Bert Schierbeek, Willem Sandberg en vele anderen.
Het was altijd een spannende va-et-vient in het huis aan de Johannes Vermeerstraat en bij de ontmoetingen elders, op tentoonstellingen en ateliers. Iedereen werd aangeraakt door Appels magie en werk. In die turbulente sfeer, met woest paletmes en kwast, was Machteld – als zij niet hoefde te werken als vaste mannequin van Cristóbal Balenciaga – een eiland van kalmte. Onverstoorbaar op de achtergrond las zij haar boeken en voorzag af en toe de schilder van zacht commentaar. Zij was het rustpunt in zijn bezeten leven, waarin hij alles en iedereen opslokte. Zijn creatieve honger was niet te stillen. Eens liet hij ons trots zijn schilderijen zien, volgebouwd met plastic babypoppen: “Popart… allemaal van mij gepikt.” De wijze humorvolle Machteld met haar stille lachje, gaf hem heel diplomatiek overal gelijk in en duwde hem zachtjes de richting op die ze wilde. Ze streepte de alinea’s aan in de boeken die voor hem belangrijk waren, want Karel las niet.
De frêle Machteld bezat een bijzondere chic, die zat in haar bewegingen, haar elegante gebaren, haar stem en zoals ze rookte. Ze sprak alle talen. De combinatie met de Amsterdamse tongval sprekende, veel grovere Karel, maakte hen tot een exceptioneel stel. En zo reisde de Schilder de wereld rond met zijn beeldschone Muze. Ik koester de vele herinneringen, zoals het afscheid bij de boot naar Amerika, het ophalen op Schiphol, wat Machteld droeg. Alles staat tot aan de dag van vandaag op mijn netvlies. Zoals ze in haar bontjasje stond, met de kleine poedeltjes Koekie en Piefje. De een in haar arm als een bijou en de ander aan de lijn aan de andere kant, wachtend op de bagage. Met haar rookte ik mijn eerste Gauloises. Zij nam me mee naar een Parijse kapper en ik kreeg mijn eerste Parijse kapsel. Ze kleedde me naar de nieuwste mode, want zij zag in mij de dochter die zij niet hebben zou.

De band die mijn moeder had met Appel was zeer sterk; de liefde voor zijn werk vormde weliswaar de absolute basis, maar ze waren van hetzelfde bouwjaar, allebei geboren Amsterdammer. Groot, kleurrijk en beiden met een enorm gevoel voor humor. Kortom, het leven. Een onverslaanbare vriendschap, door dik en dun, die bij tijd en wijle als ‘een voor allen en allen voor een’ gekenschetst kon worden.
Ze hadden allebei de hongerwinter overleefd, dus deelden zij een voorkeur voor zoetigheden. Bij bezoeken aan de Rue Brézin werd dan ook vaak het ontbijt overgeslagen om meteen over te gaan op de taart die we uit Holland hadden meegenomen. Van het leven moest genoten worden, meenden zij als oorlogskinderen, binnen is binnen. Daar in dat kleine atelier in de Rue Brézin vervaardigde Appel zijn naakten, die vrijwel onmiddellijk op transport gingen richting Londen.
Karel had daar bij galerie Gimpel Fils de tentoonstelling van de zeven naakten. Al bij de opening legde mijn moeder, volkomen verliefd op alwéér een nieuw werk, een claim op de Machteld. Appel belde daags na de opening en zei: “Tony, Edy de Wilde heeft nét het doek gekocht, dat is beter voor mij want dan hangt het in het Stedelijk.” (De Wilde, de zojuist aangetreden directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam, was blijkbaar ook meteen gegrepen door de Machteld.) Dat ging niet gebeuren, besliste mijn moeder. Ze nam het eerste vliegtuig naar Londen, naar Peter Gimpel, een gentleman zoals er maar weinig waren in de kunstwereld. De handshake bleek heilig. Dezelfde dag vloog ze terug, op zoek naar De Wilde in het Stedelijk, en bleef wachten voor zijn kantoorkamer om hem nog eens te verzekeren dat de onderhandse deal met Gimpel niet doorging. De Machteld was van Sijmons en daarmee basta! Het doek is sindsdien niet meer het huis uit geweest.

De zwaar vervuilde lucht van Parijs bracht Karel ertoe het Château de Molesmes te kopen, nabij Auxerre, waar Machteld al haar dieren kon houden en haar zware literatuur kon lezen. Met haar in het huis had Karel de innerlijke rust om tot de mooiste en sterkste werken te komen. Zij was er wel, maar op de achtergrond aanwezig, de ideale vrouw voor een kunstenaar.
In 1969 ging ze met Karel naar New York. Ze was doodmoe, vertelde ze, maar het zou daar wel overgaan. Het ging niet over, ze werd heel ziek en werd onmiddellijk opgenomen. In het New Yorkse hospitaal kon zij de slaap niet meer vatten op zaal door de van pijn zingende zwarte vrouwen. Met vereende krachten werd ze naar Amsterdam gehaald, waar ze de nieuwste behandelingen onderging.
Machteld stierf een half jaar later op 35-jarige leeftijd. Al die tijd van haar ziekte heeft zij de weekenden doorgebracht in ons huis aan de Johannes Vermeerstraat, op de bank, onder haar portret. We bleven hoopvol; soms leek het beter te gaan. Maar toch, zo mooi, zo broos in de kussens, moest ze na maanden de strijd opgeven.
Karel was na de dood van Machteld als lamgeslagen. Hij nam moedwillig afstand van zijn vrienden en omringde zich met figuren aan wie hij normaal gesproken niet veel tijd zou besteden. De onrust nam weer toe en dat was volgens ingewijden te zien in zijn werk. Hij werkte en werkte, alles, om maar niet te hoeven denken. Zijn schilderkunst zou nooit meer die kracht, die levenslust die ik in de Machteld herken, uitstralen. Het was alsof zijn kompas was gebroken.
Het schilderij is er gelukkig nog wel. Het doek, de Machteld, een tastbaar werk uit mijn jeugd dat een van de belangrijkste persoonlijkheden uit mijn leven verbeeldt. De vrouw die ik aanbad en die ik wilde zijn, de muze van een groots schilder./

Babette Cremer-Sijmons Machteld – De muze van Karel Appel Waanders & de Kunst / Museum de Fundatie, €17,50. Het boek verschijnt op 16 januari 2016 bij de opening van de gelijknamige tentoonstelling in Museum de Fundatie, Zwolle.