De ster voor Jett Rebel

Bij het woord ‘muziekjournalist’ denk ik aan lelijke oude mannen die op hun zolderkamertje met hun tong uit hun gore bek uit pure frustratie alles afzeiken wat normale mensen leuk vinden. Een tamelijk vreemd beeld; ik ben zelf muziekjournalist, ik ken de meeste van mijn collega’s en we zijn stuk voor stuk vriendelijke knapen (m/v) die vooral hun enthousiasme delen. Natuurlijk gooien we er af en toe een snedige tweet uit over Muse of U2 of Kensington of whatever band we love to hate, maar bovenal delen we onze liefde voor muziek

Afbrandrecensies schrijf ik met pijn in het hart. Zojuist moest ik eraan geloven. Bloc Party was het slachtoffer. Ik weet dat niemand van die band Trouw leest en toch haat ik het om ze op de feiten te drukken – of op wat volgens mij de feiten zijn, namelijk dat ze een enorm slecht album hebben gemaakt, en dat voor de derde keer op rij.

Knock-out
Om te lezen vind ik één-sterrecensies dan wel weer leuk. Je draagt niet de verantwoordelijkheid en proeft wel het genoegen je eraan te verkneukelen. De beste recensenten doen het als een bokser die zijn zwakke tegenstander al na tien seconden knock-out zou kunnen slaan, maar dat omwille van het publiek niet doet – niemand vindt het leuk om drie tientjes neer te leggen voor 22 seconden actie. Je geeft een paar kleine tikken, je laat de ander terug in de wedstrijd komen, incasseert zelf wat speldenprikjes, komt dan met een salvo rake klappen totdat je tegenstander wankelt en dan is het tijd voor het laatste zetje, waarbij je keuze hebt uit een lullig duwtje en een genadeloos harde uppercut. Dat is smullen. Daar kan geen vijfsterrenrecensie tegenop.

Bijkomend voordeel is dat een één-sterrecensie de interesse wekt. Zou het echt zo slecht zijn? Toch eens luisteren. Wat dat betreft is één ster beter dan twee of drie, waarschijnlijk beter dan vier, misschien zelfs dan vijf.

Jett Rebel
Over het nieuwe album Truck van Jett Rebel had ik het een en ander gelezen. De meningen schommelden tussen wel aardig en best oké. Dat scheelde, zo’n plaat kon ik prima missen. Ik was toch al niet zo onder de indruk van die jongen. Natuurlijk, zijn podiumpresentatie is zonder meer prijzenswaardig. Hij kan een show van drie uur dragen, waar veel leeftijdsgenoten al moeite hebben met een setje van veertig minuten. Zijn studio-opnames vond ik daarentegen altijd te voorzichtig, te ongevaarlijk, te behouden. Het lukte me maar niet de genialiteit te ontdekken die anderen hem toeschreven.

En toen kwam er een vernietigende recensie door Norbert Pek in Nieuwe Revu.
‘Het klinkt als een onaffe demo,’ schrijft hij.
‘Geregeld smeken zijn uithalen om een nieuwe take. Die uiteraard niet komt.’
Truck is op z’n best Spinal Tap-grappig.’
‘Het is voldoende om zelfs de grootste fan van je te distantiëren, ook al heeft hij een Jett Rebel-tattoo op z’n voorhoofd.’

Kijk, dat maakt nieuwsgierig. Als Pek verderop lyrisch spreekt over Jett Rebels eerdere werk, waar ik dus juist niet van onder de indruk was, besluit ik Truck op te zetten. Wat blijkt? Juist het onaffe, de chaos, het demogehalte dat Pek zo afschrikt, is wat mij erin aantrekt. Dat betekent niet dat Pek ongelijk had. Wel dat hij een goede recensie schreef, waarin hij de lezer genoeg ruimte gaf om anders te oordelen. Vijf sterren. En vier voor Jett Rebel.