Neem nooit je hondje mee naar de Chinees

Koopt geen Chineeschen waar! Ik zal u uitleggen waarom, alvorens ik over John de Mol begin die zoals vanochtend bekend werd de nieuwe mediamandarijn van onze gele vrinden wordt.

In Portugal, mijn patrie de coeur waar ik met alle pleizier de vrijwillige balling uithang, wemelt het van de Chinese warenhuizen. Zelfs in het meest onooglijke gehucht in de Alentejo vind je wel zo’n toko met een inwisselbare verveelde Willie Wong achter de kassa.

In de grote stad Olhão, parel van de Algarve, zijn er minimaal zeven Chinese warenhuizen die allemaal identieke rotzooi verkopen. Alleen al van de giftige verflucht in tot de nok volgestouwde schuren krijg je spontaan neuspoliepen. Alles wat ik er ooit kocht, was kaduuk na eenmalig gebruik. Ik kocht er een spade om mijn landgoed om te spitten, stak het ding in de grond: krak. Van een spijkerbroek van zes euro kreeg ik spontaan beengangreen. Lampen knalden na één seconde uit elkaar. Plastic emmers scheurden zelfs zonder water. Hondenvoer bleek van karton te zijn gemaakt. Een geestige buttplug in de vorm van Mao smolt na twee minuten.

Werkelijk alles, maar dan ook alles wat de Chinees verkoopt is rotzooi. En Willie Wong verkoopt de teringzooi (die behalve waardeloos ook nog eens stervens giftig is) schaamteloos, met die mysterieuze grijns van hem. Garantie tot aan de voordeur. Niet goed, geld weg. Goedkoop = duurkoop.

Het is niet de schuld van de Chinees dat Willie zich als een schimmel vastzuigt op de succumbaire economie van Portugal. Hij profiteert slechts van de economische crisis waarin het land is meegesleurd door Juncker the Drunker en zijn megalomane circuspoedel Frenske. Ik kan mij ook wat genuanceerder uitdrukken (in mijn hoedanigheid van academicus) en zeg dan: het is de schuld van dat duivelse triumviraat van de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank en het Internationale Monetaire Fonds. Die trojka houdt Portugal in een wurggreep maar laat ik niet pessimistisch worden.

Van huis uit heb ik een diepe waardering voor de Chinese medemens meegekregen. Met mijn Rotterdamse moedertje ging ik daags nadat Feyenoord de Europa Cup won (2-1 tegen Celtic) rijsttafelen op Katendrecht. Daar stelde moesje mij voor aan Sing, de pindaman. Hij maakte blokken van karamel en noten en verkocht die op de markt.

Vanmiddag geef ik – uit respect voor mijn moedertje – Willie Wong nog één kans (zelfs de moordenaar aan het kruis kreeg een tweede kans van onze Heere Jezus) en ik ga bij hem een espressomachine kopen, een Chinese versie van de Solis Caffespresso Pro 117. Die kost normaal een zeven meijer, maar de imitatie gaat voor slechts 79 euri over de toonbank. Als het wederom tinnef blijft te zijn, ga ik met mijn drie honden voor de toonbank staan en zing dan keihard deze carnavalskraker van de Twee Pinten: Neem nooit je hondje mee naar de Chinees. Voor blinden is deze klassieker hier te beluisteren.

Wat betreft John de Mol houd ik het kort: na alle vullis die wij van China krijgen, gaat er eindelijk eens wat rotzooi van ons hun kant op.

Neem nooit je hondje mee naar de Chinees
Of het een herder is, een boxer of een kees
Neem nooit je hondje mee naar de Chinees
Want voor je ’t weet dan zit ’t beest in de satees

Mag ik uw bamibal eens zien, ik ben m’n hondje kwijt
Is het mijn pekinees misschien, het is een rare tijd
Velgeet die onzin maal
D’l is geen bal van waal

refr.

Nasi rames, babi pangang staat op elke kaart
Eet maar lekker, wees niet bang, het heeft een kwispelstaart
Velgeet die inzin maal
D’l is geen bal van waal

refr.

U zag toch nooit bij de chinees een kip die pootjes gaf
Een pekinees in de satees, dat is toch al te maf
Velgeet die onzin maal
D’l is geen bal van waal

refr.