De Brexit-discussie gaat eigenlijk maar over één principiële vraag

‘Wij willen voor een redelijke prijs kunnen blijven touren door Europa, en dat jullie voor een redelijke prijs naar Groot-Brittannië kunnen blijven komen. Zeg het tegen je vrienden en familie dat ze voor de EU moeten stemmen komende week!’

Meet Mattie Vant, leadzanger van VANT, afgelopen weekend op het hoofdpodium van het Best Kept Secret-festival. Het statement van de tienerrocker uit Londen viel in goede (natte) aarde bij het aanwezige publiek dat overigens voor een derde uit Belgen bestond.

De argumenten van voor- en tegenstanders van een Brexit zijn op twee zaken gebaseerd: angst en geld. Volgens voorstanders storten de Britten heel Europa in een volgende financiële crisis, met alle (politieke) gevolgen van dien. De PVV concludeerde al eens in een niet zo onafhankelijk rapport dat het ons land juist geld zou opleveren en waarschuwt dat we ons moeten verzetten tegen de Brusselse heerschappij. Volgens de VANT-volgers positioneer je jezelf buiten de Europese economie en doet men vanuit de EU geen zaken meer met je – of brengt het grote kosten met zich mee.

Het probleem met de argumentaties van beide kampen is dat het speculatie is. Een uittreding – zeker van een land met de omvang van Groot-Brittannië – is nog nooit voorgekomen. De gevolgen zijn nauwelijks in te schatten, zoals je de kosten van de Noord-Zuidlijn of de Hogesnelheidslijn ook niet goed kunt voorspellen. Dit zijn projecten die nog nooit zijn uitgevoerd en nooit opnieuw worden gedaan, je weet niet waar je halverwege het boren tegenaan zult lopen.

Dat maakt de Brexit-discussie op het eerste gezicht een principiële discussie. Als je de gevolgen niet kunt voorspellen kun je vrijuit, op basis van je overtuiging, een beslissing maken. Het probleem is alleen dat een lidmaatschap van een club (de EU) niets met principes te maken heeft. Zelfs verstokte PVV-aanhangers zijn niet tegen samenwerking met andere landen. De achterliggende principiële discussie is in hoeverre je bereid bent hiervoor soevereiniteit op te geven. En daar zijn helaas op dit moment maar twee smaken in: wel of geen EU-lidmaatschap. Alles of niets, terwijl de grootste groepen zich niet aan de randen van het spectrum bevinden.

Leerzamer dan een Brexit- of Nexit-referendum – waar een kleine meerderheid van de Nederlanders voorstander is volgens het EenVandaag-opiniepanel – zou het zijn als burgers op een schaal van 1 tot 10 mogen aangeven hoe zij de balans ‘veel samenwerking – weinig samenwerking’ willen leggen alsook de die van ‘veel soevereiniteitsoverdracht – weinig soevereiniteitsoverdracht’. Dat gaat écht over principiële vraagstukken en biedt veel meer ruimte voor nuance.