Crisis? What crisis?

Onze koning heeft het in de troonrede uitgesproken: de crisis is voorbij. Dan moet het wel zo zijn. Maar klopt dat? Op het eerste gezicht wel. Op het tweede gezicht niet.

Vanochtend maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bekend dat het consumentenvertrouwen in Nederland aanzienlijk is gestegen. Een kritische noot: in november 2015 (9) was het consumentenvertrouwen hoger dan vandaag (8). Ook kopen we meer, vooral kapitaalgoederen zoals huishoudelijke apparaten en auto’s.

Desalniettemin was de stijging in juni vorig jaar sterker: 2,3 procent ten opzichte van een jaar eerder. Nu is die groei 2,2 procent.

Kijken we wat verder dan de ronkende koppen dan zien we dat consumenten een negatief cijfer toekennen (-/- 8) aan hun financiële situatie in de afgelopen twaalf maanden. En ook het vertrouwen in de komende twaalf maanden is klein: een -/- 3. Vrij vertaald: het gaat minder slecht met ons, maar we denken dat de ellende nog niet achter de rug is. Laten we het voorzichtig positivisme noemen.

Willem-Alexander mag de troonrede dan hebben voorgelezen, hij blijft een marionet van dit kabinet. De tekst reflecteert vooral het wensdenken van VVD en PvdA, die de schade beperkt proberen te houden in aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen.

Intussen blijft de werkloosheid historisch hoog en zijn oplossingen ver weg. En dan heb ik het nog niet over de definitie-diarree waarvan we ons te weinig bewust zijn. Elke maand lezen we over een groeiend aantal banen. Maar het aantal uren per baan neemt al jaren af, steeds meer mensen redden het niet met één baan. Over heel 2015 was er voor het eerst sprake van een cao-loonstijging die hoger was dan de inflatie (1,4 procent loonstijging versus 0,6 procent inflatie) maar tussen 2010 en 2015 stegen de cao-lonen met 6,1 procent terwijl de inflatie 9,2 procent bedroeg. Werkenden zijn, wat betreft hun koopkracht, dus nog steeds niet terug bij af.

Intussen nemen in 2016 de stijgingen van de lonen alweer af. Bovendien: wat heb je eraan als je aan verkeerde kant van de arbeidsmarkt staat? Of als je spaargeld minder opbrengt dan de inflatie? Of als je pensioen al jaren niet indexeert, of zelfs maar in euro’s wordt verlaagd?

Stellen dat de crisis achter de rug is; daar moet je wel politicus voor zijn. Of beter gezegd, een regerend politicus.