Hoe onze hoedenhysterie in ’77 begon met Erica Terpstra

Wekelijks neemt HP/De Tijd de wereld voor mode en trends kritisch onder de loep. Deze week: de hoeden op Prinsjesdag.

Staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken en Werkgelegenheid)
Staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken en Werkgelegenheid)

Laat ik toch altijd gedacht hebben dat de hoedjesparade van de vrouwelijke volksvertegenwoordigers zo oud was als Prinsjesdag zelf (anno 1814), maar dat kan natuurlijk helemaal niet: toen wáren er nog geen vrouwen in de politiek. Het is een vrij recent verschijnsel, in gang gezet door Erica Terpstra als kersvers kamerlid in 1977. Zij droeg een hoed ter ere van koningin Juliana en ze vond het jammer dat de rest van de dames ‘opging in de grijze massa’. In de jaren daarop volgden steeds meer vrouwen haar voorbeeld en tegenwoordig is Prinsjesdag voor velen gelijk aan gekke-hoedjesdag. Rijksbegroting…? O, dát….

Vooral de laatste jaren is de hoed ook vaak een politiek statement. Denk aan SP-Kamerlid Krista van Velzen met haar anti-bontmuts en haar vliegtuighoed (‘Dit kabinet ziet ze vliegen’ – vat u?) en Marianne Thieme wist de aandacht al velen malen naar zich toe te trekken met bijvoorbeeld haar anti-jagershoedje (tegen de jacht – duh) en haar zwarte koksmuts (iets tegen vis. Of juist vóór).

Maar goed, Prinsjesdag 2016, de hoeden.

De goed van Carla Dik-Faber (CU).
De hoed van Carla Dik-Faber (CU).

Het blijft altijd een beetje wringen tussen de Nederlandse vrouw en de hoed. Dat hele kopje/maaiveld en ‘doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg’ blijft er altijd tussendoor schemeren. En sommige vrouwen hebben nu eenmaal geen ‘hoedengezicht’, zoals mijn oma dat noemde. Zie Erica T. met die bolle toet – dat ‘hoedt’ niet lekker. Of ze missen de schwung en voelen zich niet op hun gemak met zo’n ding op hun hoofd. En soms ziet de hoed in kwestie er gewoon niet uit. Zo droeg Carla Dik-Faber van de CU een jurk en hoed gemaakt van opgevist afval, oude visnetten en vissenleer om hulde te brengen aan de Urker vissers; op zichzelf natuurlijk prijzenswaardig, maar waarom dan dat rare doosje op haar hoofd? Edith Schippers deed het beter met haar vilten flaphoed met uitgestanste vlinders (overstapje naar GroenLinks misschien?) en Marianne Thieme hing weliswaar weer de malle meid uit met haar herenhoed (iets met de man/vrouwverhouding in de politiek), maar eerlijk is eerlijk: hij stond haar schattig. Hoedengezicht!

De meeste vrouwen deden het keurig; veel sisal en organza, beetje saai, maar kéurig, alhoewel ik wel erg veel los haar zag: hoedenzonde nummer één! En als je een hoed schuin draagt, dan draag je hem naar rechts gekanteld. En niet omdat ik het zeg, maar dat is etiquette-technisch zo bepaald: de heer loopt aan de linkerzijde van de dame en zo kijkt hij niet tegen haar hoed aan. Niemand die daar ooit aan denkt en geen mens die het nog belangrijk vindt, maar we zijn nou toch bezig, dus dan maar meteen goed.

En de hoed van Máxima? Eén van de gevoxpopte mevrouwen langs de route vond het ‘een mooie strooien hoed’. De commentator in de studio deed daar een beetje lacherig over (‘Het is een goudkleurige hoed’), maar ze had wel gelijk: het wás een strooien hoed. Weliswaar een peperdure, maar stro desalniettemin. En keurig naar rechts gedragen. Die meid komt er wel.