Waarom het analoge luxe-horloge voorlopig niet zal verdwijnen

Het luxe analoge herenhorloge lijkt nog lang niet uit het straatbeeld te verdwijnen. En dat is wonderlijk, in tijden van rappe digitalisering, merkt The Guardian op.

Het uurwerk kan tegenwoordig gemakkelijk als een onnodig accessoire om de pols gezien worden. De mobiele telefoon doet het werk van het horloge namelijk al, en accurater dan zo’n horloge zelf. Toch is dat niet te zien aan de verkoopcijfers.

In een longread van The Guardian legt Simon Garfield haarfijn uit waarom het dragen van de tijd om je pols altijd nog belangrijker is dan de tijd die het toestel in je broekzak aangeeft. Vorig jaar werden er wereldwijd 28,1 miljoen Zwitserse horloges verkocht, met een totale waarde van 19,7 miljard euro. Onder deze horloges uit Zwitserland vallen onder meer Rolex en Maurice Lacroix.

Vorige daalden de verkoopcijfers van ‘normale’ analoge horloges iets, sinds de komst van de Apple Watch; de exportwaarde van de Zwitserse horloges daalde met 3,3 procent. Toch lijkt de Apple Watch geen grote concurrent, afgelopen juli werd bekend dat de verkoop van het technologische snufje alweer gehalveerd is.

Dus. Waarom blijft de verkoop van analoge horloges nog zo populair? En waarom geven mensen zulke grote bedragen voor een horloge uit? De adviesprijs van het goedkoopste model Rolex, de Oyster Perpetual Air King, ligt nog altijd rond de 4.000 euro in Nederland.

Het antwoord op bovenstaande vragen ligt volgens de auteur van The Guardian bij onszelf. Horloges doen veel meer dan je de tijd vertellen, horloges vertellen ons iets over onszelf. Het antwoord op deze vragen heeft betrekking op onze neiging tot extreme fantasie, ons consumptiegedrag aangewakkerd door oogverblindende marketing, onze ongebreidelde en schaamteloze zucht naar uiterlijk vertoon, en onze vernieuwde eerbied voor vakmanschap in een digitale wereld. Het horloge is een statussymbool, een teken van welvaart. En blijkbaar kan daar geen digitaal klokje tegenop.