Ambitie is geen statisch gegeven

In de jaren zestig betekende het krijgen van een kind nog vaak einde oefening voor de carrière van een vrouw. Het kon ook een reden zijn juist een tandje bij te zetten en met je talenten te woekeren. Maar ambitie is geen statisch gegeven.

De eerste bladzijden van Moby Dick heb ik gelezen op de kraamafdeling van het toenmalige Wilhelmina Gasthuis, waarbij ik mijn aandacht verdeelde tussen de deining van dat legendarische monster, rusteloos voortjagend onder het oppervlak, en de eveneens onzichtbare maar minstens zo intimiderende golfslag in mijn eigen binnenzee. De vuistdikke roman van Melville was overigens niet het enige wat ik in mijn weekendtas had gestopt als voorbereiding op het aanstaande moederschap. Ik was zo optimistisch geweest om – behalve een flatteuze nachtjapon en een make-uptasje – ook alle tekstboeken mee te nemen die ik nodig had voor een gevreesd statistiektentamen.

Die stapel lag vooralsnog onaangeroerd op het nachtkastje, terwijl ik zo nu en dan op de grote klok boven de deur probeerde te timen hoeveel minuten er verstreken tussen de ene wee en de volgende; steeds in de hoop dat het tempo zou versnellen en dat iemand me eindelijk zou komen verlossen uit dat naargeestige kamertje, zodat het echte werk kon beginnen.

Al met al dus een ambitieuze onderneming, hoe je het ook bekeek, want bevallen van je eerste kind is waarachtig al zenuwslopend genoeg, zeker als je 21 bent en zelf nog maar net komt kijken. Al die extra ballast om me eraan te herinneren dat het leven na de bevalling gewoon weer door zou gaan, met alle verplichtingen van dien, maakte mijn stemming er niet beter op. Achteraf heb ik natuurlijk spijt dat ik toen niet beter heb opgelet, want zo’n belangwekkende cesuur doet zich meestal maar een of twee keer voor.

Emma Brunt