Het gezin als hoeksteen van de samenleving verkruimelt

We zijn het leven in hiërarchische verhoudingen ontgroeid

Sinds halverwege de jaren zestig gaan we veel informeler met elkaar om en is er een einde gekomen aan de traditionele gezinsstructuur en de vanzelfsprekende autoriteit van de vader. Is het gezin nog wel de hoeksteen van de samenleving?

Hij heeft wel iets weg van Don Quichot, die Sybrand Buma. Met zijn oproep voor een minister voor Familie en Gezin en herwaardering van het gezin als hoeksteen van de samenleving wil hij het ‘doorgeschoten individualisme’ te lijf. De vraag is natuurlijk of het individualisme wel zo doorgeschoten is. Dat is immers vooral een kwestie van perspectief. Feit is wel dat het traditionele gezin als hoeksteen allang niet meer bestaat, althans: het is niet meer het eenduidige begrip dat generaties lang de lading dekte.

Maatschappelijk ijkpunt

Mannetje, vrouwtje en twee kinderen. Vader is de enige kostwinner en snijdt op zondag het vlees en moeder doet de was: dat beeld van het hoeksteen-gezin dragen we al generaties lang met ons mee. Of in de typering van Gerrit Komrij: “Er hangt een geur van bolle appelwangen omheen, van sjoelbakken, steunzolen en moeder, vertel nog eens over Adolf Hitler. (–) Moeder troont in het midden, de kinderen aan haar voeten. Vader rookt en is geen onruststoker. Een tafereel voor een propaganda-affiche.”

Dat gezinnetje dus, dat heeft zijn langste tijd als maatschappelijk ijkpunt wel gehad. Tien procent van de gezinnen in ons land bestaat momenteel uit samengestelde combinaties met tweede keus-partners of stiefpartners. 22 procent betreft – volgens de cijfers van het Nederlands Jeugdinstituut – eenoudergezinnen, en dan hebben we het nog niet gehad over oudercombinaties van twee vaders of twee moeders of over meeroudergezinnen.

Recent werd het advies van de Staatscommissie Herijking Ouderschap voor wettelijke erkenning van het meerouderschap (dat ontstaat na draagmoederschap) door het COC gevierd als een historische overwinning. Het lijkt dus slechts een kwestie van tijd voordat ook gezinnen met drie ouders een wettelijke basis hebben gekregen.

Het gezin als hoeksteen is een product van de negentiende eeuw. De ontluikende vakbeweging ijverde voor betere inkomsten voor arbeiders, die genoeg moesten verdienen om een gezin te kunnen onderhouden. De kinderen werden op jonge leeftijd in het arbeidsproces ingezet, droegen bij aan het gezinsinkomen en waren een mooie pensioenvoorziening voor de magere jaren. Zo ontstond het karakteristieke hoeksteengezin met de man als kostwinner en de vrouw als moeder overste in het huishouden.

Welvaart

“Het heeft alles te maken met welvaart,” zegt socioloog Cas Wouters. “Hoe meer welvaart, des te losser de familiebanden en des te kleiner de gezinnen. Lange tijd heeft dat model prima gefunctioneerd. Het gezin bood namelijk niet alleen financiële, maar ook sociale zekerheid. Het gaf status. Wie vrijgezel bleef, of in een scheiding terechtkwam, verloor aanzien. Het gezin verbond alle sociale structuren. Het was de zuil waarbinnen je opgroeide.”

Wouters: “Het voorkwam dat je aan de ‘verkeerde kant’ van de samenleving terechtkwam. In de standenmaatschappij van vroeger, waar iedereen binnen zijn eigen klasse, geloof en sociale status leefde, vervulden gezinnen regulerende en controlerende functies. Kinderen leefden net als hun ouders in sterk hiërarchische betrekkingen. Iedereen wist zijn plek en hoe zich daarnaar te gedragen. Tot in de jaren zestig was dat model onaantastbaar, want ook al gedroegen steeds meer mensen zich heimelijk anders, ze bleven lippendienst aan het oude model bewijzen. Maar vanaf midden jaren zestig werden die omgangsvormen openlijk aangevallen op grond van krachtige gelijkheidsidealen, emancipatie en individualisme.”

Illustratie: Matthias Giesen