Het hedendaagse familieleven is een waar mijnenveld

Het hedendaagse familieleven kan een waar mijnenveld zijn. Verdwijnende vaders, eindeloos ouder- en kinderschap, kinderen die steeds vaker onterfd worden. Familietherapeut en generatiespecialist Else-Marie van den Eerenbeemt bespreekt de grootste knelpunten. “Een liefdesrelatie kun je beëindigen, maar gedoe in de familie gaat altijd door.”

Onderweg naar Van den Eerenbeemt denk ik als vanzelf aan het gedicht ‘Sterfbed’ van Jean Pierre Rawie. Aan één zin in het bijzonder, wel eens gebruikt in overlijdensadvertenties: ‘ik blijf zijn kind, al word ik eeuwen oud,/ en blijf als kind voor eeuwig in gebreke.’

Van den Eerenbeemt valt de eer toe dat zij ‘de familie’ in sociaal-maatschappelijke zin zo’n beetje (weer) op de kaart heeft gezet. Dat is een verdienste, maar Van den Eerenbeemt wil vooral niet de indruk wekken het familieverhaal te idealiseren. “Ik breng geen ode aan de familie. Het is gewoon een feit dat familie iets heel krachtigs en tegelijk iets zeer kwetsbaars kan zijn. Je kunt door vrienden worden genegeerd of door collega’s in de ban gedaan, maar als je familie niks meer met je te maken wil hebben, dan is dat iets verschrikkelijks wat met weinig anders valt te vergelijken.”

Ze merkt de belangstelling voor family affairs in het algemeen aan de vele opdrachten die zij nog steeds krijgt. Van lezingen tot workshops, media-optredens, colleges, masterclasses en een nog immer bloeien- de, overvolle praktijk – zo mag zij zichzelf graag neerzetten als een soort TomTom in het dikwijls overvolle familiaire wegennet. Veelzeggend vindt ze het voorts dat zoveel tv-programma’s worden gemaakt waarin mensen, BN’ers of niet, op zoek gaan naar de wortels van hun familie. Om over de boeken met speciale familiegeschiedenissen slechts te zwijgen.

Dat is ooit weleens anders geweest. In de roerige jaren van de tweede helft van de twintigste eeuw werd aan ‘vrienden’ en bijbehorende netwerken beduidend meer betekenis gehecht. Familie was je opgedrongen, vrienden koos je zelf. “Het was de tijd,” verklaart Van den Eerenbeemt aan haar keukentafel te Amsterdam, “waarin alles wat met autoriteit, macht en zelfs met gezag had te maken, ernstig werd afgekeurd. Tot diep in de jaren zestig kenden we in de gezinnen ook een bevelshuishouding: vaders en moeders wil waren wet. Ouders werden met ‘u’ aangesproken. Er was afstand tussen ouders en kinderen. Voor de laatsten waren er grenzen, die je hooguit een béétje kon overschrijden. Wat dat betreft ontbreekt het tegenwoordig juist aan grenzen, is het soms totaal grenzeloos.”

Frans van Deijl