Kan de NPO niet verdienen met verkopen topprogramma’s?

Komkommertijd is een prachtig moment om oude discussies een nieuw leven in te blazen. Paul Römer van de omroep NTR vertelde in een interview met de Telegraaf dat hij reclame op de publieke omroep in de ban wil doen.

De tijd die nu nog wordt opgevuld door irritante wasmiddelreclames en onbegrijpelijke aanprijzingen van saaie middenklassers kan dan worden ingenomen door inhoudelijke programma’s. Aangezien twaalf procent van de NPO-zendtijd wordt gevuld door reclame is dat nogal wat. Het plan klinkt sympathiek, maar er hangt uiteraard een prijskaartje aan. Zo’n 180 tot 200 miljoen euro per jaar.

De NPO wordt op hybride wijze gefinancierd. Driekwart komt uit overheidsgeld en ongeveer een kwart is afkomstig van reclamegelden. Voor deze 200 miljoen aan misgelopen reclame-inkomsten heeft Römer gelukkig een oplossing bedacht. De belastingbetaler mag meer bijdragen om reclamevrij te genieten van de NPO.

Daarnaast vindt de omroepbaas dat Radio2 en Radio5 wel opgedoekt kunnen worden, niet geheel ontoevallig zenders waarop de NTR niet uitzendt. Zijn plan is om de reclamegelden in te ruilen voor belastingcenten. De reclame-inkomsten (netto-omzet) van de STER zijn tussen 2014 en 2016 teruggelopen van 232 miljoen naar 201 miljoen euro en de bijdrage van de STER aan de mediabegroting daalde van 218 miljoen naar 187 miljoen euro. De verwachting is dat de STER-inkomsten de komende jaren verder zullen dalen. Met Römers plan wordt een onzekere krimpende inkomstenstroom ingeruild voor een stabielere inkomstenstroom.

Maar waarom moet de belastingbetaler — die gemiddeld steeds minder lineaire tv kijkt — hiervoor betalen? Römers doel is om de ‘commerciële druk’ weg te halen bij de publieke omroepen. De drang om adverteerders te binden zou de publieke omroep ertoe verleiden om programma’s te maken die een groot publiek te trekken. Zonder de commerciële druk kun je volgens Römer kijkcijferkrakers vervangen door experimentele programma’s. “Boer zoekt vrouw en Heel Holland bakt zijn fantastische programma’s, maar we zijn er ook aan verslaafd omdat ze belangrijk zijn voor ons marktaandeel,” aldus Römer.

Dit zijn programma’s die ook prima buiten de publiek gefinancierde omroep levensvatbaar zijn. Waarom verkoopt de NPO deze programma’s niet aan de publieke omroep? Met de opbrengsten kunnen dan de experimentele programma’s bedacht en gemaakt worden, terwijl de reclame-inkomsten kunnen blijven bestaan. Juist dat experimenteren heeft een toegevoegde waarde.

Dat is een luxe die commerciële omroepen zich moeilijker kunnen veroorloven.