Het verbloemen van militaire veiligheid, waar zagen we dat eerder?

Aftreden was afgelopen week de enige optie voor Jeanine Hennis-Plasschaert na het bikkelharde rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) over de missie in Mali. De onverbloemde conclusie was dat ‘Defensie het belang om missies voort te zetten boven de veiligheid van de eigen mensen plaatste’. Waarom klonk me dat zo bekend in de oren?

In een interview met RTL Nieuws weigerde minister Hennis te erkennen dat de Nederlandse militairen onder onveilige omstandigheden hadden moeten werken. Dat terwijl ze inmiddels lang en breed op de hoogte was van de conclusies van de OVV: zowel de veiligheid van de munitie als de medische voorzieningen waren niet op orde. Twee militairen hadden die onveilige situatie met hun leven moeten bekopen na een ongeluk met een mortiergranaat in 2016.

De tekst gaat hieronder verder. 

Bloedige oorlog

De Nederlandse overheid die de veilligheid van militairen rooskleuriger voordoet dan ze daadwerkelijk is. De afgelopen jaren was ik het vaker tegengekomen toen ik me verdiepte in een hele andere missie van Nederland: het behoud van de kolonie Nederlands-Indië van 1945 tot 1949, oftewel de koloniale oorlog. Ik volgde mijn opa’s reis als soldaat in Indonesië aan de hand van zijn dagboeken, foto’s en brieven.

Het was een totaal andere tijd en situatie, maar de regering sprak wel dezelfde verdoezelende woorden als het ging over de veiligheid van de andere soldaten. Voorlichtingsdiensten bepaalden toendertijd zorgvuldig welk beeld verspreid werd over de militaire situatie. De Nederlandse overheid deed voorkomen alsof Nederland orde, rust en humanitaire hulp in Indonesië kwam brengen. In werkelijkheid vochten meer dan 200.000 militairen een bloedige koloniale oorlog uit.

Bloederige taferelen en blije gezichten

Bloedige taferelen werden angstvallig weggehouden uit de bioscoopjournaals en kranten. De Nederlandse bevolking kreeg vooral foto’s te zien waarop Nederlandse soldaten hulp kwamen bieden aan de dankbare Indonesische bevolking. Het onderscheid tussen gewenst en ongewenst beeld is het thema van het boek Koloniale oorlog 1945-1949. Foto’s die wel en niet werden verspreid worden daarin tegenover elkaar gezet.

Blije Indonesische gezichten die zich verzamelden rondom binnentrekkende Nederlandse troepen, dat was het dominante beeld. Foto’s van gesneuvelde soldaten of gevangengenomen Indonesiërs werden gemeden. Niemand mocht de indruk krijgen dat ‘onze jongens’ daar niet veilig waren.

De tekst gaat hieronder verder.

Propaganda-machine

In sommige gevallen werd het enthousiasme van de bevolking zelfs in scène gezet. Dat gebeurde bijvoorbeeld bij een demonstratie van duizenden inwoners in de stad Medan op Sumatra, beschreven door historicus Louis Zweers in zijn boek De gecensureerde oorlog. Het Nederlandse leger deelde rood-wit-blauwe vlaggen uit aan de bevolking. Spandoeken met teksten als ‘Leve koningin Wilhelmina’ kregen ze in de handen gedrukt. Als de camera draaide moesten de demonstranten op bevel hun vlaggen in de lucht steken.

Op de foto’s die niet verspreid werden staat de bevolking wat emotieloos voor zich uit te staren en is van enig enthousiasme geen sprake. Op film leek het een spontane betoging, maar in werkelijkheid was het een zorgvuldig voorbereide propaganda-actie.

De propaganda-machine was destijds uiterst succesvol. Voor mijn opa was het op Java vaak zijn enige bron van informatie en hij nam dan ook blindelings het discours van de Nederlandse voorlichtingsdiensten over. Orde, rust, recht en veiligheid zijn terugkerende begrippen in zijn dagboeken om de missie te verantwoorden.

Een pro-Nederlandse demonstratie ensceneren is anno 2017 gelukkig niet meer mogelijk. De situatie positiever voorschrijven dan deze daadwerkelijk is wordt keihard afgestraft. “Het is onze plicht om herhaling te voorkomen,” sprak Hennis. Hopelijk neemt haar opvolger Klaas Dijkhoff dat advies ter harte.

Ronald Nijboer