De sorry-mode

Er gaat geen week meer voorbij of een publiek persoon biedt openlijk zijn excuses aan, soms voor iets waaraan hijzelf part noch deel had. Wat is er aan de hand?

Daar stond hij dan in de tuin van het Witte Huis: Carl-Henric Svanberg, president-commissaris van olieconcern BP. Hij bood namens alle medewerkers van het bedrijf zijn excuses aan voor het olielek in de Golf van Mexico. Een lek dat nog niet eens is gedicht en waarvan het ontstaan nog volop wordt onderzocht, maar dat in de publieke opinie slechts één schuldige heeft: BP. In dezelfde week nam de Britse premier James Cameron het woord in het Lagerhuis. Hij bood zijn excuses aan voor Bloody Sunday, het bloedbad in Londonderry in 1972 waarbij Britse militairen veertien demonstranten doodden. Ten onrechte, zo is gebleken uit een rapport. Cameron zelf was vijf jaar oud toen het incident plaatsvond. Publiekelijk excuses maken is in de mode. Wie even graaft in zijn geheugen, komt al snel met een lijst van recente voorbeelden: rooms-katholieke geestelijken over het kindermisbruik, de bestuursvoorzitter van Toyota over de technische mankementen, golfer Tiger Woods die live op televisie door het stof ging voor zijn overspel, voetballer Wayne Rooney die sorry zei nadat hij na een slechte wedstrijd op het WK de supporters had bekritiseerd, het OM dat zich verontschuldigde voor de onterechte vervolging van Lucia de Berk. Wie oudere kranten erop naslaat, ziet dat het verleden veel minder van die openbare spijtbetuigingen kende. De vraag dringt zich op wat er is veranderd.

Nicolaus Mills, een Amerikaans historicus, heeft een plausibele verklaring. Hij ziet in de nieuwe excuuscultuur een afspiegeling van ‘een post-Koude Oorlogstijdperk waarin het publieke discours steeds meer de ethiek en de informaliteit van het privéleven aanneemt’. Het tonen van gevoelens en van medeleven is volgens hem een onlosmakelijk deel geworden van de politiek. Bovendien hebben slachtoffers een hogere morele status dan ooit tevoren. Door je gevoelig te tonen voor hun leed, heb je als machthebber heel wat te winnen. In tegenstelling tot vroeger wordt het tonen van berouw bovendien minder gezien als een teken van zwakte. In februari maakte het opperbevel van de NAVO zijn excuus voor een luchtaanval in Afghanistan waarbij per abuis 27 burgers omkwamen. Krijgsheren uit vroeger tijden (van Julius Caesar tot Napoleon en Ulysses Grant) zouden daarover niet hebben gepiekerd.


Het is opvallend dat er nauwelijks nog een verjaringsperiode lijkt vast te zitten aan datgene waarover excuses kunnen worden gemaakt. De Armeense kwestie – de moord op ruim een miljoen Armeniërs die in 1915 door de Turken zou zijn begaan – ligt al bijna een eeuw uiterst gevoelig omdat Turkije de woorden excuses en genocide niet in de mond wil nemen. Toch is er niemand meer in leven die er zelf bij is geweest. De voormalige Britse premier Tony Blair bood zijn excuses aan voor de hongersnood in Ierland in 1841. In 2009 boden leden van een oorspronkelijk Nederlandse kerk in New York excuses aan voor de deportatie en afslachting van de indianen – vierhonderd jaar geleden.

In april kwam de Nederlandse regering met excuses voor Selma Wijnberg, overlevende van het concentratiekamp Sobibor, omdat ze na haar gevangenschap ‘ongepast’ werd behandeld door de Nederlandse autoriteiten. De Amsterdamse historicus Fik Meijer noemde het een ‘prachtig gebaar’, maar wees direct op de vrijblijvendheid ervan; wat is de werkelijke betekenis van een excuus als het om iets gaat dat zo lang geleden heeft plaatsgevonden? In het geval van Selma Wijnberg is er nog iets bij voor te stellen, omdat de persoon in kwestie nog leeft. Maar volgens Fik Meijer moet er met het maken van excuses voorzichtig worden omgesprongen, omdat ze al snel gratuit zijn wanneer ze gaan om iets uit lang vervlogen tijden. Moet Nederland excuses aanbieden voor de slavernij die het in vroeger eeuwen met volle overtuiging bedreef? Desgevraagd verklaarde premier Balkenende dat hij de praktijken van toen in Suriname betreurde, maar het woord excuses nam hij niet in de mond. De slavernij werd in Suriname in 1863 afgeschaft. SP’er Harry van Bommel bood wél excuses aan, maar dat was namens hemzelf. Hij oogstte er applaus mee, maar de vraag is wat zijn woorden nu werkelijk betekenden.


Het excuses maken als individuele burger voor een kwestie waaraan je zelf part noch deel hebt, zagen we ook kort geleden nog. Op Facebook werd een pagina geopend waarop mensen de wereld hun excuses kunnen maken voor de stemmen die Geert Wilders trok bij de laatste verkiezingen. Tienduizenden bezoekers maakten er gebruik van. De verkiezingen kenden ook het ‘u kijkt zo lief’-relletje van premier Balkenende tijdens een RTL-lijsttrekkersdebat. Voor die seksistische opmerking aan het adres van presentatrice Mariëlle Tweebeeke moest hij zijn excuses aanbieden, vond Opzij-hoofdredactrice Margriet van der Linden; Tweebeeke zelf vond dat niet nodig. Balkenende kwam met het waterigste excuus dat er valt te bedenken: hij verklaarde dat hij best bereid was zijn excuses aan te bieden wanneer Tweebeeke daarom zou vragen. Even los van de inhoud: wát Balkenende desgevraagd ook had gezegd, van enige oprechtheid zou geen sprake zijn geweest. Het zou een formaliteit zijn geworden. Wat was de betekenis van het excuus dan geweest?

De drempel om excuses aan te bieden is dus verlaagd. Op zich is dat goed, want na excuses is er nieuwe ruimte om conflicten op te lossen. De tijd dat je als loser wordt beschouwd wanneer je je excuses aanbiedt is bovendien voorbij. Ook dat is winst. Maar jezelf verontschuldigen werkt nog steeds alleen wanneer het op de buitenwereld oprecht overkomt. We hebben niet zoveel aan excuses die naar ons idee niet uit het hart komen. Tijdens de WK-finale van 2006 gaf de Franse stervoetballer Zinedine Zidane een kopstoot aan de Italiaan Marco Materazzi, die hem zou hebben beledigd. Zidane piekert er ook nu nog niet over om sorry te zeggen. “Ik heb iedereen mijn excuses aangeboden: de fans, het elftal, de hele voetbalwereld. Maar ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om me te verontschuldigen bij die bandiet,” zei Zidane onlangs. “Ik sterf nog liever.”


Wat je er ook van mag vinden, types als Zinedine Zidane houden de waarde van het excuus overeind. Soms moet je gewoon geen sorry zeggen, simpelweg omdat je geen spijt hebt.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Mark Traa