Stan de Jong

Stan de Jong (Waalre, 1963) is onderzoeksjournalist en schrijver. Onlangs verscheen ‘De Italiaanse maffia in Nederland’, dat hij samen met Koen Voskuil schreef.

Wat is uw huidige gemoedstoestand?

Ik sta op een kruispunt, omdat mijn vaste aanstelling bij Nieuwe Revu onlangs is beëindigd. Ik moet dus weer iets anders gaan zoeken. Het is spannend. In het bedrijfsleven noemen ze zo’n situatie vooral ‘een uitdaging’ en een kans om nieuwe wegen in te slaan. Dat belooft dus wat.

Aan wie ergert u zich?

Aan calvinisten, milieufanaten, krakers en oppervlakkige mensen die vinden dat Amerikanen oppervlakkig zijn.

Wie zijn uw helden?

Paul McCartney, omdat hij het grootste muzikale genie van de vorige eeuw is en toch altijd zichzelf is gebleven. Schrijver Boudewijn van Houten, vanwege zijn eigenzinnigheid. Margaret Thatcher, omdat ze een krachtige persoonlijkheid was die tegen de tijdgeest in durfde te roeien. En de Tsjechische president Vaclav Klaus. Hij is het liberale licht in een grote, grijze, bureaucratische duisternis.

Lijkt u op uw moeder?

Van mijn moeder heb ik mijn gevoelige kant en mijn liefde voor muziek. Mijn nuchtere verstand, mijn analytische vermogen en mijn gevoel voor humor heb ik van mijn vader.

Wat is uw grootste angst?

Doodgaan. Een plotselinge onverwachte dood lijkt me nog het allerergste, omdat ik op mijn sterfbed graag nog even alles zou willen beschouwen, recupereren en analyseren.

Heeft u ooit een mystieke ervaring gehad?

Hoogstens een déjà vu.

Wat zijn uw dagdromen?

Een bestseller schrijven en dan aan het strand van Cádiz de royalty’s verbrassen, het liefst met een bescheiden harem binnen handbereik.

Waar schaamt u zich voor?

Mijn moeder had de ziekte van Parkinson. Als puber vond ik dat soms genant. Ik was meer bezig met mijn imago dan met het haar lijden. In gezelschap kon ik dan iets zeggen als: “O, daar komt ze weer aangeschuifeld…” Nu vind ik dat erg onaardig en schaam ik me daar met terugwerkende kracht voor.


Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?

Elke keer als ik Forrest Gump zie. Verder heb ik weleens van die avonden dat ik in een vlaag van zelfmedelijden alles overzie. Met een wijntje erbij en muziek van The Carpenters op lukt het dan soms ook nog wel.

Bent u aantrekkelijk?

Tot mijn veertigste durfde ik mezelf ronduit knap te noemen. Inmiddels ben ik op zijn hoogst nog interessant.

Lijkt u op uw vrienden?

Wel in levensstijl. We hebben allemaal een zekere joie de vivre. Velen van ons kampen met een nicotineverslaving, we houden van uitgaan en gezelligheid. We hebben ook onze passie voor ons werk gemeen. Onze karakters niet. Gelukkig, want mede door mijn drammerigheid denk ik niet dat ik goed met mezelf zou kunnen omgaan.

Als u iets aan uzelf zou kunnen veranderen, wat zou dat dan zijn?

Ik ben een aartspessimist. Ik zou het glas ook wel eens als halfvol willen zien.

Wie is uw grootste liefde?

Dat weet zij zelf wel.

Wat is uw grootste ondeugd?

Stiekem roken op de luchthaven. Bijvoorbeeld op Schiphol op het toilet.

Van wie heeft u het meest geleerd?

Afgezien van mijn ouders heb ik het meest geleerd van Gerard Mulder, oud-adjunct-hoofdredacteur van HP/De Tijd. Hij heeft mij geleerd hoe je een lang en ingewikkeld verhaal beter kunt behandelen en opschrijven.

Bent u monogaam?

Nee. Maar ik ben vrijgezel. dus ik mag sowieso doen wat ik wil.

Wanneer was u het gelukkigst?

In de vijfde klas van het vwo. Ik en de mensen met wie ik omging, dachten dat we briljant waren en de wereld zouden gaan veroveren zonder dat we daar al te grote inspanningen voor hoefden te verrichten. Wisten wij veel. Het was een heerlijk beloftevol gevoel.


Welke eigenschap waardeert u in een man?

Het vermogen om vriendschappen te sluiten met andere mannen, en dat hij goed een verhaal kan vertellen.

Welke eigenschap waardeert u in een vrouw?

Het vermogen om te zorgen en te verzorgen en dat ze om mijn grapjes kan lachen.

Hoe ontspant u zich?

Eten met goede vrienden en kijken naar intelligente Amerikaanse tv-series op dvd, zoals Dexter, The Wire en The West Wing.

Wat is uw grootste prestatie?

Bij Nieuwe Revu werd ik vanuit het niets gebombardeerd tot redacteur zware misdaad. Binnen ruim een half jaar heb ik me dat veld eigen weten te maken en een netwerk opgebouwd, wat resulteerde in een aantal mooie verhalen.

Wat is uw grootste mislukking?

Ooit heb ik een hard journalistiek gevecht geleverd met Peter R. de Vries. Dat heb ik flagrant verloren.

Gelooft u in God?

Nee. En ook niet in Allah, Hare Krishna, Boeddha, Scientology of de kleine zeemeermin.

Welk leed heeft u anderen berokkend?

Als onderzoeksjournalist sta je vaak op gevoelige tenen. Ik vind dat ik daar in het verleden weleens te hard op ben gaan staan en te vilein ben geweest. Ik ga er nu niet meer per definitie met gestrekt been in, hou meer rekening met nuances en ben daardoor een betere journalist geworden.

Wie hoopt u nooit meer terug te zien?

Ik hoop niet dat Wijnand Duyvendak ooit nog het politieke schouwtoneel bestijgt. Hij staat voor mij symbool voor een heel intolerante linkse generatie actievoerders.

Wat is de beste plek om te wonen?


Amsterdam of Zuid-Spanje.

Hoe is ongeluk te vermijden?

Door niet geboren te worden.

Wat is uw devies?

De weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens.

Volgende week: Ben Elton

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Ernest Marx