Winterswijk: de bakermat van de abstracte kunst

Honderden, zo niet duizenden kunstenaars van over de hele wereld worden tot op de dag van vandaag geïnspireerd door boerderijen in de Achterhoek. Het lijkt een onwaarschijnlijk verhaal, maar dat is het niet. Hoe Victory Boogie Woogie en al het andere werk van Piet Mondriaan hun oorsprong vindt in het godvergeten Winterswijk.

Wat je ook van zijn kunst vindt, Piet Mondriaan (1872-1944) geldt wereldwijd als een van de meest invloedrijke kunstenaars uit de vorige eeuw. Zijn abstracte kunst was revolutionair: nooit eerder had men dergelijk kubistisch werk gezien. In het deze week geopende Villa Mondriaan, een klein museum in het hartje van Winterswijk, wordt het verhaal van de eerste, naturalistische periode van Piet Mondriaan verteld. Een vormende periode, zo later blijkt.

Hoe het begon
Als Piet acht jaar oud is verhuist hij met zijn familie vanuit Amersfoort naar Winterswijk, een klein dorpje in het meest oostelijke deel van Nederland. Zijn vader, door zijn zoon omschreven als een strenge en norse man, wordt daar aangesteld als hoofdonderwijzer van de christelijke basisschool. Het gezin neemt zijn intrek in een wit herenhuis pal naast de lagere school, dat eveneens een herenhuis is. Het zijn deze twee panden die sinds deze week zijn omgevormd tot eerdergenoemd museum.

Moeder Johanna zag al vroeg dat er een kunstenaar in haar zoon zat verscholen. “Zodra Piet een potlood vast kon houden begon hij al met tekenen.” En dat kon ook niet anders: het maken van kunst zat hem in het bloed. Want wat niet veel mensen weten is dat hij en de door hem zo bewonderde Vincent van Gogh achterneven van elkaar zijn. Tot Piet’s grote spijt is het door de vroege dood van Van Gogh echter nooit tot een ontmoeting gekomen. Toch is het niet achterneef Vincent die van grote invloed is geweest op de immense carrière van Piet Mondriaan. Vader Piet Mondriaan sr. en oom Frits Mondriaan kunnen we deze eer wel toedichten.

De eerste tekeningen
Piet senior was, hoewel onderwijzer, geen onverdienstelijk tekenaar. Senior maakte in zijn vrije tijd zogenaamde feestplaten waaraan junior vanaf zijn twaalfde mee mocht werken. Samen aan de keukentafel zaten ze uren te tekenen. Toen kleine Piet veertien jaar oud was bracht zijn vader hem in contact met diens broer Frits Mondriaan, een redelijk bekende amateurschilder uit Den Haag. Van hem leerde de jonge Mondriaan de techniek van het schilderen: het maken van een compositie, het juiste gebruik van licht én het werken met olieverf. De vroegere speelkamer in het herenhuis werd al snel omgedoopt tot atelier. Piet wist het zeker: hij wilde kunstenaar worden.

Gezicht op de Jacobskerk, 1900

Winterswijkse periode
In 1892 wordt Piet Mondriaan aangenomen op de Rijksakademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam en bekwaamt zich in de schilderkunst. In de jaren tot aan de eeuwwisseling volgt een onrustige periode. Hij reist veel, woont op veel verschillende plekken in veel verschillende landen en krijgt psychische problemen. In 1899 word hij ziek. Naar verluid omdat hij vanaf een rots in zee is gedoken, bijna is verdronken en door de grote hoeveelheid zeewater in zijn longen een longontsteking kreeg – de nauwelijks zwemvaardige kunstenaar overleeft de sprong ternauwernood.

Ernstig verzwakt keert hij terug naar zijn ouders in Winterswijk om van de longontsteking te herstellen. Maar vooral: om te tekenen. Vanuit de tuin van het herenhuis tekent hij, met een schetsboek op zijn schoot, de akkers rond zijn huis. De ploegende boeren. En de Jacobuskerk, een dankbaar onderwerp voor veel van zijn tekeningen uit deze periode. De schetsen werkt hij later in zijn oude speelkamer uit tot aquarellen en gouaches. De stempel van Mondriaan is op deze werken voor het eerst te zien: vlakkerige, rechtlijnige en bewegingsloze beelden. De invloed van de in die tijd populaire Duitse Jugendstil is duidelijk aanwezig.

Deze Winterswijkse periode, getekend en geschilderd rond 1900 en zo’n 65 werken omvattend, vormt de opmaat naar zijn uiteindelijk roem. Maar was het enkel de Jugendstil waardoor hij werd beïnvloed? Neen. Volgens Albert van den Briel, een van de beste vrienden van Piet Mondriaan, verklaarde de schilder zelf geïnspireerd te zijn door de architectuur in de grensstreek waar hij woonde. “De rechtvormige boerderijen”, zegt hij. Maar vooral: de vakwerkhuizen. Vlakken en lijnen – hij zou er later wereldberoemd mee worden.

Dus wie nu nog voor een schilderij van Piet Mondriaan staat en zegt: “Dat kan mij kind van vier ook”, en daarmee ontkent dat deze kunst geen vakwerk is… Juist, u begrijpt het.

In Villa Mondriaan, Zonnebrink 4 te Winterswijk, is een groot deel van het werk uit de Winterswijkse periode te bezichtigen.

Meer weten over de vormende jaren van Piet Mondriaan? Lees: Piet Mondriaan, zijn levensverhaal, geschreven door Jan Stap.

——
  Download deze gratis app om ons maandblad op uw tablet te lezen
  Volg HP/ De Tijd en Nick Muller
 
Volg HP/ De Tijd op Facebook

Meer leuke content? Like ons op Facebook