Op naar Ieper! Wat beweegt de Wereldoorlog I-toerist?

Honderd jaar geleden begon de Eerste Wereldoorlog. Waarvoor de miljoenen soldaten die toen sneuvelden precies hun leven lieten, dat weten we niet precies. Misschien wisten ze het zelf niet eens. Maar het was zeker niet voor de dagjesmensen die nu in tien minuten door de loopgraven rennen. Wat beweegt die WO I-toeristen eigenlijk?

Hij was begonnen met de Tweede Wereldoorlog, zei Victor Boswijk (58) in een café in Groningen, op een avond met Groningse dichters. De dichters droegen hun gedichten voor, Victor vertelde hoe de Tweede Wereldoorlog op zeker moment vooral een plank met boeken was geworden. Hij wist wat er in de boeken stond. Hij had hem uit, WO II was letterlijk een gesloten boek.

Hij was terechtgekomen bij de Eerste Wereldoorlog, en er was een wereld opengegaan. Onder het stof van, toen, driekwart eeuw kwam een oorlog tevoorschijn waarin met een hellevuur van bommen en granaten een tijdperk ten einde kwam en een nieuwe tijd begon. Een oorlog van ongekende gruwel, maar even zo rijk aan verhalen, romantiek en poëzie, een oorlog om eindeloos in te dwalen en te verdwalen, in de voetstappen van de war poets. Een leukere oorlog, in zekere zin.

Victor Boswijk is niet de enige fanaat. Als je persoonlijke verhalen van war poets, is het bijna opwindend om er zelf te lopen.
 Je hebt voorstellingsvermogen nodig, en soms een beetje slecht weer: de modder van de Westhoek en de verlatenheid van Noord-Frankrijk doen de rest. Zoals reisgids Velden van weleer waarschuwt in de inleiding: ‘De oorlog werkt verslavend. Weet wel wat u begint.’

Paul Lemmens, leraar geschiedenis in Breda, spreekt van een virus waarmee hij is besmet. Lemmens is secretaris van de Western Front Association (WFA) in Nederland, een club van mensen met dezelfde verschijnselen. Bij hem vielen de kwartjes toen hij voor het eerst in Ieper was. De littekens in het land, al niet teruggevonden of niet meer te identificeren.

Je wilt het zien, je wilt het voelen. Lemmens gaat graag op frontreizen, naar de Dolomieten, Galicië, 1916, de Russen tegen de Oostenrijkers. Hij neemt havo 5 en vwo 6 mee naar Ieper. Het houdt de jeugd ook bezig nu het halve leven digitaal is: wat is er dan wél echt? In Ieper, nog geen twee uur rijden van huis, is de geschiedenis fucking real, op elke straathoek, in elke meter grond.

Weten wat Bert Nijmeijer aantrof in het Belgische Ieper? Lees het volledige artikel in ons themanummer over reizen, dat nu in de winkel ligt. Bekijk hier de overige onderwerpen, of sluit hier een voordelig (proef)abonnement af.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Bert Nijmeijer