Spring naar de content

Vriend & vijand over uitgever Mai Spijkers

Hij leerde het boekenvak vanaf 1988 bij Bert Bakker en zit dus bijna veertig jaar in de uitgeefbranche. Vriend & vijand over Mai Spijkers (62), de uitgever van zijn eigen Prometheus. Veel auteurs dragen hem op handen, maar zijn nietsontziende zakeninstinct heeft ook kwaad bloed gezet. ‘Hij zou net zo goed veren voor matrassen kunnen verkopen.’

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: De Redactie

Hij heeft alles al zeshonderd keer meegemaakt – debutanten, presentaties, nominaties, prijsuitreikingen – maar Mai is nog even nieuwsgierig als toen ik hem in 1988 leerde kennen. Hij wil altijd weten wie de movers en shakers zijn, legt zijn oor te luisteren in zijn gigantische netwerk en als hij twee keer dezelfde naam hoort, gaat hij erachteraan.”
Frits van Oostrom, hoogleraar Nederlandse letterkunde, auteur Prometheus

“Hij heeft een ontembare dwang naar meer, naar nieuwe mensen, naar kennis en avontuur. Ik was vijf jaar geleden een van die nieuwe mensen, nu is Mai mijn beste vriend en belt hij: ‘Zullen we naar Teheran gaan?’ We verkennen de stad, bezoeken correspondent Thomas Erdbrink en ook de ambassadeur – dat vindt hij interessant. Mai wil weten wat er speelt, overal, altijd. Hij leest drie of vier kranten per dag, helemaal, behalve de sport. Hij observeert, consumeert, niets ontgaat hem, niets verrast hem en hij onthoudt alles.”
Özcan Akyol, auteur Prometheus

[blendlebutton]

We hadden dezelfde hang naar kennis en lazen veel. Mijn vader had duizenden boeken en was geabonneerd op meerdere kranten en opiniebladen. Dat was voor Mai het paradijs. Hij heeft bij ons de hele wereldliteratuur gelezen.

“Hij was vijftien toen mijn broer met hem thuiskwam. Ze zaten bij elkaar op het gymnasium in Tilburg en mijn broer vroeg of Mai een paar nachten bij ons mocht logeren. Zijn moeder was vijf jaar eerder overleden, zijn vader moest als fabrieksarbeider veel werken om rond te kunnen komen. Mai was een van de jongsten in een gezin met acht kinderen en leed onder die situatie.

“We waren met twaalf kinderen, maar hadden vaker pleegkinderen gehad, dus Mai was welkom en bleef vier jaar bij ons in Hilvarenbeek wonen. Hij kwam zelden nog thuis waar zijn eeneiige tweelingbroer Matthijs woonde – zij waren niet zo hecht. We trokken veel met elkaar op, demonstreerden tegen de oorlog in Vietnam, richtten een tentoonstelling in over de gevolgen van de consumptiemaatschappij en maakten maandelijks een jongerenblad, Zju genaamd. De Amerikaanse journalist I.F. Stone, die ook eigenhandig een weekblad uitgaf en veel onthullingen deed, was ons voorbeeld. Mai schreef weleens wat, over zijn held Frank Zappa, en hij deed een oproep om de geplande volkstelling van 1971 te boycotten, maar hij speelde vooral uitgevertje. Alleen maakten wij met Zju geen winst. De paar honderd exemplaren die we stencilden, raakten we op school wel allemaal kwijt, maar met al die kwartjes konden we net een nieuw blad maken.

“Met een paar andere pubers zetten we een alternatief jongerencentrum op, Lieve Hemel genaamd, omdat een wethouder dat uitriep toen hij ervan hoorde. Later gingen we ’s avonds naar Tilburg om muziek te luisteren, te drinken en te blowen. Mai droeg altijd een kalotje, zo’n kleurig mutsje dat door mijn moeder was gehaakt. In ons linkse kringetje was hij de meest libertaire, en hij was ambitieus – iets wat je in de jaren zeventig verzweeg, want dat was not done. Maar een jaar voor zijn eindexamen, tijdens een vakantie in Engeland, uitkijkend over een berg, zei Mai ineens: ‘Ik ga naar Amsterdam. Ik ga het maken.’”
Emmanuel Naaijkens, pleegbroer, journalist

“Als je altijd de oude kleren van je broers hebt moeten dragen en te kleine schoenen, ontstaat de drang om mensen af te troeven. Ik herken dat. Mai en ik zijn beiden in armoede opgegroeid, hij in een katholiek gezin in Brabant, ik in een Turks gezin in Deventer. Die ontberingen, die soms voelden als vernederingen, verklaren zijn tomeloze energie en geldingsdrang.”
Özcan Akyol

“Ik ken hem al sinds hij redacteur was bij Harko Keijzer van uitgeverij Bert Bakker – daar was hij tijdens zijn studie geschiedenis terechtgekomen. Ik was toen hoofd programma van boekenclub ECI en Mai zat als redacteur altijd lekker te drukken om zijn boeken in onze catalogus te krijgen: ‘Beslis nou. Doe nou die aanbieding!’ Mai wil alles snel, is kampioen ongeduld, en een beetje venijnig ook. Ik kon goed met hem door één deur, maar zijn karakter botste nogal met dat van Keijzer. Die voelde natuurlijk ook de hete adem van Mai in zijn nek. Mai wilde verder, door, hogerop.”
Joop Boezeman, voormalig hoofd boekenprogramma ECI, ex-directeur A.W. Bruna

“Hij deed alles wat je verwachtte, werkte van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. (–) Ik heb echt jaren gedacht dat het een aardige man was.”
Bert Bakker, ex-uitgever, NRC Handelsblad, 29 november 2004

Mai kwam in 1989 naar ons toe en zei dat hij was uitgekeken bij Bert Bakker. ‘Daar gebeurt niks meer,’ zei hij. Mai mocht toen van ons binnen de Malherbe-groep een eigen uitgeverij beginnen. Hij moest wel binnen drie jaar break-even draaien, anders hielden we ermee op. Daar zei hij ja tegen, wat ik moedig vond, want het boekenvak lag op zijn gat. Mai begon met een aantal auteurs van Bert Bakker zijn eigen Prometheus, en al na één jaar hoefden we er geen geld meer in te steken.”
René Malherbe, eigenaar Malherbe-groep, thans gepensioneerd

“Hij heette De Rat door zijn onfatsoenlijke fratsen. Hij probeerde auteurs bij andere uitgeverijen weg te halen. Heel subtiel deed hij dat. Dan begon hij met het maken van verhalenbundels en benaderde hij bepaalde schrijvers voor een eenmalige, goedbetaalde, samenwerking. Zij zagen vervolgens een leuke, assertieve uitgever in hem en liepen over. Collega-uitgevers konden zijn bloed wel drinken.”
Joop Boezeman

“Het zong rond dat ik met een roman bezig was, en een aantal uitgevers roerde zich. Mai was er een van, en hij was volhardend. We gingen regelmatig samen eten, en na elke maaltijd vroeg hij of ik al een besluit had genomen. Op een avond zei hij dat hij alle tijd en liefde die ik in het schrijven van De wetten stopte, in het uitgeven van mijn boek zou stoppen. Toen was ik om. Hij is zijn belofte nagekomen.”
Connie Palmen, auteur

“Mai was de eerste die aan imagebuilding ging doen. Hij liet NRC Handelsblad een paginagroot interview maken met een volslagen onbekende auteur. Hij had vast tegen de krant gezegd dat ze daarmee goede sier konden maken. Zo bleek. Die auteur was Connie Palmen. Haar zagen we vervolgens op posters door de hele stad hangen.

“Mai verdient absoluut de credits voor de verzakelijking van het uitgeven. Hij heeft ook het onderwerp geschiedenis in boekvorm op de kaart gezet en hij blijkt een goede neus te hebben voor de mensen die hij moet benaderen – denk aan Herman Pleij en Frits van Oostrom.”
Joop Boezeman

“De wetten van Connie Palmen was zijn eerste grote succes bij Prometheus en er volgden vele successen voor Mai. Soms stond de uitgeverij wel met vier boeken in de toptien, waaronder vaak historische romans. Mai is als historicus zelf geïnteresseerd in goedgeschreven geschiedenisverhalen en daar bleek een markt voor. Als redacteur bij Bert Bakker had hij al enorm gescoord met De naam van de roos van Umberto Eco en Het parfum van Patrick Süskind. Hij heeft absoluut een trend gezet met dit genre.

“Ik kwam zelf in 1991 als werkstudent bij Prometheus terecht en gaf daar de planten water, zette koffie en sorteerde de post. Langzamerhand groeide ik uit tot Mais assistent, maar ik moest nog steeds koffie halen en zijn auto naar de wasstraat brengen. Het bleef baas boven baas. Je moet over wat empathie beschikken om hem te begrijpen.”
Paul Sebes, literair agent

“Op de presentatie van A. kondigde Mai het contract met B. aan, voorzien van alle literaire egards die op dat moment naar A. hadden moeten gaan. Dat was nogal onhandig. Omdat ik overwoog over te stappen naar Prometheus, stuurde ik Mai een brief waarin ik hem een superieur lesje gaf in normen en waarden. Daar reageerde Mai met deemoed op. Je moet hem tegengas geven. Dat waardeert hij zeer. Ik ben dol op Mai. Ik hoef hem zelden nog streng toe te spreken.”
Maxim Februari, auteur Prometheus

“‘Heb je voor Mai gewerkt? Aangenomen.’ Toen ik tien jaar geleden na mijn studentenbaantje bij Prometheus elders aan de slag ging, was het sollicitatiegesprek kort: ‘Jij levert dus prima werk af en hebt een dikke huid.’ Beide waar. Bij Mai leerde je als geen ander de kneepjes van het vak. En bij Mai leerde je hoe je met de juiste ademhalingstechnieken en een vleugje humor tijdens zijn uitbranders overeind bleef.”
Sanne Ruhaak, oud-medewerker Prometheus

“Ik waarschuwde hem dat ik zou weglopen als hij weer eens dreigde uit te vallen tegen iemand aan de telefoon of tegen het personeel. Dat vond hij grappig. Als hij doorheeft dat je iets kunt, mag je hem tegenspreken en krijg je grote verantwoordelijkheden. Ik zat als jongen van 26 te bieden op de rechten van Nobelprijswinnaar Toni Morrison. Met Nobelprijswinnaar Nadine Gordimer moest ik lunchen bij de Zuid-Afrikaanse ambassadeur. Op zondagmiddag natuurlijk. Ik sleet ook hele zondagmiddagen bij De Plantage van Hanneke Groenteman en was altijd bij tv-uitzendingen van Sonja Barend. Mai is heel goed in het leggen en onderhouden van contacten en hij verwacht van zijn medewerkers dat zij net als hij altijd overal aanwezig zijn.”
Paul Sebes

“Ons atelier zat aan de Spuistraat, om de hoek bij zijn uitgeverij. Mai kwam ’s avonds een biertje drinken, een beetje kletsen en wat klagen over bepaalde auteurs die niet hard genoeg werkten. Dat atelier was een zoete inval. Er liep van alles rond: muzikanten, journalisten, naaktmodellen, volkomen idioten. Dat vond Mai interessant en bij ons was hij op zijn gemak, kon hij zijn rol als uitgever even vergeten. Boerke Mai noemden we hem, maar hij was een gebildet man. We konden met hem over alles praten en hij had een groot gevoel voor humor.

“Peter Klashorst en ik namen hem mee naar openingen van tentoonstellingen en hij ging mee uit. We hebben hem in Seymour Likely nog aan de vrouw geholpen met wie hij is getrouwd – en van wie hij is gescheiden. Mai ging ook met ons mee naar Ruigoord. Klashorst en ik hadden daar een paard lopen. Mai kocht ook een paard en een geruite pet en nam les. Hij deed het best goed. Als hij iets doet, is hij er meteen heel fanatiek in.

“Op een gegeven moment vroeg hij of ik hem wilde portretteren met zijn personeel. In de uitgeverij poseerden zijn werknemers voor mij, om de beurt. Ik had net een jongen geschilderd, toen Mai zei: ‘Die moet je overschilderen.’ Ik zei: ‘Hè? Hij is toch goed gelukt?’ ‘Hij wordt ontslagen,’ zei Mai. Medewerkers kregen lucht van dat verhaal en liepen vervolgens elke ochtend in de uitgeverij eerst naar dat schilderij om te kijken of hun hoofd er nog op stond. Naar verluidt ontsloeg Mai in die tijd nogal wat mensen, maar ik kan me niet herinneren dat ik meer dan twee hoofden heb overgeschilderd.”
Bart Domburg, schilder

“Zijn medewerkers wisselden met het opkomen en ondergaan van de zon. Als ik weleens op de redactie kwam, kende ik niemand meer. Mai legt de lat hoog voor zijn mensen. Als hij je vertrouwt, krijg je alle ruimte, maar voordat het zover is, heb je 47 keer op de testbank gelegen.

“Hij had mij in 2001 gevraagd om directeur van A.W. Bruna te worden en als ik tijdens een directievergadering een probleem aankaartte, riep hij altijd: ‘Dan moet je gewoon wat harder werken!’ Dat was zijn standaardreactie. Tijdens een een-op-eengesprek gaf hij toe dat er iets aan het probleem gedaan moest worden.”
Joop Boezeman

“Ik heb deze engerling ontmoet in 1980, toen hij nog deugde. Het was aan de bar van wijnlokaal Mulliner’s aan de Lijnbaansgracht, waar de verschijning van ie- der nieuw nummer van het literaire kwartaalblad De Tweede Ronde werd gevierd.

Als redacteur bij uitgeverij Bert Bakker, die het blad toen uitgaf, verscheen hij daar dan ook. Via Spijkers kwam ik zo terecht bij Bert Bakker, waar wij een aantal jaren goed hebben samengewerkt. Maar toen hij na een hoop intern gedoe uitgeverij Bert Bakker als directeur overnam, toonde hij zijn ware aard. Hij had een paar maanden voordien stage gelopen bij een uitgever in New York en kwam terug als een andere man, met zwarte brogues, een te korte broek, een felgekleurde stropdas en bretels, weet je wel. Later kwam daar nog eens een Borsalino bij, van Bretons konijn. Spijkers de executive, niet meer geïnteresseerd in boeken, maar alleen in de boekhouding.

“Het ging definitief mis tussen ons toen hij een door mij geclaimde titel, Koningswater – mijn woord voor de alcohol – aan een andere auteur voorstelde. Terugdraaien was niet meer mogelijk, want dat boek was al in productie genomen.

“Als directeur van uitgeverij Prometheus blijkt hij werkelijk iedere ethiek te hebben verloren. Een schrijver die geen geld op- brengt, duwt hij er met zijn ene hand uit, terwijl hij met de andere een kluit bankbiljetten rondzwaait, waarmee hij nieuwe auteurs tracht te werven.”
L.H. Wiener, auteur Atlas Contact

“Mai trekt nooit een blanco cheque. Hij vraagt auteurs van andere uitgeverijen alleen of het klikt met hun uitgever en of ze genoeg aandacht krijgen. En hij maakt ze kenbaar dat hij ervoor wil zorgen dat ze bij Prometheus betere verkoopcijfers halen. Hij heeft namelijk altijd ideeën voor een bloemlezing, een bundel, een cadeauboek. Mai geeft veel uit. Hij schiet graag met hagel, zoals anderen zeggen. Wie zich slechts concentreert op drie boeken, loopt veel mis, is zijn opvatting.”
Job Lisman, hoofdredacteur Prometheus

Mai heeft mij zeker niet zomaar weggekaapt bij Meulenhoff. Hij nam mij met een negatieve bruidsschat. Ik had subsidie ontvangen voor een onderzoeksproject waaruit een boek maar ook twintig proefschriften moesten voortkomen – dat alles wilde ik onderbrengen bij dezelfde uitgever. Meulenhoff zag dat niet zitten, Mai wel, en hij heeft zeker op de meeste gepubliceerde proefschriften geld toegelegd. Hij is niet zo eenzijdig commercieel als altijd wordt beweerd. Mai vond het ook prima dat mijn boek Maerlants wereld bijna zeshonderd pagina’s werd, toch echt niet de gedroomde omvang voor een boek over een ongelezen dichter. ‘Doe wat jou goeddunkt,’ zei hij. Mai kon toen niet weten dat het boek de AKO Literatuurprijs zou winnen. Hij is niet gefixeerd op louter bestsellers.”
Frits van Oostrom

Hij geeft naast historici ook veel politici uit: Buma, Bolkestein, Baudet. Ik ben benieuwd hoe Mein Kampf gaat landen. Dat verschijnt volgend jaar. Nee hoor, dat heeft niets met sensatie te maken. Het boek heeft een grote maatschappelijke urgentie en is nu alleen illegaal te verkrijgen.”
Özcan Akyol

“Toen Mai vertelde de rechten van Mein Kampf te willen kopen, die per 1 januari vrijkomen, was ik daar geen voorstander van. Ik vond dat het NIOD zo’n boek beter kon uitgeven, was bang voor de reputatie van Prometheus. Maar Mai heeft me ervan overtuigd dat wij het juist moeten doen omdat wij een verantwoorde editie gaan maken, waarin de inhoud in de historische context wordt geplaatst.”
Job Lisman

Mai is openminded, dat is zijn grote kracht. Als iemand hem vertelt over middeleeuwse monniken of een middeleeuws dorp in de Pyreneeën, dan bekijkt hij zo’n boek in tegenstelling tot veel anderen daadwerkelijk en dan koopt hij De naam van de roos van Eco en het eveneens succesvolle Montaillou van Le Roy Ladurie. Daarbij kan Mai heel goed onderhandelen en is hij een snelle beslisser.”

Paul Sebes

“Een redacteur zei over Vijftig tinten grijs: ‘Dit moeten we doen.’ Mai zit er dan onmiddellijk bovenop, al was die 150.000 dollar voor de rechten een behoorlijke investering. Achteraf bleek dat bedrag een fooi. Er werden twee miljoen boeken verkocht.”
Job Lisman

“Je ziet dan potsierlijke reacties als die van een ex-directeur van De Bezige Bij die over Mais kassucces Vijftig tinten grijs schamper opmerkt: ‘Wij zouden dat niet uitgeven, dat is beneden ons niveau.’ Mai heeft met zijn succes natuurlijk na-ijver en jaloezie opgewekt.”
Piet Spijkers, oudere broer, ruraal socioloog

“Hij is een betere uitgever dan directeur. Toen hij tussen 2000 en 2003 werd aangesteld als directeur van PCM, was hij niet gelukkig. In die rol moest Mai zijn ideeën door anderen laten uitvoeren en die deden dat natuurlijk niet zoals Mai dat wilde of ze deden dat veel te traag. Mai is ook niet bepaald van de soepele oplossingen. Meulenhoff (onderdeel van PCM – red.) dat te veel verlies leed, legde hij het vuur na aan de schenen. Hij bepaalde tegenover die keurige Tilly Hermans (destijds uitgever Meulenhoff – red.) wat er moest gebeu- ren. Hij ging er met gestrekt been in. Dat schoot iedereen in het verkeerde keelgat en leidde tot het zogenaamde Meulenhoff drama. Tilly stapte op met tig auteurs in haar kielzog. Alleen de vertaalde auteurs bleven over. Dat was in uitgeversland nooit eerder voorgekomen. Dat Tilly hier niet over wil spreken, verbaast me niet. Voor haar zijn het krassen op de ziel.”
Joop Boezeman

“In 2003 kwam Mai terug als uitgever van Prometheus en ging ik voor hem werken. Het was niet de leukste tijd. We hadden concurrentie van nieuwe uitgeverijen, waaronder Augustus van Tilly Hermans. Mai moest bezuinigen op personeel en wij moesten aan elkaar wennen. Hij is matineus. Ik niet, en daarover maakte hij in het begin steevast een cynische opmerking. Hij eist veel van zichzelf dus ook van anderen. Als je negen van de tien dingen goed hebt gedaan, krijg je een opmerking omdat dat ene ding nog niet af is. En het kan altijd beter – de omslag, de oplage, alles.”
Job Lisman

“Hij heeft vanuit zijn arbeidersmilieu hard gevochten om zijn plek te veroveren. Daarom kan Mai niet goed tegen nalatigheid en een slechte inzet. Het is absoluut een perfectionist en een controlfreak. Als hij een buitenlandse titel heeft gemist, gaat hij analyseren hoe dat komt. Staat Prometheus met tien titels in de Bestseller 60, wordt er – in tegenstelling tot bij andere uitgeverijen – geen polonaise gelopen en blijft de champagnefles dicht. Het wordt dan Mais streven om elf of twaalf titels in die top te veroveren. Hij is onverzadigbaar.

“Hij geniet wel van het proces van het boeken binnenhalen en hij is heel betrokken bij zijn auteurs – die legt hij in de watten. Hij stuurt ze bloemen op verjaardagen zoekt ze op, ook als ze in Deventer of Drenthe wonen, en neemt ze mee uit eten. En als we een auteursdiner hebben, zoals binnenkort het geval is, dan pakt hij uit hoor.”
Özcan Akyol

“Ik schaamde me kapot als ik met hem in een restaurant zat, omdat Mai altijd een beetje boos en bot doet tegen personeel. Als we in Bordewijk of een ander goed restaurant zaten, riep hij door de zaak: ‘Hé, schiet nou eens op met die wijn!’ De laatste keer dat ik met hem at, heb ik trouwens hard gelachen. We lunchten buiten bij het Rijksmuseum en Mai had tegen de ober gezegd: ‘Doe dit maar.’ Het bleek een krokant gebakken vissenhuidje en hij wilde er net aan beginnen toen er een briesje kwam opzetten en de hele lunch van zijn bord woei.

“Het is een parvenu natuurlijk – dat herken ik in hem. Mai zou net zo goed veren voor matrassen kunnen verkopen, dacht ik weleens. Hij is een verkoper en een charmeur. Hij ontfermde zich als een vader over me, zoals hij voorheen deed bij Hafid Bouazza en nu bij Özcan doet. Ik ging met hem hardlopen, kwam vaak bij hem thuis en toen ik geen schrijfruimte had, kon ik in zijn huis terecht om aan een boek te werken. Dat was in 2010. Mai was net gescheiden en zat toen voor langere tijd heel veel in Cambodja.”
Joris van Casteren, ex-auteur Prometheus

“Ik woonde in Cambodja en Mai kwam op bezoek. De eerste avond gingen we naar een bar waar hij een meisje ten dans vroeg, Srey Yamyam heette ze, en het was liefde op het eerste gezicht. Elk weekend vloog hij businessclass naar haar toe. Ze woonde in een hut op het platteland en Mai werd niet alleen gegrepen door haar, maar ook door het land en de mensen. Hij liet voor zijn meisje een boerderij bouwen en een put slaan, kocht voor de bevolking een rubberplantage en rijstvelden en gaf het hele dorp brommers en een iPhone.

“Mai was geliefd daar, maar hij leed on- der zijn verliefdheid. Srey was jonger en hij was enorm onzeker over haar gevoelens voor hem. Er was ook een taalbarrière. Na een feest waarin hij onverwacht in een brokaten prinsenpak was gehesen, bleek hij op lokale wijze getrouwd te zijn. Maar zijn vriendin bleek er, zoals hij vermoedde, een andere vriend op na te houden: een pianist uit Parijs – net zo knap als Mai. Met hem is ze echt getrouwd. Zijn hart was gebroken.”
Peter Klashorst, schilder

“Als Mai voor je gaat, gaat hij helemaal voor je. Ik heb daar veel profijt van gehad, maar door iets kleins kan het ineens over zijn. Onze hechte relatie is bekoeld toen ik voor een andere uitgeverij een boekje maakte over het Centraal Station in Amsterdam. Ik heb twee kinderen die ik moet onderhouden en ik ben geen miljonair zoals hij. Mai zag dat als vreemdgaan. Zo reageerde hij ook op Hafid toen die even iets voor een andere uitgeverij deed – hoewel tussen hen ook anderen zaken speelden.

“De dag nadat ik hem had geschreven dat ik overstapte naar De Bezige Bij, ontving ik een aangetekend dwangbevel waarin stond dat ik een reeds geïncasseerd voorschot van een paar duizend euro voor een geplande verhalenbundel per direct moest terugbetalen. Anders zouden er juridische stappen volgen.

“Mijn backlist wil hij niet meegeven. Om De Bezige Bij dwars te zitten heeft hij een luxe herdruk laten maken van Lelystad. Dat is typisch Mai.”
Joris van Casteren

“Het is een erg gevoelig en emotioneel individu. Ik ben ongeveer dertig jaar bevriend met hem, maar hij is, geloof ik, nu boos op mij. Hij zag het als verraad dat ik eens in Cambodja met die man uit Parijs sprak, terwijl het mij nuttig leek om van hem te horen wat hij met Mais vriendin had. En hij was kwaad over mijn boek Kunstkannibaal. Mai had me gevraagd om mijn avonturen op te schrijven en omdat wij ook samen veel avonturen hebben beleefd, kwam Mai in dat boek voor. Niet onder zijn eigen naam, en het was feitelijk een hommage aan de kwetsbare mens, maar Mai begreep dat niet.

“Jammer, want we hadden altijd goede ideeën en lol samen. In Kenia runden we de lucratieve rederij Spijkers & Klashorst, totdat onze vloot op traditioneel Afrikaanse wijze verdween – de boten zonken of verdwenen. ‘De Zwarte Vloot’ noemde we die, omdat we vrijwel alleen Afrikaanse matrozen hadden – vooral dames, omdat Mai hun een kans wilde geven.

“Ik mis hem wel. Het is een erudiete man en ik denk dat het ook klikte omdat we allebei van die knappe kaboutertjes zijn.”
Peter Klashorst

Mai komt regelmatig bij mij in Colombia op bezoek en de beste momenten hebben we als we discussiëren over politiek, over moderne schilderkunst – waar hij van houdt en ik niet – en elkaar dicht- kunstige balletjes toewerpen. Dan zeg ik: ‘Vanmorgen ijlt mijn tuinman wit van schrik mijn woning in.’ En Mai declameert zonder haperingen het hele gedicht. Hij heeft grote fragmenten van de Nederland- se dichtkunst paraat in zijn hoofd en ook liederen van de opera Mistero Buffo, die hij nog weleens ten gehore brengt tijdens bijzondere avonden. Hij heeft zangtalent. Als achtjarig kind werd hij uitgekozen om als jongenssopraan de solo-aria Stille Nacht, Heilige Nacht in de nachtmis op Kerstmis te zingen. Dat klonk kristalzuiver, hoog in de gewelven van de Sint-Janskerk in Goirle.

“Als hij op bezoek komt, is een van zijn eerste vragen: wat gaan we doen? Hij is zeer actief, altijd ergens mee bezig. Of hij heeft grote aandacht voor zijn kinderen, of hij leest of hij sport. Hij is excessief met fietsen, roeien en hardlopen.”
Piet Spijkers

“Mai sport soms drie keer per dag, tussen de bedrijven door. Samen wandelen we veel, in de natuur, maar ook door binnensteden, sinds we een VVV-boekje hebben ontdekt met lange stadsroutes. Laatst waren we in Utrecht. Mai neemt dan zijn volledige gear mee: een rugzak, drinkfles, wandelschoenen. Hij is niet iemand van het halve werk. Als hij iets doet, doet hij het goed. Of hij nou een feestje geeft of zich kleedt.

“Hij draagt kleding van Brunello Cucinelli. Dat is een Italiaanse ontwerper die is geboren als arme boerenzoon en zich eigenhandig heeft opgewerkt. Dat vindt Mai mooi. Hij heeft die man ook opgezocht. Als we in Parijs zijn, gaan we altijd naar een Brunello Cucinelli-winkel. Ik loop zelf het liefst in een trainingspak. Mai maakte daar in het begin steevast cynische opmerkingen over. Nu kijkt hij me alleen maar met een samengetrokken mondje aan als ik in een trainingspak verschijn.”
Özcan Akyol

“Als iemand in een speech hoog van de toren blaast, kijkt Mai mij altijd aan met opgetrokken wenkbrauwen. Hij heeft een hekel aan mensen met holle pretenties. Zelf heeft hij met ijzeren discipline gewerkt om de positie te bereiken die hij nu heeft. Hij is sinds 2007 eigenaar van een succesvolle uitgeverij waar destijds niemand een appel voor gaf. Ik denk wel dat hij daar trots op is.”
Job Lisman

“Mai laat zich niet voorstaan op zijn verdiensten. Het is wel zijn grote droom dat zijn kinderen de uitgeverij overnemen.”
Özcan Akyol

“Het is misschien een beetje flauw, maar bij mij thuis hangt op het toilet de schitterende karikatuur die Paul van der Steen van hem heeft getekend, Mai Spijkers als zonnekoning. Eronder staat in kleinkapitaal: ‘ALS HET EEN KEER NIET GOED LUKKEN WIL, KIJK DAN NAAR DIT PORTRET.’”
L.H. Wiener

[/blendlebutton]