Het kikkerkabinet van Mark Rutte

Was het formatieoverleg al een marathon, de vorming van zijn derde kabinet zal Mark Rutte de komende dagen eveneens zwaar vallen. Hoe eervol en belangrijk ook, menig bestuurlijk zwaargewicht zal zich achter de oren krabben wanneer de minister-president hem of haar polst voor een post in dit fragiele kabinet.

Rutte III zet een streep door de zogeheten wet-Hillen, lekte afgelopen vrijdag uit. Deze wet, bedoeld om het aflossen van hypotheken te bevorderen, bepaalde dat wie zijn hypotheek had afgelost, gevrijwaard bleef van het eigenwoningforfait, de fiscale bijtelling voor huizenbezitters. Om deze huiseigenaren aan de herinvoering van het eigenwoningforfait te laten wennen, wilden de regeringspartijen dit stapsgewijs doen, uitgesmeerd over twintig jaar.

Op de social media brak onmiddellijk de pleuris uit. Kiezersbedrog, foeterden huiseigenaren; deze aflosbonus was voor hen juist een belangrijke reden geweest om de hypotheek versneld af te lossen. Vereniging Eigen Huis schreef een brandbrief naar de onderhandelaars. In het AD spuwden VVD-prominenten als Hans Wiegel en Frans Weisglas hun gal. En ook De Telegraaf liet zich niet onbetuigd. In opruiende chocoladeletters riep de krant zijn lezers op tot verzet. 50Plus rukte al op richting Binnenhof.

Opportunisme

Met succes. Bij de presentatie van het regeerakkoord gisteren bleken de plannen inderhaast alsnog aangepast. Om de pijn te verzachten zal de wet niet in twintig jaar maar in dertig jaar worden afgeschaft.

 Als de overhaaste aanpassing van het regeerakkoord naar aanleiding van het tumult over de ‘aflosboete’ een ding illustreert is dit wel het gebrek aan (zelf)vertrouwen.

Vertrouwen in de toekomst mag dan het motto zijn van het nieuwe kabinet; als deze overhaaste aanpassing één ding illustreert is dit wel het gebrek aan (zelf)vertrouwen. Zodra het digitale riool begint te pruttelen en de partijmastodonten hun mond opendoen, gaat de coalitie-in-spe overstag.

Beeld: ANP/Bas Czerwinski ANP/Bas Czerwinski

Geen vertrouwen in de toekomst lijkt een beter adagium. Want bovenstaande last minute ingreep staat niet op zich. De wijze waarop de vier partijleiders gisteren het regeerakkoord aan het volk presenteerden, belooft eveneens weinig goeds.

Alle vier separaat voor de microfoon, de andere drie op tien meter afstand. Hoe anders was dat bij Rutte I en II: daar stonden de heren – Rutte I: Verhagen, Rutte, Wilders; Rutte II: Samsom, Rutte – lachend zij aan zij.

Boterzacht

Maar het bewijs voor het gemis aan vertrouwen is toch wel het besluit van de heren Pechtold, Buma en Segers om niet plaats te nemen in het kabinet. Dit ondanks het nadrukkelijke verzoek van Rutte om dit wel te doen.

Buma speelde in 2010 ook een hoofdrol in de aanloop naar de vorming van Rutte I. Een dubieuze hoofdrol.

Die keuze is begrijpelijk. Met in totaal slechts 76 Kamerzetels is het fundament van Rutte III boterzacht. Als er ook maar een kikker uit de kruiwagen springt, heeft de coalitie een levensgroot probleem. Dus is het zaak de fractiediscipline goed te bewaken. Dat vraagt om een zwaargewicht, een sterke leider, iemand met overtuigingskracht. Zoiets kan niet worden gedelegeerd aan een debutant.

Hoe lastig het is om alle kikkers binnenboord te houden: daar weet Sybrand Buma alles van. Hij speelde in 2010 ook een hoofdrol in de aanloop naar de vorming van Rutte I. Een dubieuze hoofdrol. VVD en CDA wisten destijds dat ze het alleen zouden redden met gedoogsteun van de PVV.

Daar was een kleine factie binnen de CDA-fractie fel op tegen: Ab Klink, Ad Koppejan en Kathleen Ferrier. Samen met demissionair minister Hans Hillen – die van de aflosbonus – zette Buma het trio stevig onder druk. Koppejan en Ferrier zwichten, Klink stapte op. Naar verluidt mede omdat Buma en Hillen dreigden te laten lekken dat Klink vreemd ging.

Gevaar

Maar niet ieder Kamerlid is ‘chantabel’. Bovendien: ook onder de huidige 76 van D66, VVD, CDA en CU zijn er  genoeg die ergens voor staan. Soevereine denkers. Mensen met een mening. Mensen als Klink die zich, zeker bij principiële kwesties, niet de les laten lezen. Niet door een Mark Rutte, niet door een Alexander Pechtold, noch door een Gert-Jan Segers, laat staan een Sybrand Buma. Die desnoods uit de fractie stappen, en als eenmansfractie verder gaan. De VVD (Wilders, Verdonk) kan daarover meepraten.

En er dreigt er nog een gevaar. Ook in de Eerste Kamer beschikt het nieuwe kabinet slechts over de kleinst mogelijke meerderheid – 38 van de 75 zetels. In 2019 zijn er weer verkiezingen voor de Provinciale Staten en – indirect – voor de Eerste Kamer. Dan worden de zetels opnieuw verdeeld en krijgt het kabinet het ook hier mogelijk voor de kiezen.

Wie riskeert het afbreukrisico, de reputatieschade en de kans dat een tot nu toe succesvolle carrière binnen no time al piepend en gierend strandt?

Mark Rutte
Beeld: ANP/Jerry Lampen

Bestuurlijke zwaargewichten

Kortom: Rutte III wacht een weg vol hobbels en kuilen. De kans is reëel dat dit kaartenhuis bij een eerste zucht wind in elkaar stort.

Grote vraag: wie heeft er trek om plaats te nemen in zo’n kabinet? Wie durft het aan? Wie riskeert het afbreukrisico, de reputatieschade en de kans dat een tot nu toe succesvolle carrière binnen no time al piepend en gierend strandt?

De echte politieke dieren wellicht: de heren en dames die zijn gefascineerd door het spel onder de Haagse kaasstolp. Voor wie een plaats op het politieke pluche de vervulling is van een jongens- of meisjesdroom. Of gelukszoekers dan wel mensen die financieel onafhankelijk zijn en hun sporen al hebben verdiend.

Maar de echte bestuurlijke zwaargewichten, de CEO’s, directeuren, topambtenaren, hoogleraren, en andere kandidaten… die bedenken zich wel twee keer. Rutte zal al zijn overtuigingskracht moeten gebruiken om hen te overreden. Om ervoor te zorgen dat er straks op 26 oktober een stevige regeringsploeg op het bordes staat.

Voor, achter en vooral naast elkaar.

Meer leuke content? Like ons op Facebook