Blijven Facebook en Twitter in 2018 onze democratie bedreigen?

Via sociale media is tijdens meerdere recente verkiezingen nepnieuws verspreid. Deze desinformatie beïnvloedt de kiezer, die sowieso al een eenzijdig beeld krijgt door de algoritmen die de inhoud van zijn feed bepalen. En er werden internettrolls en bots ingezet, ook in Nederland. Is dit wel of geen serieus gevaar voor onze democratie?

Beeld: Ollegott

Voor: Hans Schnitzler

Waarom bedreigen Facebook en Twitter de democratie?
“Het idee van het ‘open net’ is achterhaald. Facebook en Twitter creëren informatiebubbels. Ze filteren berichten en zorgen dat individuen alleen berichten zien die aansluiten bij hun voorkeuren.”

“Gebruikers beslissen niet zelf wat ze zien en zijn dus objecten ter manipulatie. Bovendien worden mensen zo weggehouden bij andere perspectieven en meningen. Dat leidt tot polarisatie en druist in tegen wat nodig is voor een democratie: betrokkenheid bij een gemeenschappelijk debat.”

Mensen lezen toch ook kranten die het best bij hen passen?
“Het probleem is het verdienmodel van bedrijven als Facebook en Twitter. Dat bestaat vooral uit het vergaren en doorverkopen van persoonlijke informatie over mensen. Hoe meer we klikken, hoe meer informatie en inkomsten die bedrijven genereren.”

“Bevestigende, populaire en spectaculaire berichten krijgen de voorkeur, die trekken aandacht. De productie van nepnieuws is een natuurlijk gevolg hiervan. Dat gaat ten koste van waarheid en legitimiteit. Facebook en Twitter zijn aandachtswoekeraars en we moeten hen uit onze ervaringstempels ranselen.”

Hoe ziet u dat voor zich?
“Facebook en Twitter zijn nutsvoorzieningen; informatie is van algemeen belang, evenals energie. We moeten het verdienmodel, het doorverkopen van persoonsgegevens, aan banden leggen. De overheid kan dit met regelgeving doen. Ook kan er een duurzaamheidslabel komen voor bedrijven die niet handelen met persoonsgegevens. Daarnaast zullen we burgers beter moeten leren omgaan met sociale media.”

Hans Schnitzler is columnist voor Follow the Money, schrijver van Kleine filosofie van de digitale onthouding.

Tegen: Frank van Dalen

Is de beïnvloeding van kiezers met nepnieuws via Twitter en Facebook niet schadelijk voor de democratie?
“Het beïnvloeden en manipuleren van het volk is van alle tijden. Vroeger gebeurde dat meer op het marktplein of met posters, nep-advertenties in de krant en propagandafilms.”

“Laatst zijn in Amsterdam nog zogenaamde brieven van de Rijksoverheid rondgestuurd. Dat waren nepbrieven. Facebook en Twitter bieden een podium en democratiseren invloed, maar zijn daarom nog geen gevaar. Het gevaar is de manipulatie zelf.”

Deze bedrijven bepalen welke nieuwsberichten en advertenties mensen te zien krijgen; zorgt dat niet voor informatiebubbels met onder andere dat nepnieuws?
“Het selecteren van informatie is ook niets nieuws. Ten tijde van de verzuiling bepaalden redacties van media welke kleur berichten hadden. In Amerika gebeurt dat nog heel duidelijk, bijvoorbeeld bij Fox News en CNN. Sociale media automatiseren dat slechts met algoritmen.”

Is er dan helemaal niets problematisch aan het optreden van Facebook en Twitter?
“Hun functioneren moet worden gereguleerd, natuurlijk. Dat kennen we van meer revoluties. Iets ontstaat en daarna worden de negatieve bijeffecten pas duidelijk. Die moeten we dan bestrijden. Overheden eisen inmiddels dat politieke berichten altijd de afzender vermelden en dat nepnieuws wordt tegengegaan.”

“Een jaar geleden ontkenden sociale mediabedrijven hun eigen kwalijke invloed nog; nu hebben ze interne controleurs om nepnieuws te bestrijden. Dat gaat snel. Daarom beschouw ik die bedrijven niet als gevaar voor de democratie.”

Frank van Dalen is voorzitter van Stichting Politieke Academie en oud-campagneleider VVD.

Reageer op artikel:
Blijven Facebook en Twitter in 2018 onze democratie bedreigen?
Sluiten