‘Lokaal’ wint, en dat zegt spectaculair weinig

Nu de stemmen (bijna allemaal) zijn geteld is het tijd om de balans op te maken. Het CDA behaalt de meeste raadszetels, GroenLinks verovert de bakfietssteden en de lokale entree van DENK was spectaculairder dan die van de PVV. De meeste bezoekers van het stemlokaal hebben echter lokaal gestemd. Wat vertelt dat ons?

Lokaal
Richard de Mos van Groep de Mos tijdens de uitslagenavond van de gemeenteraadsverkiezingen. Beeld: ANP/Martijn Beekman

Op de voorpagina’s van alle dagbladen prijkt vandaag het lokale succes, nadat alle landelijke leiders de lokale partijen al hadden gefeliciteerd. De NOS-uitslagenavond moest deze politieke reus natuurlijk aan het woord laten, hetgeen resulteerde in diepte-interviews met de lijsttrekkers van Wakker Emmen, en Dus Weert. Waarbij de Limburgers naar eigen zeggen ‘geen partij zijn, maar een beweging’.

Verschillen tussen lokale partijen

De voor de hand liggende conclusie dat dit symbool staat voor het teruglopende vertrouwen in de landelijke politiek zou ik zo snel niet willen trekken. Maar in een campagne die landelijk nergens over gaat, is het voor de hand liggender dat mensen simpelweg hun keuze hebben gemaakt op basis van lokale thema’s. Wat vervolgens een stem op een lokale of landelijke partij weet te verklaren kan enorm uiteenlopen.

Dat de lokale thema’s door het hele land verschillen spreekt voor zich. De lokale partijen verschillen echter even goed als dag en nacht. Een lokale partij kan links of rechts zijn, progressief, conservatief, one-issue, gematigd, extreem of zelfs ‘een beweging’ zoals Dus Weert. Een grote hoop van lokale stemmen (zo’n 32 procent van het totaal) zegt inhoudelijk dus spectaculair weinig.

Lokaal
Joost Eerdmans van Leefbaar Rotterdam heft een glas tijdens de uitslagenavond van de gemeenteraadsverkiezingen. Beeld: ANP/Robin Utrecht

Tegenstem

Over lokale partijen hangt vaak een zweem van een tegenstem. Dat valt echter in mijn ogen te bezien. Een stem op een lokale partij hoeft helemaal geen kritiek te betekenen op het lokale bestuur.

Vier jaar geleden ging ook al bijna 28 procent van de stemmen naar lokale partijen. Dit resulteerde erin dat een veel lokale partijen meededen in de verschillende colleges. De winst van Groep de Mos is misschien een uiting van kritiek op het lokale bestuur, de winst van collegepartij Burgerbelangen Enschede lijkt eerder het tegenovergestelde.

Thierry Baudet riep op om lokaal te stemmen in de gemeenten waarin zijn partij niet meedeed (lees alle behalve Amsterdam en Rotterdam). Dat soort oproepen wekken de indruk dat lokale partijen een gemene deler hebben die vaak ver te zoeken is. De overgeneralisatie van lokale partijen laat de inhoud totaal varen in de hoop ‘kartelpartijen’ een hak te zetten. Ik neem aan dat Baudet toch liever had dat zijn Haagse aanhang VVD of PVV stemde dan op het lokale NIDA of de Islam Democraten.

De overwinning van lokale partijen zegt in elke gemeente iets anders. Het maakt het moeilijker om nationale trends te lezen in lokale uitslagen. Het beste lijkt om dat dan ook maar niet al te veel te proberen.

Reageer op artikel:
‘Lokaal’ wint, en dat zegt spectaculair weinig
Sluiten