Zijn het leugens, of heeft Rutte III dividenddementie?

Meredith Greer over het zwakke dividendverweer van Rutte en consorten

Er is een groeiende kloof tussen burgers en de politiek. Kiezers hebben geen vertrouwen in de politiek. Bevolkingsgroepen voelen zich niet gehoord en niet vertegenwoordigd door Den Haag. Al sinds ik als nukkige puber in de klas zat bij maatschappijleer hoor ik erover. En al die tijd wordt deze kloof door vrijwel alle politici gebruikt als echoput voor populisme.

Nederland moet weer Nederland zijn voor de Nederlanders, de gewone Nederlander moet normaal doen, het partijkartel moet worden doorbroken. Dat terwijl er ook een hele simpele optie voorhanden is om dat vertrouwen te vergroten: ophouden met liegen.

Nog geen half jaar geleden werd er een speciale Staatscommissie opgericht om te onderzoeken hoe het vertrouwen in de politiek vergroot zou kunnen worden. Zo bleek het formatieproces de grootste zwakke plek te zijn als het aankomt op vertrouwen in ons politieke stelsel. De partijen sloten zich letterlijk op in een achterkamertje en speelden koehandel met de idealen die ze een paar maanden eerder vol vuur en passie aan hun kiezers hadden verkocht. Althans, zo leek het. “Neem de Btw-verhoging. Ik geloof niet dat het in een van de vier verkiezingsprogramma’s stond van de partijen die nu een kabinet vormen. Dat snappen mensen dus niet,” aldus Johan Remkes, die het onderzoek leidde.

Zo ook de dividendbelasting die het geformeerde Rutte III plots besloot af te schaffen, waarmee ze 1,4 miljard aan rijke aandeelhouders cadeau deed. Dat snappen mensen dus ook niet. Waar komt die beslissing dan in godsnaam vandaan? Door welke redenen wordt hij gerechtvaardigd? Zijn die plannen dan doorberekend, om te bekijken welk effect ze zouden hebben? Op zich geen vreemde vragen om te stellen.

Dus dat is wat de Tweede Kamer in november probeerde te doen. Zo vroeg Jesse Klaver aan Alexander Pechtold: “Dit lijkt me zo’n ingewikkeld onderwerp. Zijn hier geen notities over voorbij gekomen aan de onderhandelingstafel, zodat die gedeeld konden worden?”
Pechtold: “Als die memo er zou zijn, zou hij [in het formatiedossier] zitten. Als dat niet zo is, is het zonder memo besproken. Zoals zoveel zaken”

Later in het debat: “Er hangt nu een suggestie van niet-bestaande memo’s. Ik vraag me bijna af: Waar is mijn bonnetje? Op zoek naar mijn bonnetje!” Jolijt alom, wat een dijenkletser toch van die scherpe Pechtold.
Rutte: “Bij mijn beste weten heeft er in ieder geval geen memo gelegen die is uitgevraagd via de informateur of informeel”
Gert-Jan Segers: “Er is een soort obsessie met een memo. Ik kan oprecht met de hand op mijn hart zeggen dat ik mij niet herinner dat er zo’n memo heeft gelegen.”

Behalve dat die memo’s er dus wél blijken te zijn.

Twee UvA-onderzoekers besloten na het debat een beroep te doen op de Wet openbaarheid van bestuur, en kregen van het ministerie van Financiën te horen dat er wel degelijk documenten bestaan die door het ministerie zijn opgesteld tijdens de kabinetsformatie op verzoek van de onderhandelende partijen.

Het ministerie wil de documenten alleen niet openbaar maken, aangezien ‘openbaarmaking van zulke documenten ertoe kan leiden dat het vertrouwen en de verstandhouding tussen regeringspartijen, kabinet, specifieke bewindspersonen en Kamerfracties, ook na voltooiing van de formatie wordt verstoord’.

Geen openheid van zaken geven over een leugen waarop je bent betrapt, omdat die transparantie het vertrouwen zou verstoren. Goeie. Er zijn verschillende redenen in ons wetboek opgenomen om informatie niet te verstrekken nadat er een beroep is gedaan op de Wet openbaarheid van bestuur. ‘Mogelijke ongezelligheid tussen regeringspartijen, kabinet en specifieke jokkebrokken’ of ‘de hond heeft mijn huiswerk opgegeten’ staan er niet tussen.

Dus we moeten nu geloven dat deze formerende partijen opdracht gaven voor deze memo’s, maar ze vervolgens niet lazen. Dat ze toen besloten zonder enige onderbouwing 1.4 miljard euro weg te geven – #yolo – en toen vervolgens precies op tijd voor het debat gelijktijdig spontane dividenddementie – de lof voor deze term gaat naar collega Tim Jansen – ontwikkelden.

Het is dat, óf het betekent dat het voltallige kabinet de Kamer en het Nederlandse volk keihard heeft voorgelogen. En dan niet zomaar voorgelogen, maar het specifieke soort voorliegen waarbij je zoveel minachting weet tentoon te spreiden dat je grappen maakt over je leugens terwijl je liegt.

Het CDA, de VVD, D66 en zelfs de ChristenUnie zijn gevestigde partijen die het volk vertellen dat ze rustig kunnen gaan slapen. Omdat zij verantwoordelijkheid nemen. Omdat zij besturen. Omdat zij doeners zijn die normaal doen. Omdat die kloof tussen burgers en politiek er alleen is vanwege ‘het verkeerde soort populisme’. Maar op deze manier hoef je geen schuimbekkende anti-partijkartelpopulist met een aluhoedje te zijn om je vertrouwen in de politiek te verliezen. Politici zo nonchalant omgaan met een democratisch grondbeginsel als de informatieplicht, verdienen geen vertrouwen.

De ontstane situatie is onacceptabel en onhoudbaar. Dit kabinet moet nu zo spoedig mogelijk volledig openheid van zaken geven. En tenzij ze het aankomende debat met een episch goed verhaal komen moet de Tweede Kamer een motie van wantrouwen indienen en moet dit kabinet opstappen.

Meer Meredith Greer? Volg ons op Facebook