De referendumparadox

Nederland hoeft in de toekomst nooit meer naar de stembus om zich uit te spreken over Europa, associatieverdragen of sleepwetten. Het raadgevend referendum gaat namelijk naar alle waarschijnlijkheid van tafel. Volgens weblog GeenStijl, dat zich de laatste jaren ontpopte tot actief pleitbezorger van het referendum verliezen ‘kiezers daarmee een democratisch inspraakmiddel waar de meerderheid wel voorstander van is’. Al was het Nederlandse model nog niet het spreekwoordelijke je-van-het. 

Referendum
Beeld: ANP/AFP Foto/Artur Widak

Toch raakt GeenStijl een interessante kwestie aan. Onlangs bleek het referendum in Ierland namelijk nog van grote waarde. Eind vorige maand stemde een grote meerderheid van de Ieren (66 procent van de kiezers) voor de versoepeling van de abortuswet. De Ierse premier Leo Varadkar sprak van een ‘revolutie’.

Toch is er een groot verschil met dat Ierse referendum of  het referendum over de donorwet dat GeenStijl deze maand in ons land probeerde af te dwingen (tot een referendum kwam het uiteindelijk niet omdat de drempel van 300.00 handtekeningen niet gehaald werd). Die donorwet is al goedgekeurd.

Voor of tegen

En dat doet er toe, betoogt Tom Damen, universitair docent sociale psychologie aan de Universiteit Utrecht. “Een grote onderzoekstraditie in de psychologische besluitvorming laat zien dat een ogenschijnlijk klein verschil in vraagstelling zowel de keuze om te gaan stemmen als de stemkeuze zelf enorm kan beïnvloeden,” schrijft hij op het ambtenarenplatform Binnenlands Bestuur.

Op deze manier verklaart Damen bijvoorbeeld de uitslag van het Oekraïne-referendum uit 2016. “De vraag of we voor of tegen een voorgenomen wet zijn, creëert een status quo via de woorden ‘voorgenomen’ en ‘wet’, waardoor mensen sneller voor zullen zijn. Voorstanders lijken dus een psychologische voorsprong te hebben bij dit type vraagstelling waardoor de motivatie om tegen te stemmen groter is.” De uitslag was overweldigend, 61 procent van de 4.151.613 kiezers stemde uiteindelijk tegen de associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne.

Activisme

De theorie van Damen voedt het gevoel dat vooral het nee-kamp zich het referendum als democratisch middel heeft toegeëigend. Een platform als GeenStijl en opiniemakers als Jan Roos en Thierry Baudet stonden meerdere malen op de barricaden om middels het Oekraïne-referendum burgers op te roepen van zich te laten horen, en zich vooral uit te spreken tegen het beleid van de overheid.

De tekst loopt hieronder door.

Referendum
Jan Roos brengt een stem uit tijdens het referendum over het Associatieverdrag van de EU met Oekraïne. Beeld: ANP/Koen van Weel

Dat geeft het referendum een activistisch karakter, het referendum als daad van verzet. De uitslagen van onze landelijke referenda lijken dat beeld te ondersteunen. Het raadplegende referendum van 2005 (verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa) en de twee raadgevende referenda van 2016 en 2018 (Associatieovereenkomst tussen de EU en Oekraïne en de wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten) hadden alledrie een nee-stem als uitkomst.

Toch is dat een vertekend beeld, stelt Frank Hendriks, hoogleraar bestuurskunde aan Tilburg University. “Als je bovendien verder in Europa kijkt – naar de Duitse deelstaten en naar landen als Denemarken en Ierland – dan zie je dat goed georganiseerde referenda wel degelijk van toegevoegde waarde kunnen zijn en de representatieve democratie een dienst kunnen bewijzen. Je moet het referenduminstrument alleen wel op een juiste manier inrichten. Het is jammer dat het Nederlandse referendum nu helemaal van tafel gaat zonder dat de verbeteringsmogelijkheden serieus zijn onderzocht en benut.”

Denemarken

Hendriks noemt Denemarken als voorbeeld. Het land hield sinds 1972 acht keer een referendum met betrekking tot Europese samenwerking. Vier daarvan eindigden in een ‘ja’, vier in een ‘nee’, waaronder het ‘nee’ in 2000 tegen de invoering van de euro was gericht. “De Deense beleidsmakers kregen via referenda feedback van de Denen. Het interessante hieraan is dat de Denen in de loop der jaren minder eurosceptisch zijn geworden.”

In Nederland zien we het tegenovergestelde, stelt Hendriks. “Het feit dat de Denen meerdere malen hun zegje hebben mogen doen speelt daarbij mijns inziens een grote rol. Het verschil zag je ons land in 2005, toen kwamen jarenlang niet opgepikte zorgen over Europa naar voren in de vorm van een massief nee tegen een Europese grondwet, hetzelfde patroon herhaalde zich in 2016 met het Oekraïne-referendum.”

Referendum
Beeld: ANP/Bart Maat

Zwaard van Damocles

Hendriks ziet daarnaast nog een ander voordeel van het referendum in Nederland. “Het is een soort noodrem, het middel wordt alleen gebruikt bij wetten die na het hele parlementaire traject nog weerstand oproepen. In het buitenland zie je dat zulke ‘noodrem-referenda’ een anticiperend effect veroorzaken. Politici willen liever niet door een publieke noodrem tot de orde worden geroepen, en passen dus beter op hun tellen. Het referendum hangt boven hun hoofd als een zwaard van Damocles, die vergelijking wordt ook wel gemaakt, en dat houdt de politici scherp.”

Die noodrem, dat zwaard van Damocles, verdwijnt nu uit de Nederlandse politiek. Officieel moet het voorstel nog worden goedgekeurd door de Eerste Kamer maar alles wijst erop dat de wet wordt ingetrokken.  Jammer, stelt Hendriks. “Met een slim referendumsysteem kun je belangrijke signalen uit de maatschappij oppikken. Dat inpassen is echter wel een leerproces, jammer dat dit nu wordt afgekapt.”