HP/De Tour: hoe Frankrijk zich voorbereidt op de Tour van de Argwaan

De Tour de France heeft Frankrijk jaarlijks drie weken volledig in haar greep. Tourkenner en journalist Jeroen Wielaert reist de renners drie weken lang achterna en vertelt u in zijn Tourkronieken het verhaal achter de Ronde.

Nantes is een goeie uitvalsbasis voor de Vendéese openingsritten van de Tour de France. Ik houd van die stad, niet in het minst, omdat ik er in 1988 aan mijn eerste hele Tour begon. Het is de stad van de eerbiedwaardige hertogin Anne (1477-1514), maar ook van de reuzen van straattheatergroep Royal de Luxe.

Luistert u liever de hele kroniek? Jeroen spreekt iedere aflevering in. De tekst loopt hieronder door.

Het zijn 15 meter hoge marionetten die op heel traag tempo voort sjokken. Ze waren al te zien in Buenos Aires, Montreal, Liverpool en Barcelona en zijn van 17 tot en met 19 augustus in Leeuwarden, onze Europese Culturele Hoofdstad. Een Touretappe zit er niet in, in Friesland, dus halen ze die reuzen binnen: de Duiker, het Meisje en Xolo de Hond.

In Nantes ben ik in 2008 na een finish nog in de enorme olifant van Royal de Luxe geweest, samen met nog wat gasten, zoals Tourbaas Christian Prudhomme. In de Tour maakt een volger van alles mee, inclusief het betreden van reuzenolifanten.

Tour de France
Beeld: Jeroen Wielaert

Mijn Citroen DS 4 heeft inmiddels de sticker Presse 1111 op de voorruit. Ik heb hem gisteravond neergezet in de Rue de Jemappes, vlak bij mijn appartement voor vier nachten in de Rue Emile Péhant. De wijk heet Champ de Mars, ligt vlak onder het oude centrum met de Hertogelijke burcht. Het was er rustig, behalve op het terras van de pizzeria waar België-Brazilië te zien was op een groot scherm.

Het was mooi om in Nantes het Mirakel van België te beleven. Verder bleef het kalm. Geen rellen, althans niet in mijn wijk, zoals de dagen ervoor, met brandende panden en auto’s, waaronder de voiture van de burgemeester – gevolg van het doodschieten van een 22-jarige jongeman door een onhandige agent.

Vanmorgen liep ik na het ontbijt naar de auto om er een nieuw parkeerbonnetje in te leggen. Het viel me op dat een rijraampje van de bestelwagen achter me was ingeslagen. Toen zag ik dat hetzelfde gedaan was met mijn raampje. In de auto was het een reusachtige chaos. De inbreker was er dwars doorheen gerausd, tot in de kofferruimte toe.

Hij had ook mijn archieftas met de Tourboeken leeg geschud, maar niet mee genomen. Alle apparatuur van waarde bevond zich in mijn kamer. Het moet een hele teleurstelling geweest zijn voor die gannef… Voor mij was het vroeg, deze Tour… Meestal gebeurt het pas in Grenoble. Nu wordt het eerst zoeken naar een garage die open is.

Bij de koffie, de jus d’orange en de croissants had ik inmiddels Le Monde gelezen, met de lange open brief van Chris Froome. Een stuk waar de tekstschrijvers van Donald Trump jaloers over zouden worden, of anders de president zelf wel. Was het Fake-Innocense of niet? Froome beweerde: “Een koers winnen met bedrog zou voor mij een persoonlijke nederlaag zijn.”

Ik herinnerde me Lance Armstrongs woorden uit 1999, op de Place de Verdun in Pau. Le Monde had hem in het vizier genomen met onthullingen over doping. De Amerikaan ging de Tour winnen, na het herstel van kanker. Armstrong zei: “Ze zeggen dat het niet kan, hij kan het niet doen, het kan niet zo zijn.” Daar kon hij nog mee weg komen, toen. Later onthulde David Walsh dat de man uit Austin, Texas tegen zijn verzorgster Emma O’Reilly had gezegd dat ze hem bijna te grazen hadden.

Onder Froomes schrijven verwoordde de Zuid-Afrikaanse fysioloog Ross Tucker de algemene scepsis. Hij stelde dat Froomes loopbaan een permanente medische ondoorzichtigheid kent – altijd ziek geweest die jongen en dan op zijn 26ste omhoog schieten als ronderenner. Tucker schamperde verder dat er ook niks over astma te lezen was in de Froomebiografie uit 2016 van David Walsh.

Allemaal stof voor de Tour van de Argwaan.

Die rellen in Nantes hadden me eerder doen denken aan 1968, het jaar dat door links bezongen is als het jubeljaar van de Revolutie en veel later door rechts als de grote mislukking van de opstandelingen. Ik denk aan de barricaden van Parijs, de dagenlange stadsguerrilla, aangeblazen door de verbeelding die aan de macht kwam. Een illusie was het zeker. Er kwam een spoedig einde aan de hartstochtelijk beleden solidariteit van studenten en arbeiders. President De Gaulle had fors in de rats gezeten, maar zag hoe de orde zich herstelde. De Mei-Revolte was gesmoord. Loesje-achtige tekst van toen: “Onder de straatstenen ligt het strand.”

Tour de France
Beeld: Jeroen Wielaert

Toch gebeurde er nog iets revolutionairs, die zomer. Een Nederlandse man die ze Le Professeur noemde, omdat hij een bril droeg, stapte op 27 juni in Vittel in een oranje trui op de fiets voor een proloog, won na drie weken wielrennen door Frankrijk op 21 juli de individuele tijdrit van Melun naar Parijs en mocht daarna de gele trui aantrekken als beste renner van de Tour de France.

Jan Janssen, de eerste Nederlandse Tourwinnaar ooit. Het was niet het resultaat van sterk solidair werk in de Nederlandse ploeg. Er bestond een zekere weerzin. Ze vonden Janssen een soort arrogante Fransman. De een na de ander stapte af. Hij moest het de laatste week vrijwel alleen doen.

Het is vijftig jaar later. Ik heb mijn plakboek nog van toen, ik was 12. In de Volkskrant las ik voor deze Tour een aardig stuk voor de jeugdige lezers over wie Janssen eigenlijk ook weer was.

Een halve eeuw Eerste Nederlander Die De Tour Won: het is een bijzonder menselijk identiteitsgegeven. Tom Dumoulin moet nu de eerste Nederlander worden die Jan Janssen en Joop Zoetemelk (1980) opvolgt – de historische tijdspanne van vijf decennia is uniek en uitdagend. Deze reis zal een nieuwe waarheid brengen over het verschil tussen Froome en Dumoulin. Groot is het niet, zoals bleek in de Giro, maar SKY is in zijn geheel sterker dan Sunweb.

Tour de France
Beeld: ANP

Op weg naar Frankrijk belde ik met Janssen. Hij zei: “Het is schandelijk dat de UCI zo lang over de beslissing gedaan heeft. Van dat Salbutamol ga je niet harder fietsen. Het is ook schandelijk hoe Hinault en Mottet tegen Froome tekeer gingen. Het is een keurige, nette, verstandige jongen. Hij zal worden beschimpt en hij heeft niks gedaan. Ik ben benieuwd. Het volk op de berg is zijn tegenstander.”

Zelf komt Jan naar de etappe-aankomst in Roubaix, volgende week zondag, samen met zijn Cora. Lachend zei hij: “Ze heeft goeie ervaring met die wielerbaan daar. Ze was er ook, toen ik daar Parijs-Roubaix won…”

Dat was in 1967, een jaar voor de Revoluties.

Lees en luister hier alle Tourkronieken van Jeroen Wielaert.