De Europese jeugd is fucked

Terwijl in de wereldpolitiek het onderscheid tussen kinderen en volwassenen steeds minder duidelijk wordt – in Brussel moeten ze nog bijkomen van het puberende gedrag van de Amerikaanse president – draaien er sinds deze week twee films in de bioscoop waar losgeslagen jongeren baas in hun eigen wereld zijn.

Is er, 50 jaar na de revolte van 1968, sprake van een nieuwe trend onder jonge Europese filmmakers? Filmjournalist Nico van den Berg legt het Griekse Park en het Nederlands-Belgische Wij tegen de rebellenmeetlat.

Het zijn hier nu warme dagen en lome avonden. Ideale omstandigheden om de films Park en Wij in een double-bill te gaan zien. In beide films is het hartje zomer, vormt een groep jongeren een eigen wereld waar volwassenen aan de zijlijn staan en speelt het noodlot uiteindelijk een grote rol.

Hedonisme en seksueel expliciete scènes

Scène uit Wij          Beeld: Nico van den Berg

Wij is het speelfilmdebuut van René Eller en gebaseerd op het gelijknamige boek van Elvis Peeters dat vanwege het seksueel expliciete karakter bij het verschijnen veel stof deed opwaaien. Met de film is het niet veel anders. Seks en geweld worden niet alleen door de regisseur gebruikt om het hedonisme van de jongeren aan te tonen, het wordt ook nog eens zeer expliciet in beeld gebracht, met een aantal neuk- en pijpscènes waar de camera bovenop zit. Tegelijk zegt het rumoer hieromheen ook wat over de bekrompenheid waarmee we naar films kijken. We zijn opgevoed met een filmmoraal waarin een blote borst wel gewoon is, maar een harde pik niet. Dat is de spiegel die – bedoeld of onbedoeld – de film ons ook voorhoudt: hoe groot of klein is de vrijheid op het witte doek en zijn ook deze conventies er niet om een keer doorbroken te worden, net als de jongeren proberen te doen.

Maar Wij is veel meer dan alleen maar het laten zien van het aftasten van grenzen door een groep tieners. Meteen al aan het begin wordt duidelijk dat er uiteindelijk iets verschrikkelijks gebeurt. Eller monteert op slimme manier tussen de energieke onbezorgdheid en het losbandige gedrag een aantal sobere scènes waarin een aantal jongeren via een voice-over bekent hoe het zover heeft kunnen komen. Het is deze combinatie die Wij zo krachtig maakt. Uiteindelijk rennen de jongeren door hun gedrag met open ogen de afgrond in.

De tekst gaat onder de trailer van Wij verder.

Geen slachtofferrollen

Scène uit Park     Beeld: Nico van den Berg

Het Griekse Park is in dit opzicht net even wat anders. Daar hebben de volwassenen er met hun gedrag een puinhoop van gemaakt, waarna de jongeren het heft in eigen hand nemen. Park is, net als Wij, een indrukwekkende speelfilmdebuut. De Griekse regisseur Sofia Exarchou laat zien hoe een groep jongeren bezit neemt van het vervallen Olympische zwembad in Athene, symbool van de ingestorte economie (de film is uit 2016) en megalomane (sport)projecten. In dit zwembad en de verwaarloosde terreinen eromheen kunnen ze onbespied hun frustratie kwijt over het gebrek aan werk, aan geld en aan eten. De energie die er dan loskomt, weet Exarchou perfect te vangen. De camera zit de jongens dicht op de zwetende huid en laat het onttakelde Olympische complex in een haast romantische warme gloed zien. Halverwege de film verschuift de focus naar Britse en Duitse toeristen die in een strandhotel een goedkope zonvakantie hebben. Een clash tussen deze groep en de jongeren is onvermijdelijk. De buitenwereld is onontkoombaar, zelfs in een verlaten en vervallen Olympisch zwembad.

De trailer van Park. Tekst gaat hieronder verder.

Wat zowel Wij als Park kenmerkt is dat beide filmmakers zonder een moreel oordeel te vellen laten zien hoe de jongeren uit onvrede met de druk en regels die volwassenen aan hen opleggen een eigen wereld opzetten. Nergens worden de jongeren in een slachtofferrol gedrukt. Het is juist de overmoed, humor en bravoure die worden benadrukt. Tegelijk zit er in beide films een flinke dosis fatalisme. Elke utopische samenleving gaat uiteindelijk blijkbaar kapot.

Scène uit Park        Beeld: Nico van den Berg

Wij en Park zijn absoluut niet representatief voor de reguliere bioscoopfilms, net zo min als de jongeren die we zien staan voor een meerderheid van jonge Europeanen. Beide films schuren, zetten op hun eigen manier conventies op hun kop. Of het nu de rauwe seks is in Wij of de romantisering van het vervallen Olympische zwembad in Park, het is een schreeuw naar vrijheid die absoluut een plek verdient in de bioscoop.