Wat zou oervader Henri Desgrange van de huidige Tour vinden?

Jeroen Wielaert 26 jul 2018 Sport

De Tour de France heeft Frankrijk jaarlijks drie weken volledig in haar greep. Tourkenner en journalist Jeroen Wielaert reist de renners drie weken lang achterna en vertelt u in zijn Tourkronieken het verhaal achter de Ronde.

‘Dumoulin kwam geconcentreerd sturend langs in de slipstream van Sky, Geraint Thomas in het geel voorop.’ Beeld: Jeroen Wielaert

Het terras van Café le Russe aan de Boulevard des Pyrenées in Pau was beslist een goede plek om de bergetappe van de waarheid te laten dalen. Aan de omringende tafels zaten jonge vrouwen met elkaar over geheel andere dingen te kwetteren dan het lot van Chris Froome, Geraint Thomas en Tom Dumoulin.

Ik was gaan zitten met een licht gevoel van deceptie. In de vooraf als ‘flitsend’ opgehemelde etappe had het maar kort echt gedonderd. In het kortstondige onweer aan aanvallen kreeg Chris Froome klop, niet van een toeschouwer maar door een rake versnelling van Tom Dumoulin, de Nederlandse publieksheld die Thomas op het laatst niet meer kon bijbenen.

Luistert u liever de hele kroniek? Jeroen spreekt iedere aflevering in. De tekst loopt hieronder door.

Voor de start in Luchon zag ik Dumoulin rijden op de Allée d’Étigny, een van de mooiste bomenlanen van Frankrijk. Hij fietste na het tekenen op me af. Ik knikte naar hem, maar hij zag me niet, keek dromerig voor zich uit, in het soort trance dat in topsportjargon ‘focus’ wordt genoemd. Hij werd ook toegejuicht van achter de hekken, maar leek dat niet te horen.

Ik liep nog even door naar het Village Départ om kranten te scoren. Het vipdorp stond mooi voor het tempelachtige bronnenbad van Luchon. Aan de gevel hingen foto’s van winnaars van lang geleden, niet ver na de invoering van bergetappes bij wijze van vernieuwing van de Tour de France. Lapize, Thys, Lambot, Bottecchia, Buysse, Ducazeaux – dat soort kerels.

Tot 1909 had Henri Desgrange er niet aan gewild, om de bergen in te trekken. Hij zag letterlijk beren op de weg en die zijn nu vooral aanwezig als een gekalkt woord op het asfalt: OURS.

Anno 2018 stapten ze in Luchon op voor een ultrakorte rit met aankomst op de nog nimmer beklommen Col du Portet, gewijd aan de herinnering aan de oude baas, Souvenir Henri Desgrange.

De man had niets begrepen van een Pyreneeënrit als deze. Hij was van het stokoude wielrennen: etappes van meer dan 300 kilometer en zo was het ook met die allereerste rit over de Pyreneeën: Luchon-Bayonne, 326 kilometer.

Henri Desgrange (links) in 1932 naast de Italiaanse renner Amerigo Caccioni. Beeld: ANP/Staff

Zie ik Desgrange in het Village Départ van Luchon samen met Christian Prudhomme, want in digitale verbeelding is tegenwoordig alles mogelijk, zelfs in 3D.

Zegt de oude Henri: “65 kilometer door de bergen! Het is de Tour niet meer!”
Prudhomme, met zijn grijns: “Dat klopt. Dit is de Tour van nu!”
Desgrange weer: “Waar is het verháál dan? De heroïek van honderden kilometers met bérgen erin? Dat was nog nooit vertoond!”
Prudhomme: “Met alle respect: dat is passé. U moest L’Auto verkopen, uw krant. Wij zijn op televisie. Au revoir l’ennuie! Weg met de verveling!”
Desgrange schudde zijn hoofd en zei: “Is er dan niets meer van de verbeelding over?”
“Kom maar mee!” zei Prudhomme tegen de Godfather. Samen liepen ze naar directiewagen nummer 1.

Ik ben de Peyeragudes opgereden en heb de komst van de eerste koploper afgewacht, Tanel Kangert, de nummer 125 van Astana, de held van Vändra, Estland. Ik had ongeveer een kilometer zicht op de bocht die hij moest nemen voor de passage van de Col. Ze kwamen snel omhoog, de motoren, de rode auto’s, de renner. Ik moest voortmaken om alles voor te blijven, bergaf.

Beeld: Jeroen Wielaert

Het werd echt scheuren naar beneden, in voiture de presse 1105, om daar nog tijdig de versperring voor de omleiding te nemen en te parkeren. In een haarspeldbocht stond een halfnaaktensemble van zes man klaar voor Bardet, zijn naam buik voor buik gespeld. Dumoulin kwam geconcentreerd sturend langs in de slipstream van Sky, Geraint Thomas in het geel voorop.

In Arreau, morgen doorkomst aan de voet van de Aspin, hing de rust van een vakantiedag. Historisch dorp met klaterbeek en vakwerkhuizen. Ik liep er binnen in Bar le Londres. Er zaten genoeg mannen bijeen. De slager van de overkant was er ook, met zicht op zijn vlees.

Ze waren niet geïnteresseerd in de nieuwe ontwikkelingen rond Alexandre Benalla, de loshandig omhooggevallen beschermgorilla van president Macron. Er was iets belangrijkers te doen: naar de Tour kijken. Ze lieten verschrikt gejoel horen toen ze zagen dat Romain Bardet moest lossen. Ze gaven geen kik bij wat er gebeurde met nog twee kilometer te gaan: de aanval van Roglic, de reactie van Dumoulin, de onmacht van Froome en de overmacht van Thomas daarna.

Beeld: Jeroen Wielaert

Het was goed om de Tour te zien in Le Londres. Best gezellig, maar voor Henri Desgrange had het beter gekund: spannender, heroïscher, bij wijze van herinnering.

Wat nu volgt is een onnozel soort rustdag op de fiets naar Pau, vanuit het debuterende startplaatsje Trie-sur-Baïse, een dommelige bastide die door de Tour zomaar grote bekendheid krijgt.

Ze zullen het er vooral hebben over de dag van morgen, met de Tourmalet en de Aubisque nog te gaan. De ontvangst voor de gasten is in de Halle aux Porcs, de varkensmarkt.

Lees en luister hier alle Tourkronieken van Jeroen Wielaert.

Reageer op artikel:
Wat zou oervader Henri Desgrange van de huidige Tour vinden?
Sluiten