De dividendbelasting: the gift that keeps on giving

Jan Smit 20 sep 2018 Politiek

Kekke promofilmpjes (‘Go Wopke!),  de premier die in de Tweede Kamer de handen op de schouders van de minister van Financiën legt, nadat deze de begroting heeft gepresenteerd – klaar voor de polonaise!, bewindslieden die elkaar bejubelen (Nieuwsuur, het Oog). Wie Prinsjesdag in de media heeft gevolgd gaat er bijna in geloven: Rutte III, nog niet eens een jaar in het zadel, is een revelatie.

In de Troonrede deed de regeringsploeg daar nog eens een schepje bovenop. Het kabinet-Ruijs de Beerenbrouck, dat in september 1918 aantrad, steunde op precies de helft van het aantal zetels in de Tweede Kamer – nog een minder dan Rutte III. En toch wist dit kabinet met de invoering van de achturige werkdag en het algemeen vrouwenkiesrecht wezenlijke verbeteringen door te voeren, declameerde de Koning. Ergo: ook een coalitie die slechts kan leunen op een kleine Kamermeerderheid is tot grootste daden in staat. Dat Ruijs de Beerenbrouck I te maken kreeg met enkele ministerscrises en in 1921 zelfs met een tussentijdse kabinetscrisis, lieten Rutte en zijn roedel in diezelfde Troonrede wijselijk achterwege.

Dat Ruijs de Beerenbrouck I te maken kreeg met enkele ministerscrises en zelfs een tussentijdse kabinetscrisis, lieten Rutte en zijn roedel in de Troonrede wijselijk achterwege

Een ding is zeker: Rutte III heeft de wind in de rug – flinke economische groei, begrotingsoverschot, daling staatsschuld. Daar mag de premier graag mee pronken. Volstrekt ten onrechte: die economische hoogconjunctuur is geheel te danken aan het monetaire beleid van de Europese Centrale Bank. Buiten het bestuur van de bank heeft daar niemand invloed op – noch Rutte, noch Hoekstra, noch u, noch ik.

Gegeseld door de dividendbelasting

Tot echt grootste daden is dit kabinet nog niet gekomen. Een pensioenakkoord, een gekwantificeerd klimaatakkoord, de hervorming van de arbeidsmarkt: tal van dossiers uit het Regeerakkoord staan nog steeds in de steigers. En een lemma blijft Rutte III in het bijzonder geselen: de dividendbelasting.

Financieel lijkt dit plan gered. De extra onvoorziene kosten van 500 miljoen euro worden gedekt door de vennootschapsbelasting minder te verlagen dan eerst was aangekondigd. Maar hoezeer de Rutte-equipe ook zijn best doet – zelfs Willem-Alexander nam het D-woord in zijn mond gisteren – het blijft een brisant onderwerp. Niet alleen omdat het geen democratische grondslag kent en er bijna niemand is die Rutte in dit dossier steunt – voormalig collega Polman (Paul Polman, de CEO van Unilever) daargelaten -, de kans dat de oppositie het kabinet erover laat struikelen blijft groot.

Aan mogelijkheden geen gebrek. Vandaag beginnen de Algemene Beschouwingen, begin oktober de Financiële Beschouwingen en eind die maand de behandeling van het Belastingplan. Vervolgens verplaatst de strijd zich naar de Eerste Kamer.

GroenLinks-leider Jesse Klaver heeft al laten weten dat hij er met gestrekt been ingaat. Volgend jaar maart zijn de Senaatsverkiezingen. Er is een reële kans dat de coalitie dan de meerderheid in de Eerste Kamer gaat verliezen. In dat geval moet er gezocht worden naar steun bij de oppositie. Zowel de PVV als de vier coalitiepartijen hebben eerder laten weten niet met elkaar te willen samenwerken. GroenLinks staat daar wel voor open, mits de regering de plannen voor de afschaffing van de dividendbelasting, die voor 2020 gepland staat, terugdraait.

Klaver wil het kabinet alleen steunen als het de afschaffing van de dividendbelasting terugdraait

Dat is niet de enige tikkende tijdbom. Telkens weer zullen Rutte en Hoekstra moeten uitleggen waarom de afschaffing van de dividendtaks zo belangrijk is. Dat dit Rutte niet gemakkelijk valt, wisten we al. Ook Hoekstra krijgt het er waarschijnlijk moeilijk mee. Nu.nl publiceerde dinsdag een steengoed interview waarin hij zich stevig vergaloppeerde.

Bananenschil

Of de minister nog een keer wilde uitleggen waarom de afschaffing van de dividendbelasting een goed plan is, legde de verslaggever de minister voor. Om bedrijven in Nederland te houden en buitenlandse bedrijven hiernaar toe te halen voor de werkgelegenheid, reageerde Hoekstra. In het bijzonder met het oog op de Brexit, waardoor ‘bedrijven zich afvragen waar ze zich willen vestigen’, voegde hij toe.

Kon de minister namen noemen van bedrijven die uit het Verenigd Koninkrijk hier naartoe komen dankzij de dividendmaatregel? Nee, over individuele bedrijven kon hij niet praten.

Verslaggever: “U kunt gewoon aantallen noemen.”

Hoekstra: “Het gaat mij erom dat je de bedrijven die je hebt, ook behoudt. Er volgt terecht een discussie als bedrijven vertrekken, zoals een aantal jaar geleden met Organon in Oss. Toen verdwenen veel banen, die willen we nu beschermen.”

Hoekstra: “Er volgt terecht een discussie als bedrijven vertrekken, zoals een aantal jaar geleden met Organon. Toen verdwenen veel banen, die willen we nu beschermen”

Een uitglijder van formaat. Zoals Nu.nl terecht stelt: Organon is niet uit Nederland vertrokken vanwege de dividendbelasting. Het farmaciebedrijf, onder meer bekend vanwege de ontwikkeling van de pil, werd in 2007 overgenomen door een Amerikaans bedrijf. Op de research- en ontwikkelingsafdeling, destijds goed voor 1.100 banen, werken inmiddels nog maar dertig mensen.

De dividendbelasting: the gift that keeps on giving.

Inschrijven nieuwsbrief

Reageer op artikel:
De dividendbelasting: the gift that keeps on giving
Sluiten