Anders dan Klaver, Baudet en Jetten begon Kok gewoon in de Koektent

Ton F. van Dijk 21 okt 2018 Mening

De dood van staatsman Wim Kok roept naast verdriet ook pijnlijke vragen op over de huidige generatie politici. Want waar Wim Kok het premierschap van alle Nederlanders nooit zag als een ‘persoonlijk masterplan’, ligt dat in het geval van zelfverklaarde premierskandidaten als bijvoorbeeld Jesse Klaver en Thierry Baudet heel anders. De nieuwe lichting politici lijkt in niets op staatsman Wim Kok en bestaat vooral uit politieke marketeers, zo betoogt Ton F. van Dijk.

Het overlijden van Wim Kok maakt opeens veel duidelijk. Allereerst natuurlijk dat Kok een groot staatsman was. Hij was in retrospectief een minister-president in de tijd dat dit vak nog iets voorstelde. Zelf zei hij daarover in het programma Kijken in de ziel, dat zaterdagavond door de NPO werd herhaald, dat het hoogste politieke ambt vooral een ‘verantwoordelijkheid’ was.

In die zin was het ‘premierschap van alle Nederlanders’ dan ook nooit een keuze geweest voor de jonge Wim Kok. Hij was min of meer van de ene verantwoordelijkheid in de andere gerold. Het Torentje als eindstation was meer een logisch gevolg van dat proces, dan een zorgvuldig bedacht plan.

De weg naar het door iedereen geroemde staatsmanschap begon op Nyenrode. Toen nog geen echte universiteit, maar wel al een studie die de elite via het vaderlandse bedrijfsleven naar de macht bracht. Nyenrode was dan ook een opvallende keuze van de jonge Kok, zeker niet afkomstig uit een milieu waarin het normaal was om op de campus in Breukelen te studeren.

De Koektent

Op Nyenrode legde Wim Kok het fundament voor zijn premierschap. Niet alleen omdat hij er de taal van het bedrijfsleven leerde spreken – een must voor de latere FNV-topman – maar ook deed hij voor het eerst ervaring op als bestuurder. Zo bekleedde Wim Kok een buitengewoon belangrijke functie op de de campus van de elite-opleiding: Kok was er de beheerder van de ‘Koektent’.

De Koektent is een winkeltje vóór de studenten dat wordt gerund dóór de studenten op het terrein van Kasteel Nyenrode. Het besturen van de Koektent gold ook al in de dagen van student Wim Kok als een eminente bestuurspositie binnen Nyenrode. Het was zijn eerste grote ‘verantwoordelijkheid’ om in de woorden van de overleden oud-premier zelf te spreken.

Waarom vertel ik dit allemaal? Omdat het duidelijk maakt dat het premierschap iets is dat je bij voorkeur behoort te overkomen. Om de doodeenvoudige reden dat je ooit als beginnend leider verantwoordelijkheid nam voor de Koektent. In het geval van Wim Kok gevolgd door de vakbond, de PvdA-fractie in de Tweede Kamer en het ministerie van financiën.

Pas nadat hij al deze verantwoordelijkheden had gedragen, belandde Wim Kok in het Torentje. Daar was niks bedachts aan. Het gebeurde en alleen zo kon hij uitgroeien tot premier van alle Nederlanders en werd hem na zijn overlijden eensgezind het predicaat van ‘staatsman’ opgespeld. Zonder twijfel het hoogst haalbare in premierskringen.

Hoe anders is dat met onze nieuwe generatie politici, die openlijk en onbeschaamd een verblijf in het Torentje ambiëren? Zonder buiten de politiek ooit enige serieuze verantwoordelijkheid te hebben gedragen.

Het marketingplan van Jesse Klaver

Neem Jesse Klaver. De GroenLinks-leider liep op dezelfde leeftijd dat Wim Kok zich vooral bezighield met de Koektent, al ‘kwijlend’ rond in Den Haag en vertrouwde een televisieprogramma, dat hem toen al volgde, toe dat hij premier wilde worden. Anders dan staatsman Wim Kok voerde Jesse Klaver vanaf de eerste dag een zorgvuldig bedacht marketingplan uit, dat uiteindelijk moet leiden tot een werkplek in het Torentje.

Hetzelfde geldt voor een andere jongeling: Thierry Baudet van het Forum voor Democratie. Zonder noemenswaardige maatschappelijke verantwoordelijkheden te hebben gedragen claimt ook hij na een jaar Kamerlid te zijn geweest het premierschap als iets waar hij recht op heeft. Een schokkende vorm van eigenliefde die in schril contrast staat tot de route die Wim Kok aflegde en die zonder enig plan begon in de Koektent.

En dan is er nog Rob Jetten van D66. Ook hij mikte al op zeer jonge leeftijd op een politieke carrière en net iets handiger dan Jesse Klaver ontweek hij als beginnende twintiger vragen van een cameraploeg, die hem filmde tijdens de verkiezingscampagne in Nijmegen over zijn ambities om ooit het Torentje te veroveren. Maar in alles maakt deze inmiddels 31-jarige prefab-politicus duidelijk dat hij dáár terecht wil komen.

Klaver, Baudet en Jetten zijn op de tekentafel bedacht

Zo noemde hij tijdens zijn eerste debat als fractievoorzitter vorige week zijn collega-Kamerlid Paul van Meenen al ‘mijn woordvoerder’ en sprak hij freudiaans als een echte premier in wording vanaf het spreekgestoelte over ‘uw Kamer’. Bewoordingen die normaal gesproken aan bewindspersonen zijn voorbehouden. De kersverse fractievoorzitter van D66 deed het gewoon.

Jesse Klaver, Thierry Baudet en Rob Jetten zijn op de tekentafel bedacht. Ze voeren behendig een plan uit dat moet leiden tot een werkplek in het Torentje. Maar geef mij maar Wim Kok, die gewoon begon in de Koektent omdat hij zich ‘verantwoordelijk’ voelde en aldus verrees tot staatsman. A long way to go voor Klaver, Baudet en Jetten.

Lees ook het interview met Frits Bolkestein over Wim Kok: “Een man van niveau”

Reageer op artikel:
Anders dan Klaver, Baudet en Jetten begon Kok gewoon in de Koektent
Sluiten