Hoe ik als onbeduidende Twitteraar de Utrechtse Universiteit redde  

Erdal Balci 10 feb 2019 Mening

Afgelopen woensdag trok ik op Twitter ten strijde tegen de Universiteit Utrecht. Mijn tweet ging viraal en vrij snel kreeg ik hun collega’s uit Leiden op mijn dak. Afdeling factcheking van Universiteit Leiden nam de betreffende tweet over de diversiteitswerkzaamheden van de universiteit en de suggestie over aparte ingangen voor vrouwen en mannen een hele dag onder de loep. Aan het einde van de dag hadden ze besloten dat ik een ‘fake news-verspreider’ was, maar die Utrechtse plannen werden dankzij mijn tweet wel in de vriezer gezet. Die dag werd duidelijk dat in de propagandaoorlogen van nu de eenling eeuwenoude instituten kan verslaan.     

De term propaganda kent zijn oorsprong in de  Griekse Oudheid. Onovertroffen was echter de Kerk als het ging om zieltjes winnen door het verspreiden van de juiste woorden. Pas in de vorige eeuw kreeg de term door de praktijken van de totalitaire regimes in Duitsland en de Sovjet-Unie een negatieve lading. Desondanks koester ik nog steeds warme gevoelens voor die praktijk omdat helden als Denis Diderot en Jean le Rond d’Alembert, die met hun stukken in de Encyclopedie in de achttiende eeuw streden voor de radicale Verlichting en daarmee aan de basis staan van onze moderniteit en onze democratie, niets anders deden dan propaganda voeren voor hun eigen idealen.

Om terug te keren naar die afgelopen woensdag; ik was verbolgen door het nieuws in een landelijke krant over het document van Universiteit Utrecht, geschreven door de speciale Taskforce Diversiteit met daarin suggesties voor halalmaaltijden in de kantine, een ramadanrooster, een gebedsruimte met aparte ingangen voor vrouwen en mannen. Men praatte dus over de afbraak van het basisprincipe dat de academie neutraal moet zijn en de afbraak van de muur die tussen de rede en de religie is opgetrokken. Maar de universiteit wilde nu eenmaal een betere afspiegeling van de maatschappij zijn, wilde meer moslims in de klaslokalen en werden dus de bovengenoemde voorstellen op papier gezet.

En toen trad ik in de voetsporen van mijn held Diderot, bedreef de kunst van de propaganda en stuurde vroeg in de ochtend van die regenachtige 6 februari deze tweet de wereld in: De Universiteit van Utrecht denkt na over aparte ingangen voor vrouwen en mannen. In hetzelfde Utrecht heeft Anna Maria van Schurman 450 jaar geleden als eerste vrouw in de wereld op een universiteit mogen studeren. Kijk naar buiten, het regent vandaag de tranen van Anna Maria.

Twitter ontplofte meteen. Nadat meer dan vijfhonderd mensen de tekst hadden geretweet kreeg ik een mail van de Universiteit Leiden. Ze deelden me mee dat ze mijn twee tweet gingen factchecken en vroegen om uitleg. Op dat moment dacht ik dat dit een unicum moest zijn. Was er eerder een tweet, waarmee op een eerder verschenen nieuwsbericht werd gereageerd, door een universiteit gecontroleerd op het waarheidsgehalte? Bovendien kon ik me er niet van weerhouden om te denken dat Universiteit Utrecht om hulp had gevraagd van hun collega’s uit Leiden en dat die twee Universiteiten elkaar net zo perfect rugdekking gaven als Ronald Koeman en Frank Rijkaard op het welbekende EK.

In de uren dat de academici uit Leiden met hun rapport kwamen met daarin de voornaamste conclusies dat ik bezijden de waarheid zat en dat Universiteit Utrecht geen gebedsruimten ging vrijmaken voor moslims, regende het nog steeds. De pientere Utrechtse academici hadden zich laten interviewen door hun nog slimmere collega’s uit Leiden en Nederland op het hart gedrukt dat deze bijna vier eeuwen oude oogappel niet in een halve moskee ging veranderen om moslimstudenten te kunnen aantrekken.

Maar conclusie of geen conclusie uit Leiden; op die regenachtige woensdag werd een prachtige beeld geschetst van de tijd waarin we leven. Ik, de eenling, had door op het juiste moment de juiste woorden te tweeten net zoveel teweeggebracht als eeuwenoude instituten met begrotingen waarmee je het voedseltekort in Afrika kunt oplossen. Op die regenachtige woensdag werd duidelijk dat de eenling niet meer machteloos staat tegen de propaganda die vanuit de deftige kamers van universiteiten de wereld in wordt gestuurd, maar in de wereld van nu de middelen heeft om terug te vechten.

Bovendien is de eenling meer dan ooit bekwaam geworden in het ‘tussen de regels door lezen’ van rapporten als die van de Taskforce van Universiteit Utrecht. We begrijpen tegenwoordig meteen waar het heengaat als die suggesties eenmaal op papier zijn gezet. Een talent dat schrijvers en dissidenten achter het IJzeren Gordijn ook hadden ontwikkeld om te overleven. Die hadden toen geen Twitter. Ik wel. Met mijn tweet heb ik dus op een regenachtige dag (voorlopig) het seculiere karakter van de Universiteit Utrecht gered. En geloof het of niet, aan het einde van die woensdag huilde Anna Maria van Schuren niet meer.

Reageer op artikel:
Hoe ik als onbeduidende Twitteraar de Utrechtse Universiteit redde  
Sluiten