Martin Sommer: ‘Tocqueville geeft inzicht in het onbehagen van de mens’

Kevin van Vliet 12 mrt 2019 Cultuur

Martin Sommer (Amsterdam, 1956) is journalist en columnist bij de Volkskrant. Hij schreef De kleine Tocqueville, over het gedachtegoed van de grondlegger van het Franse liberalisme.

Zeg, waar gaat dat boek eigenlijk over?
“Het boek is een samenvatting van het denken van Alexis de Tocqueville. Hij leefde van 1805 tot 1859 maar zijn gedachtegoed is best actueel. Hij maakt het onbehagen van de moderne mens begrijpelijk. De moderne mens is welvarend en vrij om zijn eigen leven in te richten. Dat bevalt de mens wel, en tegelijk bevalt het hem niet, want er is niemand meer die hem leidraad geeft of helpt.

“De overheid kampt met het hetzelfde probleem. Aan de ene kant wil de overheid de mensen tegemoetkomen – je ziet het vooral in verkiezingstijd. Tegelijkertijd hebben wij een heel barse, vervelende, nare overheid, die je ongenadig op je lazer geeft als je het niet juiste vakje aanvinkt bij de aanvragen van een bijstandsuitkering. Neem dat klimaatakkoord. Klimaatverandering is een probleem en de overheid moet het vuile werk opknappen, en het ziet ernaar uit dat de overheid met stevige maatregelen komt. Heel dure maatregelen ook, die ingrijpen op jouw persoonlijke vrijheid. Je moet straks inductief koken terwijl je dat helemaal niet wil, je moet lelijke spaarlampen indraaien, je mag niet meer op benzine rijden en je moet vliegschaamte hebben. Die spanning rondom vrijheid zit voortdurend in het moderne leven. Dat maakt regeren ook zo moeilijk. En Tocqueville is de eerste die deze spanning op een heldere en zeer leesbare manier heeft beschreven.”

Hoe snel schrijft u?
“Heel langzaam, en dat stoort mij in de toenemende mate. Ik kon vroeger heel snel schrijven. Misschien heeft het met ouderdom te maken. Mijn politieke column voor de Volkskrant van zaterdag schrijf ik tegenwoordig soms wel vier keer over.”

Waar schrijft u mee?
“Met wegwerpvulpennen van Bic. Ik ben daar twintig jaar geleden mee begonnen in Frankrijk, als correspondent. Daar lagen ze bij de sigarenboer. In Nederland kun je ze niet krijgen, behalve op het internet, dus ik bestel ieder jaar twee dozen met Bic-wegwerpvulpennen. Ik gebruik er ongeveer twintig per jaar. Dat is niet goed volgens het klimaatakkoord: ik heb een flinke ecologische voetafdruk, kun je wel stellen. Al doe ik wel aan klimaatcompensatie! Wij hebben een huisje in Frankrijk met een halve hectare grond, waar ik twintig jaar geleden allerlei boompjes op heb gepland. Ze waren toen één meter hoog, en nu twintig meter hoog. Dat compenseert ruimschoots voor al die wegwerpvulpennen.”

Hoeveel verdient u eigenlijk aan zo’n boek?
“Ik heb van de uitgeverij tweeduizend euro voorschot gekregen. Als ik daar op wil gaan verdienen, moet ik eerst tweeduizend exemplaren verkopen. Dat zit er niet in, hoewel ik wel heel tevreden ben met de verkoop. Ik heb er al vijfhonderd verkocht in twee weken, en er is niet eens voor geadverteerd. Dat maakt mij toch een soort Peter Buwalda van de Tocqueville-kluit.”

Welke schrijvers schaart u onder uw vrienden?
“Max Pam is een goede vriend, en een echte schrijver. Ik ken veel journalisten, en zij schrijven tegenwoordig allemaal boeken. Peter Brusse, bijvoorbeeld. Heeft twee weken geleden een boek over de Brexit uitgegeven. Een heel erg leuk boek.”

Wie is uw favoriete Nederlandstalige schrijver?
“Fictie? Ik lees geen fictie. Mijn favoriete historicus is Arie van Deursen. Ik zou hem vijf jaar geleden interviewen voor de Volkskrant maar het interview werd afgeblazen, en twee dagen later was-ie dood. Dat lag overigens niet aan mij. Van Deursen was een echte kenner van de Gouden Eeuw in Nederland en schreef daar prachtig over. Die man heeft in zijn leven te weinig erkenning gekregen. Hij begaf zich in strenggereformeerde kringen en daar moest ‘het wereldje’ niets van hebben. Hij heeft dus ook nooit de P.C. Hooftprijs gekregen, wat eigenlijk een schandaal is.”

Tot slot: op het huis van welke schrijver zou u wel een precisiebombardement willen laten uitvoeren?
“O ja, het precisiebombardement. Nou, het precisiebombardement gaat deze week niet door, want ik mag van mijn vrouw en mijn zoon niemand bombarderen. Al wil ik best prijsgeven aan wie ik mij stoor. Ik stoor mij aan de historicus Leo Lucassen. En wat mij zo aan hem stoort is dat hij het altijd maar over ‘de nuchtere feiten’ heeft. Hij heeft een boekje geschreven over vijfhonderd jaar immigratie in Nederland, en de nuchtere feiten van Lucassen leren ons dat er in de Gouden Eeuw in Nederland veel meer immigratie plaatsvond dan nu, en dat immigratie een minder groot probleem was dan nu het geval is. Nou, dat van die immigratie is waar. Er wás veel meer immigratie dan nu. Máár: er bestond toen nog geen verzorgingsstaat. Je hoefde nog geen sociale lasten af te dragen om je medeburgers te onderhouden. Met andere woorden, je hebt er een direct belang bij dat die medeburgers hard werken en niet allemaal in de bijstand zitten. Nuchtere feiten zijn over het algemeen genomen nooit nuchter, ook niet die van Leo Lucassen. Nuchtere feiten bestaan niet.
“Tocqueville schreef over een idée mère, een moederidee. Een ruwe hypothese van hoe de dingen zitten. Hij vindt dat je, als je ergens over schrijft, een rudimentair idee moet hebben over hoe de dingen in elkaar zitten. Zonder zo’n idee komt de wereld als een brij op je af en maak je geen onderscheid tussen belangrijk en minder belangrijke zaken. Ook Leo Lucassen maakt dat onderscheid, en dat weet Leo Lucassen dondersgoed. Daarom stoort het mij zo. Maar goed, geen bombardement deze week.”

De kleine Tocqueville van Martin Sommer is bij uitgeverij Atlas Contact verkrijgbaar voor €11,95.

Reageer op artikel:
Martin Sommer: ‘Tocqueville geeft inzicht in het onbehagen van de mens’
Sluiten