Spring naar de content
bron: Gabriël Kousbroek

Eurocommissaris klapt uit school over geschiktheid Timmermans

Spreek je met insiders over Brusselse berichtgeving, dan kun je niet om hem heen: Hans Haversmid. De freelance correspondent ontdekte in een Brussels café een niet nader te noemen Eurocommissaris. Daar doet hij in geuren en kleuren verslag van.

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Hans Haversmid

De ratrace naar de nieuwe Europese Verkiezingen is in Brussel begonnen. Toch is deze titanenstrijd in Nederland nog maar nauwelijks onder de aandacht gebracht: met uitzondering van zwaargewicht Timmermans en de eerder al beschreven Derk Jan Eppink. Nu volg ik het Nederlandse nieuws nog amper, omdat het iedere week hetzelfde liedje is: Brussel wordt ondergesneeuwd. Sterker nog: een rondgang door de kranten leert dat er voornamelijk interesse is voor de Eerste Kamer, nota bene een chambre de réflexion, waar een vlezige financieel ondernemer met de scepter wil zwaaien. Een achterhaald instituut. Nee, dan het europarlement. Nota bene het instituut van de naoorlogse gedachte.

In de hoofdstad van de EU is banencaroussel in volle gang, en ik probeer me als freelanceverslaggever zo neutraal mogelijk te houden. Uiteindelijk is de integriteit van een journalist minstens van even groot belang als die van een Eurocommissaris. Dat brengt me bij een delicaat onderwerp. Aanvankelijk was er grote twijfel om tot publicatie over te gaan, maar op aandringen van Haagse Post-icoon Tom Kellerhuis heb ik besloten om hier wel over te schrijven.

Het gebeurde na een kort weekend in de slipstream van de Tour de Frans, een campagnetour die de Limburgse Spitzenkandidat per fiets aflegt. Boze tongen beweren dat het is om overtollige kilo’s te verliezen, maar ik weet via insiders dat het vooral met CO2-reductie te maken heeft.     Dit bericht bekijken op Instagram         


Na die tour was ik toe aan een Brugse zot, in een barretje in Ukkel. Al bij binnenkomst zag ik hem zitten. Hoewel ik hem direct herkende, moet ik om redenen van privacy – een belangrijke Europese waarde – de anonimiteit van deze eurocommissaris respecteren.

Wel kan ik vertellen dat hij al enige tijd last heeft van rugpijn, en dat het zijn laatste termijn is als lid van de Europese Commissie. Een belangrijk man dus. Daarom snapte ik niet waarom deze man in zijn eentje aan de bar zat, zonder de gebruikelijke entourage.

Stoïcijns nipte hij aan wat nog het meest weghad van een glas water. Ik besloot hem aan te spreken. Een dergelijke kans werd mij, ondanks al mijn ervaring binnen de hoofdstad van Europa, niet iedere dag gegund. Hij schrok van mijn aanwezigheid, verloor zijn evenwicht en viel bijna van zijn kruk. Door zich vast te klampen aan mijn stropdas wist hij zich nipt te herstellen. Daardoor trok hij me bijna in zijn val mee. Die das was ik nooit meer. Toen hij zijn evenwicht eenmaal had hervonden, aaide hij me minzaam over mijn rug.

Geheel in de stijl van HP/De Tijd vroeg ik hem naar zijn gemoedstoestand. ‘Het is weleens beter gegaan, maar ook weleens minder.’ Zijn bril was scheefgezakt over zijn wallen die me deden denken aan papier maché. Het ambt van Eurocommissaris gaat niemand in de koude kleren zitten, en zeker niet in de afgelopen vijf jaar: met grexit, brexit, immigratiecrisis, en de opkomst van de populisten. Mijn gespreksgenoot was echter onversaagd te werk gegaan, op een manier die eigenzinnig was, maar vooral doeltreffend.

Geïnspireerd door de Europese gedachte zag ik een generatie mannen voor me, die stuk voor stuk hadden geijverd voor een Unie die zo aantrekkelijk mogelijk is. En nu, na een lange politieke carrière, vond ik deze éminence grise terug op een plek waar ik hem het minst had verwacht. Hoe zou het gaan met zijn politieke erfenis?

Hij sloeg me liefkozend op mijn rechterwang, toen zat ook mijn bril scheef. ‘De erfenis is in goede handen,’ mompelde hij bedachtzaam. ‘Mijn taak zit erop, en nu is het de beurt aan anderen.’ Toen barstte hij opeens in snikken uit. Zijn staatshoofd, een groothertog, was net overleden.

Nadat ik hem had getroost, en een nieuw glas water voor hem had besteld, vroeg ik hem wat hij van Timmermans vond. “Een mooie man, een aantrekkelijke man. Veel beter dan Dijsselbloem’ (hij sprak het Frans uit: Diè-sel-bluhm). ‘Dat was een carrièreman, en François is juist zo onbaatzuchtig en barmhartig.” De Tour de Frans is niet tevergeefs, concludeerde ik. De Europese Unie heeft de allerbeste Spitzenkandidat nodig om de geopolitiek weer naar haar hand te zetten. En wie dat is, dat zal in mei aan de kiezer zijn.

Dit soort mannen gaan we heel erg missen, bedacht ik, terwijl ik hem achterliet met de rekening.