Spring naar de content
bron: ANP/Alexander Schippers

De warrige waanzin van de Europese drugswetgeving

Zware straffen hangen de twee jonge Nederlanders die op muziekfestival Sziget gearresteerd werden voor het in bezit hebben van grote partijen drugs boven het hoofd. Zwaardere straffen dan in eigen land. Waarom is er geen afstemming over drugsbeleid in Europa?

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Sebastian Proos

De Sziget-dealers werden op het festival betrapt met 1 kilo xtc-pillen, 451 voorgedraaide joints en 128 gram marihuana. In hun auto vond de Hongaarse politie later 4.000 xtc-pillen en 15 kilo marihuana extra. De Nederlanders Roelf B. en Gert-Jan N. lieten zelfs op nonchalante wijze een geprint drugsmenu met telefoonnummer uitdelen. Er hangt hun nu mogelijk een levenslange gevangenisstraf boven het hoofd. Het duo blijft in voorarrest voordat het uiteindelijke vonnis bekend is. De Hongaarse justitie maakt geen onderscheid in straffen tussen verschillende typen drug. Het in bezit hebben van joints en pilletjes wordt even zwaar bestraft als het bezitten van heroïne en cocaïne.

Opvallend is dat de wetten en straffen voor drugsbezit in Europa enorm uiteenlopen. In België kennen ze een tolerant drugsbeleid, waarbij drie gram wiet voor persoonlijk gebruik door de vingers wordt gezien. Het in bezit hebben van kleine hoeveelheden harddrugs wordt ook niet bestraft. In Frankrijk daarentegen zijn de wetgevers weer veel strenger. Daar betekent drugsbezit bijna altijd een gevangenisstraf, alhoewel er sinds eind vorig jaar bij bezit van wiet ‘slechts’ een boete van 200 euro opgelegd wordt. In Duitsland hangt het er zeer vanaf in welke deelstaat de overtreder opgepakt wordt en in Oostenrijk is wiet in kleine hoeveelheden gedoogd maar worden andere drugs weer wel zwaar bestraft, evenals in Italië. In Spanje zijn ze weer wat milder met persoonlijk bezit, en in Portugal en Tsjechië is persoonlijk drugsgebruik geheel gedecriminaliseerd. Een grammetje coke op zak hebben is mogelijk zonder dat het serieuze problemen oplevert. In het Verenigd Koninkrijk hebben ze een drie-klassensysteem. In Griekenland en Turkije levert drugsbezit, ongeacht welke drug en hoeveelheid, altijd een gevangenisstraf op. Net als in Hongarije dus.

Hoe is het mogelijk dat de wetgeving van landen onderling zo erg van elkaar verschillen?
“De individuele EU-lidstaten mogen hun eigen beleid en straffen bepalen, en die worden bepaald door historische gebeurtenissen en politieke en culturele overtuigingen,” legt Brendan Hughes, onderzoeker bij het Europese Monitor voor Drugs en Drugsverslaving (EMCDDA) uit. Sommige landen geloven in zware en langdurige straffen als afschrikmiddel, en anderen denken dat lange celstraffen onnodig, ineffectief en een dure maatregel zijn en dat het beter is om meer te investeren in reïntegratietrajecten en dergelijke sociale programma’s. Hughes: “Er is een duidelijke omslag te zien. Steeds meer landen zien drugsproblematiek in een kader van volksgezondheid en niet als een criminaliteitsprobleem. Ze passen daarop hun beleid aan. Desalniettemin blijft er in vrijwel alle landen een vorm van straf bestaan voor drugsgebruik om het niet aan te willen moedigen. Het is ook zeer afhankelijk van hoe erg een land te lijden heeft onder drugshandel en andere facetten van drugsproblematiek of zij wel of niet zwaar straffen voor persoonlijk gebruik.”

In Portugal en Tsjechië is persoonlijk drugsgebruik geheel gedecriminaliseerd.

Sinds 1990 is er een reeks aan actieplannen en strategieën besproken omtrent drugswetgeving, vertelt Hughes. “Deze zijn steeds gedetailleerder en specifieker geworden met de tijd, waarbij landen steeds meer raakvlakken met elkaar krijgen. Er is een duidelijke kentering gaande, waarbij men vroeger vooral vanuit een restrictief en repressieve werkwijze uitging en het paradigma nu steeds sterker richting het zogenaamde ‘harm reduction’ gaat; het besef dat voorlichting en behandeling van de excessen beter werkt dan keiharde vervolging.”

Hughes: “De overeenkomsten tussen de wetgeving van landen gaan nu vooral over de middelen zelf die verboden worden gemaakt, zoals bijvoorbeeld de nieuwe middelen die ‘research chemicals’ genoemd worden. Er is een leidraad van nieuwe synthetische middelen dat sinds 1997 aangevuld wordt. De strafmaat blijft wel een individuele zaak van de lidstaat. Om een Europese wet aan te nemen moeten alle lidstaten het er unaniem mee eens zijn, en het kan op het gebied van strafrecht erg lastig zijn om overeenstemming te vinden. Er is één poging geweest om een gemeenschappelijk strafrechtsconstructie voor lidstaten op te zetten, maar tijdens de onderhandelingen is het verdrag zo erg verwaterd dat de Europese commissie een aantal jaar later besloot om het weer te schrappen.”

Op het gebied van drugssmokkel wordt er sinds 2010 milder gestraft.

Op dit moment hebben enkele landen als Portugal en Tsjechië het persoonlijk drugsgebruik gedecriminaliseerd, gedoogd of in de praktijk niet bestraffen lijkt geen enkel land op dit moment voornemens te zijn drugsgebruik geheel te legaliseren, stelt Hughes. “Noorwegen en Ierland zijn wel duidelijke stappen aan het maken om een zachter drugsbeleid te implementeren, en Slowakije bracht een voorstel tot decriminaliseren van drugsgebruik in stemming in het parlement. Die stemming haalde het niet omdat het ‘een verkeerd signaal’ zou geven.” De meeste voorstellen tot decriminalisering betreffen alle verboden middelen, dus niet alleen cannabis.

De algemene trend binnen Europa is, uitzonderingen meegerekend, over het algemeen dat gebruik minder zwaar wordt bestraft en dat er meer gekeken wordt naar behandelingen voor gebruikers. Hughes: “Hoe dit in de praktijk uitpakt moet echter per casus bekeken worden. Op het gebied van drugssmokkel wordt er sinds 2010 milder gestraft. Het vermoeden is dat dit samengaat met de economische crisis en dan gevangenen daarom minder lang vastgehouden worden uit kostenoverwegingen.” Of dit betekent dat er de laatste jaren weer zwaarder gestraft wordt omdat er meer geld voor is, moet nog onderzocht worden.