Spring naar de content
bron: ANP

Zonder boer wél voer

De woedende boeren die dinsdag massaal met bus en trekker naar het Malieveld trokken omdat ze ‘overal de schuld van krijgen’: mijn sympathie hebben ze. Maar op een punt geef ik ze geen gelijk: ook zonder Nederlandse boeren blijven de supermarkten gevuld.

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Jan Smit

Ik woon sinds een aantal jaren midden tussen de weilanden. En dat bevalt uitstekend. De rust, de prachtige vergezichten, de rammelende hazen, de Van Ruisdael-luchten: ik kan het iedereen aanraden.

Zeker, soms is het even wennen. Pannen die van het dak waaien, loonwerkers met kolossale mestinjecteurs die je van de weg afrijden, de niet te vermijden tentfeesten…

Maar dat is part of de deal: wie buiten woont moet zich aanpassen. Dat lukt uitstekend. We – de aanstaande en ik – weten ons omringd door alleraardigste buren. Boeren, hobbyboeren en burgers voor wie Noaberhulp geen vies woord is en die een ding delen: liefde voor het buitenleven.

De boeren en wij: we groeten elkaar – wijsvinger omhoog. Soms raken we ‘aan de praat’. Leerzame en leuke gesprekken. Over het boerenleven – vroeger en anno 2019.

Boeren mogen graag roepen dat ze onmisbaar zijn. Een gotspe, dunkt mij.

Ze hebben het niet gemakkelijk, vertellen ze. De voortdurend wisselende en toenemende wet- en regelgeving, de sterk schommelende marktprijzen, het grillige klimaat, de (Rabo)bank die in de nek hijgt, de hoge werkdruk en dan ook nog de politiek, de media en publieke opinie die zich tegen hen keren: sommigen zijn de wanhoop nabij.

Als diezelfde ‘politiek’ dan ook nog eens oppert de veestapel te halveren en een door de overheid in het leven geroepen commissie op hetzelfde spoor zit, is voor deze boeren de maat vol. Ze beginnen een nieuwe boerenpartij en gaan gezamenlijk verhaal halen in Den Haag. Of componeren een protestlied.

Boerende buren

De boerende buren: mijn sympathie hebben ze. Ik kan ver met ze mee gaan, maar op een punt geef ik ze geen gelijk. Ze mogen graag roepen (“Zonder boer geen voer”; “Zonder boeren geen eten”) dat ze onmisbaar zijn – ook dinsdag tijdens het boerenprotest op het Malieveld was dat weer een populaire leus (“Bijt niet in de hand die je voedt”). Impliciete boodschap: zonder ons, boeren, komen jullie, burgers, om van de honger. We hebben een missie, we doen het voor jullie, jullie moeten ons daarvoor dankbaar zijn. Een gotspe, dunkt mij.

Zonder boeren geen eten: dat klopt, als een zwerende vinger. Maar ook zonder Nederlandse boeren blijven de schappen van de supermarkten gevuld. Een substantieel deel van ons voedsel komt uit het buitenland. Van de ongeveer 3 miljoen hectare landbouwgrond die nodig is voor de Nederlandse voedselconsumptie ligt 74 procent (!) in het buitenland. En met een jaarlijkse export van ruim 90 miljard euro mag Nederland dan een van de grootste exporteurs van de landbouwproducten zijn, vlak de import – 62,6 miljard euro in 2017 – ook niet uit.

Dat boeren boeren uit idealisme, om het volk van voedsel te kunnen voorzien, doet mij denken aan mensen die beweren dat ze kinderen hebben verwekt omdat ze daarmee de mensheid een dienst bewijzen. Bullshit. Aan kinderen begin je puur uit eigenbelang, omdat je ze graag wilt hebben, al dan niet gedreven door nesteldrang.

Dat boeren boeren uit idealisme doet denken aan mensen die kinderen verwekken omdat ze daarmee de mensheid een dienst bewijzen.

Datzelfde geldt voor het boer-zijn. Ja, vlak na de Tweede Wereldoorlog, toen Nederland in puin lag, er een acuut voedseltekort dreigde en minister van Landbouw Sicco Mansholt onder het motto ‘Nooit meer honger’ alles in het werk stelde om de productiviteit op eigen bodem op te krikken, was een boer een godsgeschenk.

Maar dit gepamper had ook een keerzijde: begin jaren zestig ontstonden er steeds meer voedseloverschotten. De landbouw moest hervormen. Mansholt, de man die eerst door boeren op handen werd gedragen, werd door diezelfde boeren ineens verketterd. (Toen hij vervolgens naar de Europese Commissie vertrok en het ook nog eens aanlegde met de 39 jaar jongere Petra Kelly, later een van de oprichtsters van Die Grünen, had hij het helemaal verbruid). Een boer moet zijn werk niet zien als een roeping, maar als een beroep, speechte een boerenvoorman al 50 jaar geleden. Ik zeg: krek.